Navigatie

Longkanker

Longkanker is een van de meest voorkomende kankersoorten in Nederland. Longkanker wordt onderverdeeld in drie groepen: niet-kleincellig longkanker, dat veruit het meest voorkomt; kleincellig longkanker; en overige tumoren. Niet-kleincellig longkanker wordt vaak verder onderverdeeld op basis van aanwezige genetische mutaties of de PD-L1-expressie, die een aanknopingspunt vormen voor behandeling. Hieronder vindt u een overzicht van de belangrijkste cijfers over longkanker, op basis van de Nederlandse kankerregistratie.

Informatie voor patiënten

Bent u patiënt of naaste? Vind begrijpelijke en betrouwbare informatie over longkanker op kanker.nl en de website van patiëntenvereniging Longkanker Nederland.

Aantal diagnoses per jaar

Longkanker is de op drie na meest voorkomende kankersoort in Nederland. Jaarlijks zijn er ruim 14.500 diagnoses. De incidentie hangt in Nederland vooral samen met rookgedrag van 20–30 jaar eerder. Dit is goed te zien in het verschil in incidentie tussen mannen en vrouwen. Gebaseerd op het voor leeftijd gestandaardiseerde incidentiecijfer is het risico op longkanker in de afgelopen decennia gedaald bij mannen, terwijl het risico bij vrouwen nog lange tijd steeg en pas rond 2018 begon te stabiliseren. Vrouwen zijn later gaan roken en het percentage rokende vrouwen is minder snel gedaald dan het percentage rokende mannen. De incidentie verschilt soms sterk per regio, blijkt uit de Nederlandse Kankeratlas.

Longkanker wordt onderverdeeld in morfologische subtypen. De behandeling verschilt per subtype. De verdeling tussen de drie groepen is als volgt:

  • niet‑kleincellig longkanker (NSCLC): 69%
  • kleincellig longkanker (SCLC): 12%
  • overige tumoren, grotendeels zonder weefseldiagnose: 19%

Toekomstverkenning aantal diagnoses

Naar verwachting blijft het aantal diagnoses longkanker bij vrouwen stijgen en bij mannen licht dalen. Rond het jaar 2029 zal het aantal diagnoses bij vrouwen voor het eerst hoger zijn dan het aantal diagnoses bij mannen. De stijging in het absolute aantal diagnoses bij vrouwen is vooral zichtbaar in de leeftijdsgroepen vanaf 60 jaar. Bij mannen is vooral nog een stijging bij de groep van 75 jaar en ouder zichtbaar. Naast rookgedrag dragen vergrijzing en bevolkingsgroei bij aan deze stijging.

Stadium bij diagnose

Het stadium bepaalt de behandeling en prognose. Patiënten en naasten vinden uitleg over het stadium van longkanker op kanker.nl. Bijna de helft van de patiënten heeft stadium IV bij diagnose. De vijfjaarsoverleving in stadium IV is ongeveer 9%. Het stadium waarin longkanker het meest wordt gediagnosticeerd verschilt op basis van subtype en leeftijd. Bij kleincellig longkanker heeft ongeveer 70% stadium IV bij diagnose. 51% van de patiënten tussen 18 en 64 jaar heeft stadium IV.

Uitzaaiingen bij diagnose

Ongeveer de helft van de patiënten heeft uitzaaiingen bij diagnose (stadium IV).

Veelvoorkomende locaties:

  • niet-kleincellig: bot (41%), long (29%) en pleura (28%)
  • kleincellig: vooral lever (45%)

Soms hebben patiënten uitzaaiingen op meerdere plekken. Bij kleincellig longkanker is dat vaak zo. Bij niet-kleincellig longkanker is de verdeling als volgt:

  • 1 orgaan: 46%
  • 2 organen: 27%
  • 3 organen: 15%
  • 4 organen: 13%

Lees het rapport Uitgezaaide kanker 2025: cijfers, inzichten en uitdagingen voor meer informatie over uitgezaaide longkanker. Bekijk ook de interactieve infographic om te zien waar longkanker vaak naartoe uitzaait.

Moleculaire kenmerken bij uitgezaaide longkanker

Bij uitgezaaid (stadium IV) niet-kleincellig longkanker van het type adenocarcinoom wordt vaak getest op mutaties: ongeveer 90% van de patiënten ondergaat een genetische test. Deze mutaties zijn van belang voor behandelkeuze. Bij 31,9% wordt geen mutatie gevonden. De meest voorkomende mutaties zijn: KRAS, EGFR, en BRAF.

Prevalentie

In Nederland leven ruim 40.000 mensen met of na longkanker. De prevalentie neemt toe door verbeterde overleving.

Overleving

De vijfjaarsoverleving bij longkanker is gestegen van 12% in de periode 1990-1994 naar 29% in de periode 2020-2024.

Persoonlijke overlevingscijfers via kanker.nl

Voor patiënten met longkanker is op kanker.nl de tool specifieke overlevingscijfers beschikbaar. Deze tool geeft inzicht in de overlevingskans van mensen in een vergelijkbare situatie, op basis van de NKR.

Overleving per subtype

De vijfjaarsoverleving van niet-kleincellig longkanker is veruit het beste bij stadium I en neemt sterk af bij de oplopende stadia. Toch is ook bij stadium IV de overlevingsduur sterk toegenomen door de introductie van immunotherapie en de combinatie van chemotherapie met immunotherapie. Ook doelgerichte therapieën hebben een positief effect op de overleving bij niet-kleincellige longkanker in stadium IV met specifieke mutaties (ECFR, ALK en BRAF).

De vijfjaarsoverleving bij kleincellig longkanker neemt ook af naarmate het stadium toeneemt. Van 43% bij stadium I, naar ongeveer 24–25% bij stadium II-III en slechts 2% bij stadium IV.

Sterfte

Longkanker is een van de belangrijkste doodsoorzaken door kanker. In 2023 overleden meer dan 10.000 mensen in Nederland aan longkanker: 5.423 mannen en 4.504 vrouwen. De sterfte volgt grotendeels de trends in incidentie.

Toekomstverkenning sterfte

Naar verwachting blijft het aantal vrouwen dat overlijdt aan longkankertoenemen en het aantal mannen dat overlijdt afnemen. De stijging komt door een verwachte toename van het aantal diagnoses longkanker. Bij vrouwen wordt een grotere toename in incidentie van longkanker verwacht dan bij mannen. In beide groepen is de stijging van de incidentie en sterfte het sterkst onder de 75-plussers, wat veroorzaakt wordt door de vergrijzing van de bevolking. Het risico om te overlijden aan longkanker blijft afnemen bij mannen en blijft nagenoeg gelijk bij vrouwen.

Behandeling

De behandeling hangt af van subtype, stadium en conditie van de patiënt. Belangrijke ontwikkelingen in behandeling zijn doelgerichte therapie en immunotherapie.

Behandeling per subtype

De standaardbehandeling bij niet-kleincellig longkanker per stadium is:

  • Stadium I: chirurgie, maar bij hoge leeftijd, slechte conditie of een tumor op een locatie die niet te opereren is, is dit stereotactische radiotherapie.
  • Stadium II: chirurgie en adjuvante chemotherapie De inzet van stereotactische radiotherapie bij stadium II is vergelijkbaar met die bij stadium I.
  • Stadium III: combinatie van chemotherapie en radiotherapie, met nabehandeling met immunotherapie. Een deel van de patiënten krijgt ook chirurgie en adjuvante chemotherapie, dit betreft vooral stadium IIIA. Sinds 2024 is ook behandeling met chemo-immunotherapie gevolgd door chirurgie mogelijk bij een deel van de patiënten met een te opereren tumor. Bijna een kwart van patiënten krijgt geen tumorgerichte behandeling vanwege leeftijd, conditie, of uitgebreidheid van de tumor.
  • Stadium IV (geen mutaties): immunotherapie of chemo-immunotherapie. Bijna de helft van patiënten krijgt geen tumorgerichte behandeling.
  • Stadium IV (wel mutaties): doelgerichte therapie, of chemo- of immunotherapie (bij sommige mutaties), maar bij hoge leeftijd of slechte conditie vrijwel altijd geen tumorgerichte behandeling.

De standaardbehandeling bij kleincellig longkanker per stadium is:

  • Stadium I – III: chemoradiotherapie, soms bij stadium I ook chirurgie of stereotactische radiotherapie i.p.v. chemoradiotherapie.
  • Stadium IV: chemotherapie, maar bij hogere leeftijd of slechte conditie vaak geen tumorgerichte behandeling.

Palliatieve fase

Op Palliaweb zijn meer informatie en tools te vinden over palliatieve zorg bij longkanker. Informatie voor patiënten en naasten staat op www.overpalliatievezorg.nl.

Internationaal onderzoek laat zien dat vroegtijdige inzet van palliatieve zorg bij patiënten met uitgezaaide longkanker kan leiden tot verbetering van kwaliteit van leven. Specifieke palliatieve behandelingen bij longkanker zijn palliatieve radiotherapie, palliatieve chemotherapie en immunotherapie. Naast fysieke zorg en symptoombestrijding, horen ook het psychologische-, sociale- en zingevingsdomein tot de zorg in de palliatieve fase.

Longarts-oncoloog Wouter van Geffen legt uit in een interview dat palliatieve zorg teamwork is. De patiënt staat centraal in de besluitvorming over wel of niet behandelen. Zelf regie blijven voeren als patiënt is een belangrijk onderdeel van palliatieve zorg.

Keuze medicatie in laatste levensfase

Als de mogelijke bijwerkingen van medicatie groter zijn dan de verwachte positieve effecten wordt dit ‘potentieel ongewenste medicatie’ (PIM) genoemd. PIMs zijn gerelateerd aan een verminderde kwaliteit van leven. IKNL-onderzoeker Laurien Ham en haar collega’s onderzochten in welke mate PIMs door de apotheek zijn afgeleverd aan oudere patiënten met longkanker in de laatste maand voor overlijden.

Over de Nederlandse Kankerregistratie

Alle cijfers op deze pagina zijn gebaseerd op de Nederlandse Kankerregistratie (NKR). De NKR bevat gegevens van alle kankerpatiënten in Nederland sinds 1989, waaronder diagnostiek, tumorkenmerken en behandelingen.

Contact

Voor meer informatie over registratie, onderzoek, regiorapportages en (regionale) werkgroepen bij longkanker, neem contact op met:



Nieuws

Grote praktijkvariatie in profylactische hersenbestralingen bij kleincellige longkanker

Tussen ziekenhuizen bestaat grote praktijkvariatie in het toepassen van profylactische hersenbestralingen bij kleincellig longcarcinoom. Het gebruik van deze bestraling uit voorzorg is de afgelopen jaren afgenomen. Dit heeft echter nog niet geleid tot standaard inzet van MRI-surveillance. Dat blijkt uit het onderzoek van arts-in-opleiding tot radiotherapeut Peter van Rossum (UMC Utrecht) en collega’s dat onlangs in Clinical and Translational Radiation Oncology verscheen.

lees verder

Ruim de helft van de preoperatieve longcarcinoïddiagnosen is onjuist

Zevenenvijftig procent van de preoperatieve bioptdiagnosen longcarcinoïd bleek achteraf onjuist te zijn; de tumorgraad werd vaak onderschat. Arts-onderzoeker Ronald Damhuis (IKNL) is teleurgesteld: ‘Carcinoïden zijn niet erg kwaadaardig dus het liefst opereer je zo zuinig mogelijk, maar een stukje gebiopteerd tumorweefsel blijkt onvoldoende zekerheid te bieden om deze keuze te maken.’ Onlangs verscheen de publicatie hierover, met onderzoeker Laura Moonen (MUMC+) als eerste auteur, in het toonaangevende Journal of Thoracic Oncology (JTO).

lees verder

Medewerkers

Mariëlle Plaisier

portretfoto Marielle Plaisier

expert registratie long, huid, borst

lees verder