Folliculair lymfoom

Folliculair lymfoom (FL) is een niet-agressief non-hodgkinlymfoom. De ziekte is meestal goed te behandelen, maar in principe niet te genezen – behalve in een beperkt stadium. Soms verandert FL in een agressievere vorm; dit heet transformatie. In dit overzicht vindt u de belangrijkste cijfers over FL over incidentie, stadium, behandeling en overleving op basis van data uit de NKR.

Informatie voor patiënten

Bent u patiënt of naaste? Vindt begrijpelijke en betrouwbare informatie over folliculair lymfoom op de website van patiëntenvereniging Hematon.

Incidentie

In Nederland krijgen elk jaar 700 mensen de diagnose FL. FL komt iets vaker voor bij mannen (53%) dan bij vrouwen (47%). De meeste patiënten zijn tussen de 60 en 74 jaar.

Stadium

FL wordt vaak pas laat ontdekt, meestal in stadium III (34%) of IV (33%). Dat komt doordat de ziekte langzaam groeit en de klachten vaak vaag zijn. De ziektestadia verschillen nauwelijks tussen jongere en oudere patiënten.

Met de FLIPI-score (Follicular Lymphoma International Prognostic Index) wordt de prognose ingeschat op basis van leeftijd, bloedwaarden en ziektelast. De meeste patiënten vallen in de lage risicogroep (42%), gevolgd door intermediair (35%) en hoog risico (17%). Bij 6% van de patiënten konden we vanwege ontbrekende gegevens geen FLIPI-score bepalen.

Eerstelijnbehandeling

De behandeling is afhankelijk van het stadium en de klachten. Bij stadium I ondergaan de meeste patiënten enkel radiotherapie (56%) met genezing als doel. Ongeveer een derde start met afwachtend beleid. In stadium II en III starten patiënten vaak met een afwachtend beleid (37%-65%). Als er binnen een jaar na diagnose toch behandeling start, gebeurt dit vaak met R-CVP. Patiënten met stadium IV krijgen meestal een behandeling met R-CVP (41%) of R-CHOP (15%), of starten met een afwachtend beleid (36%). Hoe ouder de patiënt bij diagnose, hoe minder vaak deze een behandeling krijgt. 

Onderhoud met rituximab 

Na een eerste succesvolle behandeling kunnen patiënten rituximab als onderhoudsbehandeling krijgen om terugkeer van de ziekte uit te stellen. Ruim de helft van de patiënten die startten met R-CVP kreeg een onderhoudsbehandeling met rituximab. Dit komt vaker voor bij stadium III/IV dan bij I/II. Patiënten behandeld met R-CHOP kregen minder vaak onderhoud met rituximab (45%). Maar ook hier krijgen patiënten vaker een onderhoudsbehandeling met rituximab bij een hoger ziektestadium. 

 

Overleving

FL is een chronische ziekte met een relatief goede overleving. De 5-jaarsoverleving is sinds 1989 sterk gestegen, vooral bij patiënten van 70 jaar en ouder. De introductie van rituximab in 2003 speelde hierin een grote rol.

Patiënten met FL in stadium I of II hebben gemiddeld een 10% hogere 5-jaarsoverleving dan patiënten met stadium III of IV. In beide groepen is de overleving de afgelopen decennia verbeterd. 

Meer weten?

Deze informatie is onderdeel van de publicatie Trends binnen de hemato-oncologie in Nederland (2026).