Wetenschappelijke publicaties

Op deze pagina zijn voorbeelden te vinden van wetenschappelijke publicaties over de inzet en uitkomsten van dure geneesmiddelen op basis van data uit de Nederlandse Kankerregistratie (NKR).

Publicaties in 2026

Geen overlevingsverschil bij directe of uitgestelde immuuntherapie bij uitgezaaide blaaskanker

Patiënten met uitgezaaide blaaskanker krijgen na eerstelijns platinumbevattende chemotherapie vaak immuuntherapie. Sinds de JAVELIN Bladder-100-studie is avelumab als onderhoudsbehandeling standaard: direct na de chemotherapie, om de ziekte stabiel te houden. Voor de komst van avelumab was de standaardzorg om pembrolizumab in te zetten op het moment van ziekteprogressie. Deze studie vergelijkt beide strategieën in de praktijk. De resultaten laten zien dat de algehele overleving niet verbeterde na de invoering van de onderhoudsbehandeling met avelumab, ondanks dat meer patiënten immuuntherapie kregen. De uitkomsten suggereren dat uitgestelde immuuntherapie (starten bij ziekteprogressie) even effectief kan zijn als direct behandelen na chemotherapie. Dit kan voordelen bieden voor patiënt en zorg: minder bijwerkingen (toxiciteit), lagere behandellast en minder druk op zorgcapaciteit. Deze inzichten ondersteunen een afgewogen keuze voor het moment van starten met immuuntherapie, afgestemd op patiënt en klinische situatie.

Lees het artikel over avelumab als onderhoudstherapie vergeleken met pembrolizumab bij ziekteprogressie voor uitgezaaide blaaskanker.

 

Publicaties in 2025

Pembrolizumab bij uitgezaaide blaaskanker: praktijk verschilt van klinische trial

Patiënten met uitgezaaide blaaskanker die in Nederland in de tweede behandellijn pembrolizumab kregen, zijn vergeleken met patiënten uit de KEYNOTE-045 trial. Deze klinische studie vormde de basis voor de registratie van deze behandeling. Uit de analyse blijkt dat patiënten in de dagelijkse praktijk ongunstigere prognostische kenmerken hadden, een kortere behandelduur en een kortere algehele overleving dan patiënten in de trial. Dit verschil bleef ook bestaan wanneer patiënten uit de praktijk voldeden aan de inclusiecriteria van de KEYNOTE-045-trial. De resultaten laten zien dat uitkomsten uit klinische studies niet altijd één-op-één toepasbaar zijn op de dagelijkse zorgpraktijk. Dit inzicht is belangrijk voor patiënten en behandelaren bij het maken van gezamenlijke behandelkeuzes.

Lees het artikel over pembrolizumab in de dagelijkse praktijk vergeleken met de KEYNOTE-045 trial.

Immuuntherapie bij uitgezaaide nierkanker snel standaard in de eerste lijn

De inzet van verschillende vormen van systemische therapie voor uitgezaaide nierkanker op het moment van diagnose is vergeleken over de tijd. In 2018 kregen vrijwel alle systemisch behandelde patiënten in de eerste behandellijn een tyrosinekinaseremmer (94%). Vanaf 2019 kwam de eerste immuuntherapie-combinatie beschikbaar. Dit leidde direct tot een duidelijke verschuiving in de behandelpraktijk: in 2022 kreeg nog slechts ongeveer één op de vijf systemisch behandelde patiënten in de eerste behandellijn een tyrosinekinaseremmer. Het merendeel van de patiënten werd toen behandeld met immuuntherapie. De introductie van immuuntherapie leidde in de periode 2018–2022 niet tot een toename van het totale aandeel patiënten dat systemisch werd behandeld. De studie laat zien hoe waardevol de NKR is voor het volgen van veranderingen in de dagelijkse behandelpraktijk.

Lees het artikel over de adoptie van immuuntherapie bij uitgezaaide nierkanker in Nederland.

Vergelijking van trialuitkomsten met real world referentiecohort toont waarde van trastuzumab deruxtecan bij uitgezaaide maagkanker

In deze studie is op basis van data uit de Nederlandse Kankerregistratie een extern, real-world referentiecohort gecreëerd voor de eenarmige fase II-trial genaamd DESTINY Gastric02. In DESTINY Gastric02 werd trastuzumab-deruxtecan in de tweede behandellijn voor patiënten met HER2-positieve gemetastaseerde maagkanker onderzocht. Uit de vergelijking bleek dat de patiëntgroep die in DESTINY Gastric02 behandeld was met trastuzumab-deruxtecan een langere overleving had dan het gematchte cohort uit de Nederlandse Kankerregistratie die de standaardzorg (ramucirumab-paclitaxel) ontving. Deze analyses ondersteunden direct de goedkeuring van het geneesmiddel door het Europees Geneesmiddelenbureau (EMA).

Lees het artikel over trialuitkomsten van trastuzumab-deruxtecan bij uitgezaaide maagkanker vergeleken met een real-world referentiecohort.

Real-world data bieden vroege inzichten in de waarde van adjuvante nivolumab bij slokdarmkanker

In 2020 liet de CheckMate-577-trial zien dat patiënten met slokdarmkanker langer zonder terugkeer van de ziekte leefden wanneer zij na eerdere behandeling met chemoradiatie en chirurgie nog adjuvant behandeld werden met nivolumab. Dit zorgde ervoor dat dit middel wereldwijd werd ingezet als adjuvante behandeling. Het duurde echter bijna vijf jaar voordat de algehele overlevingsuitkomsten van de patiënten uit CheckMate-577 bekend werden gemaakt. In de tussenliggende periode is vanuit IKNL in samenwerking met het Amsterdam UMC en andere artsen in Nederland onderzocht hoe nivolumab in de dagelijkse praktijk werd toegepast. Hierbij zijn patiënten die het middel kregen vergeleken met een vergelijkbare groep patiënten uit de periode voordat nivolumab in Nederland geïntroduceerd werd. Daaruit kwam naar voren dat de patiënten met nivolumab een betere overleving hadden. Deze inzichten waren beschikbaar nog voordat de officiële overlevingsresultaten van de CheckMate-577 studie werden gepresenteerd, en hebben behandelaren en patiënten daarmee al eerder kunnen ondersteunen bij de behandelkeuze.

Lees het artikel over overlevingsuitkomsten van adjuvante nivolumab bij slokdarmkanker vergeleken met een historisch referentiecohort.

Sociaaleconomische ongelijkheid in toegang tot durvalumab bij longkanker

Patiënten met longkanker en een hogere sociaaleconomische positie ontvangen vaker en eerder immuuntherapie met durvalumab. Dat blijkt uit onderzoek naar het gebruik van durvalumab bij patiënten met longkanker. Dit is een relatief duur geneesmiddel dat wordt ingezet als immuuntherapie bij kanker. De behandeling valt binnen het basispakket van de zorgverzekering. Daardoor ligt het voor de hand dat inkomen geen rol speelt bij het ontvangen van deze behandeling. Dit onderzoek laat zien dat die ongelijkheid er wel degelijk is. De studie combineert gegevens uit de Nederlandse Kankerregistratie (NKR) met geanonimiseerde inkomensgegevens van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). De publicatie en het bijbehorende persbericht kregen brede aandacht en leidden tot een Kamervraag door een Tweede Kamerlid aan de minister van Volksgezondheid.  
Lees het artikel over sociaal-economische ongelijkheid in toegang tot durvalumab bij longkanker.

Waarom sommige patiënten met hematologische kanker geen behandeling krijgen

Ongeveer 16% van de patiënten met diffuus grootcellig B-cellymfoom (DLBCL), multipel myeloom (MM) of acute myeloïde leukemie (AML) ontvangt geen kankergerichte behandeling. Onderzoek bij deze patiëntgroep laat zien welke factoren daarbij een rol spelen. Het aandeel patiënten dat geen kankergerichte behandeling ontvangt verschilt per ziekte. Bij patiënten met acute myeloïde leukemie (AML) gaat het om 26%. Bij diffuus grootcellig B-cellymfoom (DLBCL) is dat 15% en bij multipel myeloom (MM) 10%. De meest voorkomende reden om af te zien van behandeling was een verslechterde fysieke conditie van de patiënt. Andere belangrijke overwegingen waren een bewuste keuze van patiënt en familie en een snelle ziekteprogressie bij AML. Met de real-world data uit de Nederlandse Kankerregistratie konden onderzoekers de gegevens van bijna 27.000 patiënten analyseren en patronen herkennen in de redenen om niet te behandelen. De resultaten benadrukken het belang van gedeelde besluitvorming tussen zorgverleners en patiënten. Inzicht in de factoren achter behandelkeuzes helpt om beter passende zorg te bieden en mogelijke ongelijkheden in het zorgtraject te verminderen. 
Meer details zijn te vinden in dit nieuwsbericht.
Lees het artikel over factoren en overwegingen bij de keuze om af te zien van behandeling bij patiënten met hematologische maligniteiten.

Geen duidelijk verschil in overleving bij stadium III melanoom vóór en na de introductie van adjuvante behandeling

Adjuvante behandeling voor patiënten met stadium III melanoom werd in Nederland enkele jaren geleden beschikbaar. Onderzoekers vergeleken de overleving van patiënten gediagnosticeerd in 2015-2017, vóór beschikbaarheid van adjuvante behandeling, en patiënten gediagnosticeerd in 2019-2020, toen deze behandeling wel beschikbaar was. Uit de vergelijking blijkt dat de 4-jaars overleving niet significant verschilt tussen beide groepen. In het eerdere cohort bedroeg de overleving 71,2%, tegenover 73,8% in het recentere cohort. De mogelijke voordelen van adjuvante therapie moeten dus zorgvuldig worden afgewogen tegen de nadelen en risico’s van behandeling. Definitieve conclusies over de algehele overleving in klinische studies zijn nog niet voor alle adjuvante therapieën beschikbaar. Gegevens uit de Nederlandse Kankerregistratie (NKR) bieden waardevolle aanvullende inzichten in behandeluitkomsten in de klinische praktijk.
Lees het artikel over overleving van patiënten met stadium III melanoom vóór en na de introductie van adjuvante behandeling.

Ziekenhuisvariatie in systemische behandeling bij uitgezaaide slokdarm- en maagkanker

Het ziekenhuis waar een patiënt met uitgezaaide slokdarm- of maagkanker de diagnose krijgt, beïnvloedt de kans op een systemische behandeling en de overleving. Uit onderzoek met data uit de Nederlandse Kankerregistratie (NKR) blijkt dat er in Nederland aanzienlijke verschillen bestaan tussen ziekenhuizen in de toepassing van systemische behandeling (chemotherapie, doelgerichte therapie en immunotherapie) bij patiënten met deze vormen van kanker. Resultaten van de studie laten zien dat het ziekenhuis waar een patiënt de diagnose krijgt samenhangt met de kans op een systemische behandeling. Patiënten die behandeld werden in ziekenhuizen met een lage kans op systemische therapie hadden een slechtere overleving dan patiënten uit ziekenhuizen waar deze behandelingen vaker worden toegepast. De bevindingen onderstrepen het belang van gelijke toegang tot effectieve behandelingen voor alle patiënten met uitgezaaide slokdarm- en maagkanker.
Lees het artikel over ziekenhuisvariatie in systemische behandeling voor uitgezaaide slokdarm- en maagkanker.

Systemische therapie bij niet-kleincellige longkanker verlengt overleving ook bij patiënten met hersenvliesuitzaaiingen

Uitzaaiingen naar de hersenvliezen, ook wel leptomeningeale metastasen genoemd, zijn een zeldzaam verschijnsel bij de diagnose niet-kleincellige longkanker. Ze gingen lange tijd gepaard met een slechte prognose en beperkte behandelopties. Nieuwe behandelvormen, zoals immuuntherapie en nieuwe doelgerichte therapieën, veranderen dit beeld. Deze landelijke studie op basis van Nederlandse Kankerregistratie (NKR)-data geeft inzicht in de behandeling en uitkomsten in de dagelijkse praktijk. De resultaten laten zien dat systemische therapie samenhangt met een duidelijk langere overleving dan alleen ondersteunende zorg. Dit effect is het sterkst bij doelgerichte therapie. De studie vult een belangrijke kennislacune, omdat gegevens uit de praktijk over deze patiëntengroep tot nu toe schaars waren. De uitkomsten ondersteunen een verandering in de klinische benadering: leptomeningeale metastasen zijn geen reden om systemische therapie standaard achterwege te laten. Deze inzichten helpen zorgprofessionals om beter onderbouwde behandelkeuzes te maken voor patiënten met niet-kleincellige longkanker en hersenvliesuitzaaiingen. Meer details zijn te vinden in dit artikel.

Lees het artikel over inzet en uitkomsten van systemische therapie bij patiënten met hersenvliesuitzaaiingen bij niet-kleincellige longkanker.

Systemische behandeling bij uitgezaaide niet-kleincellige longkanker vaak niet gestart of vroeg gestopt

Een groot deel van de patiënten met uitgezaaide niet-kleincellige longkanker zonder behandelbare mutatie ontvangt geen systemische behandeling. Terwijl chemo- en immunotherapie de standaardzorg vormen, start slechts 53% van deze patiënten met behandeling. Patiënten die wel starten met systemische therapie hebben vaak gunstigere kenmerken. Het gaat vaker om jongere en fittere patiënten, patiënten met een hoge PD-L1-expressie en patiënten die gediagnosticeerd worden in een academisch ziekenhuis. De meest toegepaste eerstelijnsbehandeling is chemo-immunotherapie. De éénjaarsoverleving in deze groep bedraagt 51%. Door data uit de Nederlandse Kankerregistratie (NKR) te combineren met aanvullende gegevens uit de zeven Santeon-ziekenhuizen blijkt bovendien dat patiënten regelmatig vroegtijdig stoppen met de behandeling. Van de patiënten die starten met chemotherapie stopt 46% voortijdig. Bij chemo-immunotherapie is dit 34%. Deze resultaten onderstrepen het belang van goede gezamenlijke besluitvorming tussen arts en patiënt.

Lees het artikel over inzet en uitkomsten van systemische therapie bij patiënten met uitgezaaide niet-kleincellige longkanker.

Carboplatine qua overleving gelijkwaardig aan cisplatine bij kleincellige longkanker

Cisplatine is volgens richtlijnen het voorkeursmiddel in de eerstelijnsbehandeling van kleincellige longkanker, vooral bij patiënten met een beperkt stadium. Tijdens de coronapandemie kozen artsen vaker voor carboplatine, omdat deze behandeling minder vaak een ziekenhuisopname vraagt. Deze landelijke studie op basis van Nederlandse Kankerregistratie (NKR)-data laat zien dat deze verschuiving geen negatieve invloed heeft op de overleving. In eerste instantie leken de uitkomsten met carboplatine minder gunstig, maar na correctie voor factoren zoals leeftijd en conditie verdween dit verschil. Naast overleving keek de studie ook naar bijwerkingen. De resultaten laten duidelijke verschillen zien: carboplatine gaf vaker hematologische toxiciteit, cisplatine veroorzaakte vaker neurologische en nierproblemen. Deze inzichten maken het mogelijk om de keuze voor platinum-chemotherapie beter af te stemmen op de individuele patiënt. De resultaten ondersteunen een bredere inzet van carboplatine in de dagelijkse praktijk, zonder nadelige gevolgen voor de overleving.

Lees het artikel over carboplatine versus cisplatine bij kleincellige longkanker.