nieuws


nieuws over onderzoek

  • Bij kinderen in de leeftijd van 0-14 jaar zijn leukemie, tumoren in het centraal zenuwstelsel en lymfomen wereldwijd de meest voorkomende kankersoorten. Op hogere leeftijd (15-19 jaar) wijzigt die rangorde zich in lymfomen, de groep ‘epitheliale tumoren en melanomen’ en leukemie. Dat blijkt uit een grote internationale studie waaraan 153 kankerregistraties uit 62 landen deelnamen onder leiding van dr. Eva Steliarova-Foucher (IARC) en collega’s. Namens de Nederlandse Kankerregistratie (NKR) werkte dr. Otto Visser mee aan het onderzoek. De uitkomsten kunnen bijdragen aan het opsporen van oorzaken en het formuleren van volksgezondheidsbeleid door overheden om te voldoen aan de Sustainable Development Goals.
    Lees meer
  • Uitzaaiingen in de okselklieren zijn een belangrijke prognostische indicator bij patiënten met invasieve borstkanker. Voorheen werden alle okselklieren chirurgisch verwijderd, wat tot serieuze complicaties en bijwerkingen kon leiden. Met echogeleide okselklierbiopsie of een schildwachtklierprocedure kan nu nauwkeuriger worden vastgesteld of er wel of geen uitzaaiingen in de oksel aanwezig zijn, zodat een okselklierdissectie achterwege kan blijven. Nicole Verheuvel promoveert 21 juni op een proefschrift, waarin ze de paradigmaverschuiving beschrijft sinds de introductie van deze technieken. Er bestaan echter nog grote verschillen bij de behandeling van diverse groepen patiënten met positieve klieren, waardoor een okselklierdissectie soms noodzakelijk blijft.
    Lees meer
  • De overleving van patiënten met schildklierkanker is tussen 2000 en 2007 toegenomen in Europa. Dat blijkt uit een omvangrijke studie met data van bijna 50% van de Europese populatie in 29 EU-landen. Volgens de auteurs kan de stijgende overleving, maar ook de variatie tussen landen, voornamelijk worden verklaard door verschillen in het type schildklierkanker en de sterke toename van het papillaire type. Ook wordt gewezen op het risico van overdiagnostiek en potentieel schadelijke behandelingen. Dit vraagt om meer specifieke diagnostiek en aanvullend onderzoek naar de langetermijnprognoses en de kwaliteit van leven van deze patiënten.
    Lees meer
  • Prognostische instrumenten als PREDICT en Adjuvant! geven over het algemeen redelijk goede ramingen voor de algehele 10-jaarssterfte bij patiënten met borstkanker tot 50 jaar. Bij een aantal subgroepen vertonen beide instrumenten echter onder- en overschattingen, zo blijkt uit onderzoek van Ellen G. Engelhardt (LUMC) en een groep collega’s uit binnen- en buitenland. Volgens de onderzoekers dienen prognostische instrumenten voorzichtig gehanteerd te worden, omdat schijnbaar geringe variaties aanzienlijke invloed kunnen hebben op de besluitvorming rond een medische behandeling.
    Lees meer
  • Patiënten met baarmoederkanker met een hoog pre- en een laag postoperatief risico hebben een minder gunstige prognose in vergelijking met patiënten met een concordant laag risico. Dat zijn de belangrijkste bevindingen van een studie uitgevoerd door Florine Eggink (UMC Groningen) en collega’s naar overeenkomsten en verschillen tussen pre- en postoperatieve risicostratificaties. Volgens de onderzoekers onderstreept deze studie de onafhankelijke prognostische waarde van preoperatief, pathologisch onderzoek, waarvan de uitkomsten meegewogen dienen te worden in de klinische besluitvorming.
    Lees meer
  • Er is in Nederland minimale ongelijkheid wat betreft de sociaaleconomische status (SES) van patiënten met een vroeg stadium van borstkanker en de naleving van richtlijnen voor chemotherapie na een borstoperatie. Dat blijkt uit een studie van Anne Kuijer (Diakonessenhuis) en collega’s met gegevens uit de Nederlandse Kankerregistratie (NKR). Over het algemeen hebben patiënten met een lage sociaaleconomische status een iets kleinere kans om chemotherapie na de operatie te krijgen, maar dat is volgens de onderzoekers niet te wijten aan een gebrek aan financiële mogelijkheden. Het verschil wordt waarschijnlijk veroorzaakt doordat patiënten met een hoge SES meer geneigd zijn om alle therapeutische opties te doorlopen, zelfs als het voordeel daarvan onzeker is.
    Lees meer
  • Lymfeklierkanker en de behandeling ervan kunnen negatieve gevolgen hebben voor patiënten. Een kwart van de patiënten rapporteert psychische klachten tot lang na de diagnose. Betere hulpmiddelen voor het omgaan met kanker kunnen het risico op deze negatieve gevolgen verminderen. Daarom is oktober 2016 de gerandomiseerde trial ‘Lymphoma InterVEntion’ (LIVE) gestart. Daarin wordt onderzocht of individuele terugkoppeling van uitkomsten (kwaliteit van leven) en toegang tot een online zelfhulp (Leven met lymfeklierkanker) bijdraagt aan het verminderen van psychische klachten en eigen krachten versterkt, zoals zelfmanagement en tevredenheid over informatie.
    Lees meer
  • Therapie met het middel S-1 hangt samen met een significant lagere incidentie van het hand-voetsyndroom ten opzichte van behandeling met capecitabine bij Westerse patiënten met gemetastaseerde dikkedarmkanker. Dat blijkt uit een studie van J. Kwakman en collega’s gepubliceerd in de European Journal of Cancer. Bij geselecteerde patiënten kan behandeling, beginnend met fluoropyrimidine monotherapie, een geldig alternatief zijn voor combinatietherapie. Monotherapie wordt vaak gebruikt bij oudere of zwakke patiënten. Daarom mogen de uitkomsten van deze studie niet worden vergeleken met de resultaten bij patiënten met darmkankermetastasen in de algemene populatie.
    Lees meer
Nieuwsbrieven
U kunt zich abonneren op de nieuwsbrieven van IKNL via onderstaande knop.

volg ons: