Mantelcellymfoom

Mantelcellymfoom (MCL) is een agressieve vorm van non-hodgkinlymfoom. De ziekte ontstaat uit onrijpe B-cellen in de mantelzone van een lymfeklier, die zich ongecontroleerd gaan delen. In onderstaand overzicht vindt u de belangrijkste cijfers over MCL over incidentie, diagnostiek, behandeling en overleving, op basis van data uit de Nederlandse Kankerregistratie.

Patiënten kunnen verschillende klachten hebben, zoals:

  • gezwollen lymfeklieren
  • vermoeidheid
  • koorts
  • nachtzweten
  • onbedoeld gewichtsverlies

Soms ontstaan ook klachten door de locatie van het lymfoom, bijvoorbeeld benauwdheid wanneer het lymfoom zich in de hals of borstkas bevindt.

Informatie voor patiënten

Bent u patiënt of naaste? Vindt begrijpelijke en betrouwbare informatie over mantelcellymfoom op de website van patiëntenvereniging Hematon.

Incidentie

Mantelcellymfoom is een zeldzame vorm van lymfeklierkanker. Jaarlijks krijgen ruim 215 mensen in Nederland de diagnose MCL. Het aantal patiënten neemt over de tijd toe.

Meer dan 70% van de patiënten is ouder dan 65 jaar bij diagnose. Mannen krijgen vaker MCL dan vrouwen (74% versus 26%). De meeste patiënten hebben uitgebreide ziekte bij diagnose (stadium IV). Stadium I komt bij dit ziektebeeld zelden voor. Bij ongeveer 2% van de patiënten is het stadium onbekend.

Diagnostiek

Bij MCL komt bij een groot deel van de patiënten een afwijking in het cycline D1-gen (CCND1) voor. Daarom is DNA-onderzoek om CCND1-status te bepalen steeds vaker onderdeel van het diagnostisch traject.

Eerstelijnsbehandeling

De behandeling van MCL hangt af van onder meer leeftijd en conditie van de patiënt. Bijna een kwart van de patiënten krijgt geen behandeling. Dit aandeel neemt toe met de leeftijd. Patiënten jonger dan 65 jaar krijgen meestal intensieve chemo-immunotherapie, zoals R-CHOP, alternerend R-CHOP en R-DHAP of R-CHOP gevolgd door hoge dosis cytarabine. Daarmee wordt toegewerkt naar een autologe stamceltransplantatie. Maar het aandeel patiënten dat uiteindelijk een stamceltransplantatie krijgt verschilt per behandelschema. Patiënten van 65 jaar en ouder krijgen meestal R-CHOP of rituximab in combinatie met bendamustine.

Overleving

De prognose van patiënten met MCL is de afgelopen decennia verbeterd. De vijfjaarsoverleving steeg gemiddeld gezien met meer dan 20%. In alle leeftijdsgroepen zien we een stijging. Mogelijke verklaringen hiervoor zijn de introductie van rituximab rond 2003, bredere toepassing van stamceltransplantatie en verbeterde ondersteunende zorg.

Meer weten?

Deze informatie is onderdeel van de publicatie Trends binnen de hemato-oncologie in Nederland (2026).