Samenwerking
Om de beschikbare praktijkdata over geneesmiddelen verder te verrijken en de impact van deze data te vergroten, werkt IKNL, naast DICA, ook samen met verschillende andere (data)organisaties in diverse projecten. Bekijk hieronder enkele voorbeelden.
Door verbeteringen in (moleculaire) diagnostiek is steeds beter vooraf bekend welke patiënt baat zal hebben bij een behandeling. Dit zorgt er enerzijds voor dat meer patiënten toegang krijgen tot een geneesmiddel dat werkt en anderzijds voorkomt het dat patiënten bij wie een middel niet werkt, onnodig belast worden met bijwerkingen. Daarom heeft IKNL in opdracht van het Zorginstituut gewerkt aan een praktijkmonitor voor moleculaire diagnostiek. Met diverse stakeholders is onderzocht welke klinische vragen een praktijkmonitor moet kunnen beantwoorden, en is de beschikbaarheid en bruikbaarheid van de benodigde data geïnventariseerd. De resultaten en aanbevelingen zijn terug te vinden in de “Roadmap Praktijkmonitor Moleculaire Diagnostiek”.
IKNL werkt als datapartner binnen het internationale DARWIN EU®-netwerk van de EMA, dat real-world gezondheidsdata analyseert ter ondersteuning van wetenschappelijk onderzoek en besluitvorming over geneesmiddelen. Dankzij deze samenwerking zijn veel grotere datasets beschikbaar met een lange registratieperiode, waarmee bijvoorbeeld langetermijneffecten en zeldzame bijwerkingen beter onderzocht kunnen worden.
Met doelmatigheidsstudies kan worden onderzocht of de effectiviteit van een behandeling gelijk blijft bij bijvoorbeeld een kortere behandelduur met een geneesmiddel of een lagere dosering. Dat kan leiden tot betere kwaliteit van leven, minder bijwerkingen en lagere uitgaven. AVL-NKI heeft van KWF subsidie gekregen voor het opzetten van het MED-ACT masterprotocol met als doel om doelmatigheidsstudies efficiënter en tegen lagere kosten uit te kunnen voeren. Specialisten en onderzoekers van het AVL-NKI werken hierin nauw samen met specialisten en onderzoekers van het UMCG, MST en IKNL. Daarnaast zijn de NVMO, NFK, ZN en het Zorginstituut betrokken. Meer informatie over het masterprotocol is te lezen in dit interview.
In het ENDURAnCE-project (Evaluation of esophagogastric cancer treatment with nivolumab in Dutch daily clinical practice) onderzoeken IKNL en Amsterdam UMC het gebruik en de uitkomsten van nivolumab voor patiënten met slokdarm- of maagkanker. Het project wordt gefinancierd door Bristol-Myers Squibb. Er wordt zowel gekeken naar de adjuvante behandeling met nivolumab bij slokdarmkanker, als naar de eerstelijnsbehandeling met nivolumab bij uitgezaaide ziekte. Op basis van (deels extra verzamelde) gegevens uit de NKR wordt onder andere gekeken naar het testen op PD-L1, welke patiënten wel en niet worden behandeld met nivolumab, en wat de algehele en ziektevrije overleving is in de dagelijkse Nederlandse praktijk. Daarnaast wordt met data uit het POCOP-cohort de kwaliteit van leven geanalyseerd.
Vanuit de EORTC Quality of Life Group coördineert IKNL een internationaal project waarbij een vragenlijst wordt ontwikkeld voor het meten van de kwaliteit van leven bij patiënten die CAR-T-celtherapie of bispecifieke antilichaamtherapie ontvangen. Deze innovatieve behandelingen kunnen (ernstige) bijwerkingen met zich meebrengen en daardoor een aanzienlijke impact hebben op de kwaliteit van leven. Om deze impact beter in kaart te brengen, wordt momenteel een passend meetinstrument ontwikkeld. Meer informatie over deze moduleontwikkeling is te vinden op de website van de EORTC.
Door de snelle ontwikkeling van nieuwe behandelingen voor multipel myeloom (MM) is het steeds belangrijker om goed zicht te hebben op wat deze therapieën daadwerkelijk opleveren in de dagelijkse praktijk. Niet alleen overleving, maar ook toxiciteit, symptomen en kwaliteit van leven spelen hierbij een grote rol. Daarnaast wordt de sequentie van behandelingen steeds complexer, waardoor inzicht in welke behandelcombinaties het meeste opleveren in verschillende fasen van de ziekte cruciaal is. Om dit te kunnen volgen is een betrouwbare, gestandaardiseerde gegevensinfrastructuur nodig die actuele real world data beschikbaar maakt.
Daarom werkt IKNL aan de ontwikkeling van een infrastructuur waarmee klinische gegevens, behandeldata en patiëntgerapporteerde uitkomsten (PROMs) op een veilige manier kunnen worden gekoppeld en bijna realtime beschikbaar worden gemaakt. In samenwerking met ziekenhuizen, Performation, Profiel en het R(H)ONDA project wordt onderzocht welke gegevens nodig zijn, hoe deze het beste verzameld kunnen worden en hoe een continue datastroom kan worden ingericht. Deze datastroom maakt het mogelijk om sneller inzicht te krijgen in de effectiviteit, belasting en optimale behandelvolgordes van therapieën, en ondersteunt zo passend gebruik van dure geneesmiddelen.
De behandeling van patiënten met uitgezaaide borstkanker is gericht op levensverlenging en behoud van kwaliteit van leven. De afgelopen jaren zijn er veel nieuwe, vaak dure, systemische middelen geïntroduceerd. Hoewel deze de overleving kunnen verlengen, veroorzaken ze ook vaak bijwerkingen die de kwaliteit van leven verminderen. Ernstige bijwerkingen kunnen leiden tot spoedopnames en/of tot het uitstellen, onderbreken of definitief staken van de behandeling. Het primaire doel van de SYMPHA trial (NL-OMON57204) is om te onderzoeken of we met behulp van digitale patiëntgerapporteerde symptoommonitoring vroegtijdiger bijwerkingen of symptomen van progressie kunnen herkennen. Daarnaast onderzoeken we of de data van Fitbits gebruikt kan worden om de bijwerkingen/symptomen objectief te meten, monitoren en voorspellen. IKNL heeft voor dit onderzoek subsidie ontvangen van KWF en werkt samen met o.a. Erasmus MC, Universiteit Twente, de Borstkanker Onderzoek Groep (BOOG studie 2024-01), patiëntenorganisatie Borstkankervereniging Nederland (BVN) en 28 deelnemende ziekenhuizen.