Klassiek hodgkinlymfoom

Hodgkinlymfoom (HL), ook wel klassiek hodgkinlymfoom, is een vorm van lymfeklierkanker waarbij B-lymfocyten gaan woekeren. De afwijkende cellen, de zogenoemde Reed-Sternbergcellen, hebben twee celkernen. Deze cellen trekken ontstekingscellen aan, waardoor lymfeklieren opzwellen. Van daaruit kan de ziekte zich verspreiden door het lichaam. Vind hier de belangrijkste cijfers over de incidentie, diagnostiek, eerstelijnsbehandeling en overleving bij HL op basis van data uit de Nederlandse Kankerregistratie.

Informatie voor patiënten

Bent u patiënt of naaste? Vindt begrijpelijke, betrouwbare informatie over hodgkinlymfoom op kanker.nl en de website van patiëntenvereniging Hematon.

Incidentie

Jaarlijks krijgen ongeveer 400 mensen in Nederland de diagnose hodgkinlymfoom. In tegenstelling tot veel andere hematologische maligniteiten komt HL relatief vaak voor bij jongvolwassenen. Het aantal diagnoses is het laagst bij mensen van 75 jaar en ouder. HL komt iets vaker voor bij mannen (57%) dan bij vrouwen (43%).

Diagnostiek

Artsen stellen hodgkinlymfoom vast met verschillende onderzoeken, zoals bloedonderzoek, echografie van de zwelling en weefselonderzoek. Als uit deze onderzoeken blijkt dat sprake is van HL, volgt aanvullend onderzoek. Met een PET/CT-scan bepalen artsen hoe ver de ziekte zich heeft verspreid en in welk stadium de ziekte zich bevindt.

Stadium bij diagnose

De meeste mensen hebben stadium II bij diagnose. Patiënten met stadium III of IV zijn gemiddeld ouder bij diagnose. Jongere patiënten krijgen vaker de diagnose in een vroeg stadium: 58% heeft stadium I of II.

Eerstelijnsbehandeling

De behandeling van hodgkinlymfoom hangt af van factoren als leeftijd, stadium van de ziekte en conditie van de patiënt. Patiënten jonger dan 60 jaar krijgen meestal chemotherapie (ABVD) met of zonder radiotherapie. Bij gevorderde ziekte (stadium III/IV) krijgen sommige jongere patiënten escalated BEACOPP. ABVD krijgen oudere patiënten meestal niet vanwege schadelijke effecten die jongere patiënten beter kunnen verdragen. Bij oudere patiënten kiezen artsen vaker voor CHOP bij alle stadia. Deze behandeling geeft doorgaans minder bijwerkingen dan ABVD.

PET-gestuurde vervolgbehandeling

Sinds 2019 speelt PET-gestuurde therapie een belangrijke rol in de behandeling van HL, met name bij jonge en fitte patiënten. Na de eerste twee chemokuren (ABVD of escalated BEACOPP) krijgt de patiënt een PET-scan. De uitslag bepaalt hoe de behandeling verdergaat. Hierdoor kan de behandeling beter worden afgestemd op de patiënt en neemt de kans op onnodige bijwerkingen af. Tussen 2019 en 2023 kregen patiënten jonger dan 60 jaar met stadium I/II HL het vaakst alleen radiotherapie als vervolgbehandeling. Andere behandeltrajecten waren onder meer verschillende aantallen kuren AVD met of zonder radiotherapie en een aantal kuren escalated BEACOPP met of zonder radiotherapie.

Overleving

De relatieve vijfjaarsoverleving van patiënten met hodgkinlymfoom is hoog, vooral bij jongere patiënten.

Leeftijd en overleving

Bij patiënten van 18–39 jaar steeg de relatieve vijfjaarsoverleving van 91% (1989–2000) naar 98% (2019–2023). Dat betekent dat jonge patiënten binnen vijf jaar na diagnose bijna dezelfde overlevingskans hebben als leeftijdsgenoten zonder kanker. Ook bij patiënten van 40–60 jaar verbeterde de overleving duidelijk: van 83% naar 95%. Bij oudere patiënten bleef de verbetering beperkter. Hun overlevingskans blijft lager dan die van jongere patiënten.

Stadium en overleving

Ook het stadium van de ziekte beïnvloedt de prognose. De overleving bij patiënten met stadium I of II benadert die van de algemene bevolking. Bij stadium IV verbeterde de vijfjaarsoverleving sinds 1989, maar nog steeds is er sprake van zo’n 22% oversterfte vergeleken met de algemene bevolking.

Meer weten?

Deze informatie is onderdeel van de publicatie Trends binnen de hemato-oncologie in Nederland (2026).