Primair mediastinaal B-cellymfoom (PMBCL) is een zeldzaam, agressief non-hodgkinlymfoom dat bijna alleen maar voorkomt bij jongvolwassenen. Het is een subtype van diffuus grootcellig B-cellymfoom. PMBCL presenteert zich vaak als een snelgroeiende massa in het mediastinum (het gebied tussen de longen). Ondanks het klinisch agressieve karakter is de overleving gunstig, vooral voor jongere patiënten. In dit overzicht vindt u de belangrijkste cijfers over PMBCL over incidentie, behandeling en overleving op basis van data uit de NKR.
Informatie voor patiënten
Bent u patiënt of naaste? Vindt begrijpelijke en betrouwbare informatie over primair mediastinaal B-cellymfoom op de website van het UMCG.
Incidentie
In Nederland krijgen jaarlijks ongeveer 40 volwassenen de diagnose PMBCL van wie meer dan de helft vrouw is. De helft van deze patiënten is jonger dan 36 jaar en 10% is ouder dan 60 jaar. Bij diagnose heeft 68% van de patiënten stadium I/II ziekte (volgens de Ann Arbor-classificatie) en 32% stadium III/IV ziekte.
Eerstelijnsbehandeling
Vrijwel alle patiënten met PMBCL starten met een behandeling, ongeacht hun leeftijd. In de laatste decennia kregen patiënten vooral R-CHOP-21, R-CHOP-14 of DA-EPOCH-R.
Behandeling afhankelijk van leeftijd
De keuze voor één van de drie behandelschema's hangt vooral samen met leeftijd: oudere patiënten krijgen vaker R-CHOP-21, vermoedelijk vanwege een lagere toxiciteit. Jongere patiënten krijgen vaker DA-EPOCH-R, een intensiever schema, dat mogelijk radiotherapie overbodig maakt. Onderzoek bij DLBCL laat zien dat R-CHOP-14 en R-CHOP-21 vergelijkbare overlevingsuitkomsten geven, maar dat R-CHOP-14 meer bijwerkingen geeft. Deze inzichten lijken ook van invloed op de zorgpraktijk bij PMBCL, met name bij oudere patiënten. We vonden geen verband tussen het ziektestadium en de keuze van het behandelschema (data niet getoond).
Verschuiving behandeling richting DA-EPOCH-R
Sinds 2017 verschuift de behandelpraktijk naar toepassing van DA-EPOCH-R in de eerste lijn. Door een hogere mate van complete remissie (d.w.z. dat alle tekenen en symptomen van PMBCL zijn verdwenen na behandeling) na DA-EPOCH-R is een vervolgbehandeling met radiotherapie vaak niet meer nodig. Dat is relevant, omdat radiotherapie omliggend weefsel in het bestralingsgebied beschadigt en het risico op secundaire maligniteiten verhoogt. Maar ook DA-EPOCH-R kent risico’s, zoals myelotoxiciteit (beenmergschade), wat het risico op therapiegerelateerde myeloïde maligniteiten verhoogt, en verminderde vruchtbaarheid geeft bij vrouwen. Deze risico’s vragen om zorgvuldige afweging en benadrukken het belang van gezamenlijke besluitvorming, zeker bij jongere patiënten met een lange levensverwachting.
Overleving
De overleving van patiënten met PMBCL is over het algemeen zeer goed. De relatieve 5-jaarsoverleving is 92% en de relatieve 10-jaarsoverleving 91%. Deze cijfers zijn stabiel over de jaren heen en tonen geen duidelijke verschuivingen door de tijd (data niet getoond).
Leeftijd en stadium zijn bepalend bij overleving
Patiënten tot en met 60 jaar hebben een uitstekende prognose. Twee jaar na diagnose is de levensverwachting van deze groep vergelijkbaar met die in de algemene bevolking. Patiënten ouder dan 60 jaar hebben een minder gunstige prognose. Ook het ziektestadium bij diagnose speelt een rol: de overleving van patiënten met stadium I/II bij diagnose is hoger dan die van patiënten met stadium III/IV.
Meer weten?
Deze informatie is onderdeel van de publicatie .