nieuws


nieuws over onderzoek

  • Sinds 1 juni 2018 is een nieuwe bijzondere leerstoel ingesteld door IKNL, in samenwerking met de Associatie Hospicezorg Nederland (AHzN). Professor dr. Carlo Leget bekleedt de leerstoel, die gevestigd is aan de Universiteit voor Humanistiek (UvH) in Utrecht. De bijzondere leerstoel is opgezet omdat er nog weinig kennis is over de omvang en de impact van zingevingsvraagstukken, terwijl zingeving een belangrijk component is van goede palliatieve zorg.
    Lees meer
  • Bij patiënten met een gevorderd stadium van rectumkanker die behandeld zijn met chemoradiotherapie komt vaker een complete pathologische respons voor dan bij vergelijkbare patiënten die radiotherapie kregen. Dat blijkt uit een studie van Anouk Rombouts (Radboudumc Nijmegen) en collega’s met behulp van gegevens van patiënten die tussen 2005 en 2014 zijn gediagnosticeerd afkomstig uit de Nederlandse Kankerregistratie (NKR). Patiënten die behandeld werden met (chemo)radiotherapie kregen meestal een totale mesorectale excisie, terwijl bij een deel van deze patiënten orgaanpreservatie mogelijk haalbaar was geweest. De onderzoekers adviseren om aanvullende, prospectieve studies uit te voeren om de invloed van overige uitkomstparameters vast te stellen.
    Lees meer
  • Chemotherapie-geïnduceerde perifere neuropathie heeft ernstige consequenties voor de kwaliteit van leven van (ex-)patiënten met eierstokkanker die eerder chemotherapie kregen. Uit onderzoek van Cynthia Bonhof (Tilburg University, IKNL) en collega’s blijkt dat motorische perifere neuropathiesymptomen twaalf maanden na de behandeling significant verbeterden, maar dat sensorische perifere neuropathiesymptomen bleven bestaan. Volgens de onderzoekers dient in toekomstige studies de focus te liggen op de invloed van verschillende behandelingen op het optreden van chemotherapie-geïnduceerde perifere neuropathie en het voorkomen en verminderen van deze symptomen.
    Lees meer
  • In samenwerking met 46 ziekenhuizen in Nederland verricht IKNL momenteel een klinische trial naar een aangepaste, lagere frequentie van de follow-up bij patiënten die eerder zijn behandeld vanwege een vroeg stadium van baarmoederkanker. Nicole Ezendam (IKNL) en collega’s verwachten dat patiënten in de interventiegroep (met een lagere frequentie van de follow-up) een vergelijkbare tevredenheid over de ontvangen nazorg en resultaten zullen hebben in combinatie met een lager zorggebruik en tegen minder kosten in vergelijking met de controlegroep.

    Lees meer
  • De uitkomsten van het gebruik van ipilimumab in de klinische praktijk bij de behandeling van patiënten met gemetastaseerd cutaan melanoom verschilt enigszins van de resultaten die eerder zijn gerapporteerd in fase III-trials. Dat concluderen Anouk Jochems (UMC Leiden) en collega’s op basis van een studie met gegevens van patiënten die tussen juli 2012 en juli 2015 zijn behandeld. De onderzoekers betwisten het belang niet van fase III-trials, die blijven cruciaal voor het vaststellen van de werkzaamheid van medicijnen en behandelingen. Maar gegevens uit de dagelijkse praktijk hebben een grote toegevoegde waarde om de generaliseerbaarheid van uitkomsten van behandeling met ipilimumab in de klinische praktijk te vergroten.
    Lees meer
  • Nationaal wetenschappelijk bewijs voor de relatie tussen het ziekenhuisvolume en de uitkomsten van chirurgie leidde tot het begin van concentratie van chirurgische behandeling van patiënten met slokdarm-, alvleesklier- en blaaskanker. Aanvullende regulering door middel van minimale volumenormen bleek echter nodig om een brede implementatie van deze veranderingen in de klinische praktijk te borgen. Dit blijkt uit een studie van Melvin Kilsdonk (IKNL, Universiteit Twente) en collega’s.
    Lees meer
  • Er is geen wetenschappelijk bewijs voor de hypothese dat er een relevant en oorzakelijk verband bestaat tussen Q-koorts en het ontwikkelen van non-hodgkinlymfoom. Dat concluderen Sonja van Roeden (UMC Utrecht) en collega’s op basis van een studie met gegevens uit de Nederlandse Kankerregistratie (NKR) van patiënten gediagnosticeerd tussen 1 januari 2002 tot 31 december 2013. In 2009 werd wel een verband gevonden, maar in de jaren daarna niet meer. Omdat de meeste incidenties van Q-koorts in 2009 zijn geconstateerd zou slechts een zeer kort tijdsbestek tussen infectie en ontwikkeling van non-hodgkinlymfoom verantwoordelijk zijn geweest voor deze bevinding. Dat is volgens de onderzoekers niet waarschijnlijk. 
    Lees meer
  • Een korte periode van duidelijke achteruitgang van de kwaliteit van leven in de laatste levensmaanden is typerend voor patiënten met vergevorderde kanker. Deze scherpe daling van de kwaliteit van leven kan een belangrijke aanleiding zijn voor het starten van communicatie en besluitvorming over het naderende levenseinde en daarmee samenhangende behandeling en ondersteunende zorg. Idealiter zou dit gesprek eerder moeten beginnen, maar timing blijft een uitdaging. ‘Het lijkt altijd te vroeg, totdat het te laat is.’ Natasja Raijmakers (IKNL) en collega’s tonen aan dat het meten van de kwaliteit van leven haalbaar is door patiënten periodiek een vragenlijsten in te laten vullen in hun laatste levensjaar.
    Lees meer
Nieuwsbrieven
U kunt zich abonneren op de nieuwsbrieven van IKNL via onderstaande knop.

volg ons: