Uitleg NKR cijfers

Via NKR cijfers kunt u de incidentie, prevalentie, overleving en sterfte van elke kankersoort zien. U heeft de keuze om de cijfers weer te geven in een lijngrafiek, staafdiagram of tabel.  Hieronder geven we nadere uitleg en laten we zien welke definities we hanteren.

Bronvermelding

De incidentie, prevalentie en overleving komen uit de Nederlandse Kankerregistratie beheerd door IKNL. Wilt u refereren naar onze cijfers? Gebruik dan volgende referentie:
Nederlandse Kankerregistratie (NKR), IKNL. Verkregen via nkr-cijfers.iknl.nl, op [datum].

De sterftecijfers komen uit de doodsoorzakenstatistiek van het Centraal Bureau voor Statistiek (CBS). Deze is gebaseerd op de oorzaak van overlijden die door de arts is aangegeven. 

Incidentie

De incidentie in NKR cijfers toont het aantal nieuwe diagnoses per jaar. Cijfers van de laatste 2 jaren betreffen voorlopige gegevens. 

De incidentie van het totaal van alle kankersoorten betreft het totaal van alle invasieve kanker, uitgezonderd basaalcelcarcinoom van de huid (een veel voorkomende vorm van huidkanker die vrijwel nooit levensbedreigend is). Bij het totaal van huidkanker is basaalcelcarcinoom van de huid ook niet meegeteld.

Eerste invasieve maligniteit

NKR Cijfers telt bij de incidentiecijfers alleen de eerste invasieve maligniteit mee per patiënt en type kanker. Wanneer bij een patiënt dus vaker de diagnose kanker wordt gesteld van eenzelfde type, telt deze één keer mee. Dit is conform internationale afspraken om cijfers tussen landen te kunnen vergelijken. 

Bent u op zoek naar specifiekere cijfers? Deze zijn op te vragen met een gegevensaanvraag.

Niet-invasieve tumoren

Niet-invasieve tumoren worden niet getoond behalve bij de borstkanker en kanker van de urinewegen: 

  • Bij borstkanker wordt Ductaal Carcinoma In Situ (DCIS), een niet-invasieve vorm van borstkanker, getoond, maar niet meegeteld bij van het totaal van (borst)kanker. 
  • Bij het totaal van kanker van de urinewegen wordt blaaskanker (Ta/Tis) en niet-invasieve nierbekken- en urineleiderkanker wel meegeteld. Bij het totaal van blaaskanker wordt Ta/Tis-T4 geteld. Bij blaaskanker telt de eerste diagnose per patiënt. En dit geldt ook voor het totaal van blaaskanker, dit kan dus zowel een invasieve als een niet-invasieve blaaskanker zijn.

Wilt u meer weten over de beschikbaarheid van gegevens van andere niet-invasieve tumoren? Hiervoor kunt u terecht bij gegevensaanvraag@iknl.nl 

Aantal of verhoudingscijfer

Als 'eenheid' kunt u bij incidentie kiezen tussen het absolute aantal of verhoudingscijfers: CR, ESR, RESR en WSR.

  • Aantal: hoeveel nieuwe diagnoses van een bepaald type kanker gesteld zijn. 
  • CR (Crude Rate/ ruwe incidentie): het aantal nieuwe diagnoses per 100.000 personen per jaar in de Nederlandse bevolking. De CR geeft een eerste indruk over het voorkomen van kanker. Met de CR kunt u de incidentie vergelijken over de tijd of tussen regio’s in Nederland. Zo kunnen we zien of kanker echt vaker/minder voorkomt of dat een stijging/daling van de ruwe incidentie (deels) veroorzaakt wordt door bevolkingsgroei/krimp. 
  • ESR (European Standardized Rate): het aantal nieuwe gevallen per 100.000 personen per jaar gecorrigeerd voor leeftijdsopbouw in de Europese bevolking. Omdat het ruwe incidentiecijfer (CR) doorgaans hoger uitvalt als in een bepaalde regio relatief veel ouderen wonen, is het gebruikelijk om het incidentiecijfer te standaardiseren voor de leeftijdsopbouw in de bevolking. Meestal wordt voor de standaardisatie de Europese bevolkingsopbouw gebruikt (ESP, 1976), wat resulteert in deze European Standardized Rate (ESR).
  • RESR (Revised European Standardized Rate): is een nieuwe maat voor correctie voor leeftijdsopbouw in de Europese bevolking. Deze is gebasseerd op de Europese bevolkingsopbouw in 2010.
  • WSR (World Standardized Rate): is een minder vaak gebruikte maat in Europa. De reden hiervoor is dat de leeftijdsopbouw van de wereldbevolking ook in grote mate bepaald wordt door Azië en Afrika, waar de leeftijdsopbouw anders is dan in Europa. 

Bijzonderheden per tumorsoort

Thymuskanker

De cijfers van thymuskanker geven een onverwacht beeld. Doordat de signalering van deze kankersoort een aantal jaren niet goed is verlopen, is er een dip in incidentie te zien in de jaren 2012-2014.

Myelodysplastisch syndroom

** Voor myelodysplastisch syndroom en myelodysplastische/myeloproliferatieve maligniteiten is de incidentie beschikbaar vanaf 2001. 

Plaveiselcelcarcinoom van de huid (PCC)

Vanaf 2016 worden ook nieuwe PCCs waarvan de diagnose bij de huisarts of in zelfstandige behandelcentra is gesteld in de NKR opgenomen. Dit verklaart de sterke stijging in incidentie tussen 2015 en 2017.

Basaalcelcarcinoom van de huid (BCC)

Het aantal diagnoses basaalcelcarcinoom is beschikbaar vanaf 2017. Informatie over eerdere diagnosejaren zijn wel beschikbaar in de NKR, zie rapport huidkanker in Nederland (cijfers 1989-2018) of onze informatiepagina over huidkanker

Update

Op 4 februari 2024 is de incidentieprognose van 2023 op NKR cijfers geplaatst op basis van gegevens zoals beschikbaar in de Nederlandse Kankerregistratie eind januari 2024. De volgende update zal zijn in februari 2025, dan verschijnt de incidentieprognose 2024.

De incidentie is weer te geven per periode van diagnose, per geslacht, per leeftijdsgroep bij diagnose en per stadium bij diagnose. Meer informatie over de indeling van stadium is hier te vinden. 

Prevalentie

De prevalentie op NKR cijfers toont standaard de 5-jaarsprevalentie: het aantal mensen dat nog in leven is, waarbij de voorgaande vijf jaar een vorm van kanker is vastgesteld. Door op prevalentie in het menu te klikken, kunt u kiezen voor de 10-jaarsprevalentie of de 20-jaarsprevalentie. Dan toont het aantal mensen dat nog in leven is respectievelijk 10 of 20 jaar na de diagnose. Dit is dus een diverse groep, die bestaat uit personen die genezen zijn van hun ziekte, maar ook mensen waarbij net de diagnose kanker is gesteld. Bij prevalentie wordt 5, 10 of 20 jaar teruggekeken vanaf 1 januari van het geselecteerde jaar. Bij de meest recente prevalentie, voor het jaar 2023, wordt er dus vanaf 1 januari 2023 teruggekeken naar hoeveel mensen er op dat moment in leven waren die de afgelopen 5, 10 of 20 jaar een diagnose kanker hebben gekregen. 

Het totaal voor alle kankersoorten betreft alle invasieve kanker uitgezonderd basaalcelcarcinoom van de huid. Bij de prevalentie van kanker van de urinewegen wordt blaaskanker (Ta/Tis) en niet-invasieve nierbekken- en urineleiderkanker niet meegeteld.

Prevalentie kan worden getoond per geslacht en per leeftijdscategorie. Dit is de leeftijdscategorie op basis van de leeftijd van de patiënt op 1 januari van het geselecteerde jaar (het jaar vanaf welke 5, 10 of 20 jaar terug wordt gekeken). 

Bijzonderheden per tumorsoort

Myelodysplastisch syndroom

** Voor myelodysplastisch syndroom en myelodysplastische/myeloproliferatieve maligniteiten is de incidentie beschikbaar vanaf 2001. Daarom is de 5-jaarsprevalentie pas beschikbaar vanaf 2006, de 10-jaarsprevalentie vanaf 2011 en de 20-jaarsprevalentie vanaf 2021. 

Update

De prevalentie die op dit moment getoond wordt in NKR cijfers is op basis van de gegevens zoals beschikbaar in de NKR eind januari 2024. Deze cijfers zijn op 3 februari 2024 geüpdatet. De volgende update zal zijn in februari 2025. 

Sterfte

De sterftecijfers op NKR cijfers betreffen het aantal patiënten dat in een bepaalde periode (meestal 1 jaar) overlijdt aan kanker. Deze sterftecijfers komen uit de doodsoorzakenstatistiek van het Centraal bureau voor Statistiek (CBS). Deze is gebaseerd op de oorzaak van overlijden die door de arts is aangegeven. De indeling van kankersoorten gebruikt door het CBS voor deze doodsoorzaakstatistiek is volgens ICD10.

** Voor myelodysplastisch syndroom en myelodysplastische/myeloproliferatieve maligniteiten en voor Polycythemia Vera is de sterfte beschikbaar vanaf 1996. 

Eenheid

Bij 'aantal of verhoudingscijfer' kunt u kiezen tussen aantal, CR, ESR, RESR en WSR.

  • Aantal: hoeveel mensen zijn overleden aan kanker.
  • CR (Crude Rate): het aantal sterfgevallen per 100.000 personen per jaar: het (ruwe) sterftecijfer. De CR wordt gebruikt om de sterfte te kunnen volgen in de loop van de tijd of tussen regio's te vergelijken. 
  • ESR (European Standardized Rate): het aantal sterfgevallen per 100.000 personen per jaar gecorrigeerd voor de leeftijdsopbouw van de Europese bevolking. Omdat de CR doorgaans hoger zal uitvallen indien in een bepaalde regio relatief veel ouderen wonen, is het gebruikelijk om het sterftecijfer te standaardiseren voor de leeftijdsopbouw. Meestal wordt hiervoor de Europese bevolking gebruikt, wat resulteert in de European Standardized Rate (ESR).
  • RESR (Revised European Standardized Rate): is een nieuwe maat voor correctie voor leeftijdsopbouw in de Europese bevolking deze is gebaseerd op de europese bevolkingsopbouw in 2010.
  • WSR (World Standardized Rate): een minder vaak gebruikte maat in Europa. De reden hiervoor is dat de leeftijdsopbouw van de wereldbevolking ook in grote mate bepaald wordt door Azië en Afrika, waar de leeftijdsopbouw in grote mate verschilt van Europa. 

Update

De sterftecijfers 2023 zullen uiterlijk februari 2025 in NKR cijfers verschijnen. Deze doodsoorzakenstatistiek is ook te vinden op Statline van CBS. Daar zijn vanaf medio juni de voorlopige sterftecijfers van het afgelopen jaar beschikbaar en vanaf medio oktober de definitieve cijfers. Zie de cijfers in de uitgebreide lijst, of de sterftecijfers voor de hoofdgroepen

Regionale sterftecijfers

Bent u op zoek naar regionale gegevens over de sterfte aan kanker? De sterfte aan kanker per GGD-regio en per gemeente staat op Volksgezondheid en info, een website van het RIVM.

De sterfte per type nieuwvorming (kankersoort) per landsdeel, provincie, COROP-regio en gemeente is beschikbaar op Statline van CBS

Relatieve overleving

Overleving op NKR cijfers betreft het percentage patiënten dat na een bepaald aantal jaren na diagnose nog in leven is. Het betreft de relatieve overleving, de kans op overleving in een hypothetische wereld waarin geen andere doodsoorzaken bestaan. Deze correctie geeft een overlevingspercentage welke een benadering is voor de zogeheten kankerspecifieke overleving. 

In de overlevingscijfers zijn alle invasieve kankers meegenomen behalve basaalcelcarcinoom van de huid, de gegevens van kinderen jonger dan 18 jaar en gegevens van personen waarbij pas na overlijden bij obductie een tumor is ontdekt. Bij de overleving van kanker van de urinewegen wordt blaaskanker (Ta/Tis) en niet-invasieve nierbekken- en urineleiderkanker niet meegeteld.

Voor patiënten jonger dan 18 jaar is de overleving in het algemeen beter. 

Cijfers over kanker bij kinderen staan op deze plek verzameld. Heeft u aanvullende vragen over incidentie, prevalentie en overleving bij kinderen met kanker kunt u contact opnemen via gegevensaanvraag@iknl.nl.

  • De 5-jaars relatieve overleving beschrijft het percentage patiënten met een ziekte dat in leven is, vijf jaar nadat de ziekte is gediagnosticeerd, gedeeld door het verwachte percentage mensen dat in leven is op basis van levensverwachting in de algemene bevolking met dezelfde leeftijd en geslacht. Kijk voor het percentage van de 5-jaarsoverleving bij jaar vijf in de tabel of op de x-as van de grafiek. 
  • De 10-jaars relatieve overleving beschrijft het percentage patiënten met een ziekte dat in leven is, tien jaar nadat de ziekte is gediagnosticeerd, gedeeld door het verwachte percentage mensen dat in leven is op basis van levensverwachting in de algemene bevolking met dezelfde leeftijd en geslacht. Kijk voor het percentage van de 10-jaarsoverleving bij jaar tien in de tabel of op de x-as van de grafiek.

De overleving is weer te geven per periode van diagnose, per geslacht, per leeftijdsgroep bij diagnose en per stadium bij diagnose. Meer informatie over de indeling van stadium is hier te vinden. 

De data vanaf 1989 zijn landelijk dekkend, dat was de start van de Nederlandse Kankerregistratie. Overlevingscijfers van 1961 t/m 1988 zijn niet landelijk dekkend. De data van de jaren ‘60 en ‘70 hebben betrekking op een toenemend aantal ziekenhuizen in de regio Eindhoven. De data van de jaren ‘80 hebben betrekking op ziekenhuizen in het noordwesten en zuidoosten van Nederland. 

Kleine groepen

In verband met de betrouwbaarheid van de uitkomsten hebben we geen overleving berekend voor groepen van minder dan 50 patiënten. 

Bij de berekening van de overleving per stadium is geen leeftijdstandaardisatie toegepast. Ook bij het combineren van kankersoorten of bij het selecteren van leeftijdsgroepen wordt leeftijdsstandaardisatie niet toegepast.

Overleving hoger dan 100%

Op NKR Cijfers wordt de relatieve overleving weergegeven. Omdat dit een verhouding is tussen de geobserveerde en de verwachte overleving, kan deze boven de 100% liggen. Dit fenomeen kan zich voordoen bij kankersoorten met een lage mortaliteit (bijvoorbeeld bij zaadbalkanker of stadium I prostaatkanker). Als de overleving hoger is dan 100%, betekent dit dat de overleving voor de patiëntengroep hoger is dan die van een vergelijkbare groep personen (op het vlak van leeftijd, geslacht en kalenderjaar) uit de algemene bevolking. Dit kan verklaard worden door een gezondere levensstijl of een betere medische zorg van patiënten, wat bijvoorbeeld kan leiden tot een vroegere diagnose van andere ziekten.

De relatieve overleving kan ook toenemen in de jaren na de diagnose. Dit gebeurt wanneer de overleving voor de patiëntengroep langzamer afneemt dan de overleving van een vergelijkbare groep personen (op het vlak van leeftijd, geslacht en kalenderjaar) uit de algemene bevolking.

Update

De overleving is bijgewerkt met de vitale status gegevens uit de Basisregistratie Personen (BRP, voorheen genoemd gemeentelijke basisadministratie) tot en met 31 januari 2023. Deze laatste versie van de gegevens over overleving zijn op 29 augustus 2023 op NKR cijfers geplaatst. De volgende update wordt zomer 2024 verwacht. 

Conditionele overleving 

Overlevingscijfers geven meestal aan wat de kans op overleven is op het moment van diagnose. Overlevingscijfers kun je berekenen vanaf het moment van diagnose. Maar je kunt de overleving ook berekenen onder de voorwaarde (‘conditie’) dat iemand al een of meerdere jaren heeft overleefd. Het getal dat de kans op overleving aangeeft na bijvoorbeeld de ziekte al 1 jaar of 2 jaar overleefd te hebben noemen we conditionele overleving.


De conditionele overleving is gecorrigeerd voor de levensverwachting van de algemene bevolking op basis van leeftijd en geslacht (relatieve overleving). Het getal geeft dus weer wat de overleving is in vergelijking met de algehele populatie in dezelfde leeftijdscategorie en met hetzelfde geslacht. Meer informatie over de berekening van relatieve overleving kan hier gevonden worden.
In de overlevingscijfers zijn alle invasieve kankers meegenomen, met de volgende uitzonderingen: het basaalcelcarcinoom van de huid (een veel voorkomende vorm van huidkanker die vrijwel nooit levensbedreigend is), de gegevens van kinderen jonger dan 18 jaar en gegevens van personen waarbij pas na overlijden bij obductie een tumor is ontdekt. De overleving van niet-invasieve tumoren wordt niet getoond.

Kans op kanker

De kans om kanker te krijgen (life time risk) in Nederland is bijgewerkt voor de meest voorkomende kankersoorten. De gegevens kunt u hier vinden. 

Gegevens per ziekenhuis of regionaal oncologienetwerk

Zorgprofessionals en beleidsmedewerkers van ziekenhuizen en radiotherapeutische instituten vinden gegevens voor hun ziekenhuis en regionale oncologienetwerk in de IZA netwerktool

Internationale vergelijking

Bekijk ook statistieken over kanker in Europa op ECIS, het European Cancer Information System. Daarin kunt u de cijfers van Nederland vergelijken met andere Europese landen. Vergelijk bijvoorbeeld de incidentie en sterfte tussen Europese landen. 

Of bekijk op de Global Cancer Observatory van de IARC de wereldwijde statistieken van kanker en predicties voor de toekomst.

De incidentie, prevalentie, sterfte en overleving van kanker in de Scandinavische landen is te zien in de applicatie van NordCan. 

Stadium bij diagnose

Incidentie en overleving kunnen worden weergegeven aan de hand van het stadium bij diagnose. Voor de meeste kankers is het stadium volgens de TNM-classificatie vastgelegd. Omdat de TNM-classificatie regelmatig is bijgewerkt is het mogelijk om de TNM editie te selecteren. De volgende TNM edities zijn beschikbaar: TNM 4e editie (1989-1992), TNM 4e editie, 2e revisie (1993-1998), TNM 5e editie (1999-2002), TNM 6e editie (2003-2009), TNM 7e editie (2010-2016) en TNM 8e editie (2017-heden). 

Bij kanker van de vrouwelijke geslachtsorganen wordt het stadium vastgelegd volgens de FIGO-classificatie, afgeleid van de TNM. Bij lymfomen wordt gebruik gemaakt van de Ann Arbor classificatie. Voor beide classificaties zijn geen afzonderlijke edities beschikbaar. 

De verschillende TNM-classificatie in de tijd kunnen een effect hebben op de trends van de overlevingscijfers.
 

Bekijk hier figuren en links naar cijfers met duiding