COVID-19 en kanker

De tweede coronagolf in het najaar van 2020 heeft vooralsnog niet geleid tot een daling van het aantal nieuwe kankerdiagnoses in Nederland: in oktober tot en met december 2020 was het aantal nieuwe kankerdiagnoses zelfs iets hoger dan in voorgaande jaren. Deze verhoging komt waarschijnlijk doordat een deel van de diagnoses, die tijdens de eerste golf in het voorjaar van 2020 niet zijn gesteld, later dit jaar met enige vertraging alsnog zijn gesteld. De achterstand in het aantal diagnoses in het voorjaar is daarmee ten dele ingehaald.

Voor kankerdiagnoses die normaliter bij bevolkingsonderzoeken worden gesteld, borst- en darmkanker, is (nog) geen inhaaleffect zichtbaar. Doordat de bevolkingsonderzoeken vanaf de zomer weer zijn opgestart was het aantal diagnoses per maand in het najaar weer vergelijkbaar met voorgaande jaren. Een tweede dip in het aantal diagnoses is waarschijnlijk voorkomen doordat mensen met klachten op tijd contact hebben opgenomen met de huisarts en vervolgens de noodzakelijke diagnostiek heeft plaatsgevonden. Dat toont de grote inzet van zowel de huisartsen als de zorgprofessionals in de ziekenhuizen en het vertrouwen van de patiënt weer zorg te zoeken bij klachten.

Voorjaar 2020: drie maanden lang minder diagnoses 

Afgelopen zomer constateerden we dat door drie maanden lang minder diagnoses minstens vijfduizend diagnoses nog niet waren gesteld. Als gevolg van de COVID-19-crisis was het aantal nieuwe kankerdiagnoses in maart, april en mei 20-25% lager dan gebruikelijk. In bovenstaande grafiek wordt het aantal nieuwe kankerpatiënten per maand in 2020 vergeleken met de voorgaande drie jaren. Basaalcelcarcinoom en plaveiselcelcarcinoom van de huid worden getoond in een aparte grafiek vanwege de grote aantallen en omdat ze zelden levensbedreigend zijn. Bij deze huidtumoren daalde het aantal nieuwe tumoren zelfs met meer dan de helft.

Omdat het absolute aantal kankerdiagnoses in Nederland toeneemt in de tijd als gevolg van bevolkingsgroei en vergrijzing, zou normaal gesproken de verwachting zijn dat het aantal diagnoses in 2020 boven het gemiddelde van de voorgaande drie jaren zou liggen. In maart, april en mei was het aantal nieuwe kankerpatiënten duidelijk lager dan in de drie voorgaande jaren. In juni, juli en augustus was het aantal nieuwe kankerpatiënten weer vrijwel gelijk aan de voorgaande jaren.

Najaar 2020: inhaalslag 

In september-december is te zien dat er sprake was van een inhaalslag, want het aantal diagnoses was in 2020 hoger dan de voorgaande drie jaren. Door dit hogere aantal diagnoses in het najaar is de achterstand ten opzichte van de voorgaande jaren inmiddels bij de meeste soorten kanker grotendeels ingehaald. Dit is onder andere te zien bij prostaatkanker en melanoom. Er is daardoor vooralsnog geen effect waarneembaar van beperkingen in de zorg ten gevolge van de tweede coronagolf. Bij huidkanker, hoofd-halskanker en kanker van de vrouwelijke geslachtsorganen startte de inhaalslag al in de zomer. Door de snelle inhaalslag is de vertraging in diagnose voor veel patiënten naar verwachting beperkt gebleven. Van de impact van de vertraging in diagnose op het stadium en de gevolgen hiervan op de noodzakelijke behandeling, klachten hierna en de overleving is nu nog geen inschatting te geven en hierover zal later worden gerapporteerd.

Daling aantal diagnoses verschilt per soort kanker

Op dit moment is er bij enkele tumoren nog een achterstand in aantal diagnoses ten opzichte van voorgaande jaren. Als gevolg van het tijdelijk stopzetten van de bevolkingsonderzoeken zijn er minder diagnoses borst- en darmkanker gesteld (zie toelichting hieronder). In het voorjaar was ook de daling in het aantal diagnoses prostaatkanker groot en in de zomer bleef het aantal diagnoses ongeveer 15% lager dan verwacht. Mogelijk werd dit verklaard door uitgesteld bezoek aan de huisarts van mannen zonder of met milde symptomen/klachten. Via ‘opportunistische’ screening met een PSA-test worden veel gevallen van prostaatkanker opgespoord. Omdat via deze test ook veel langzaam groeiende tumoren worden gevonden, waarbij vaak een 'actief volgbeleid' wordt geadviseerd, wordt aangenomen dat de gezondheidsschade van een uitgestelde diagnose bij deze groep mannen (met laag risico prostaatkanker) beperkt zal zijn. Door de inhaalslag dit najaar bij prostaatkanker is de achterstand in het aantal diagnoses kanker van de mannelijke geslachtsorganen deels verdwenen. Ook het aantal diagnoses van longkanker en lever- galweg- en alvleesklierkanker is in 2020 lager dan de voorgaande jaren. Naast COVID-19 kan dit te maken hebben met het feit dat veel patiënten met deze aandoeningen zich presenteren met uitzaaiingen waarvan pas bij nader onderzoek bekend wordt dat die worden veroorzaakt door longkanker of kanker van de lever, galwegen of alvleesklier. Deze nadere informatie wordt later toegevoegd aan de Nederlandse Kankerregistratie. 

Bevolkingsonderzoeken

Het bevolkingsonderzoek baarmoederhalskanker werd tijdelijk onderbroken. Hierbij worden met name voorstadia gevonden en daarom is van de onderbreking op korte termijn geen effect te verwachten op de incidentie van baarmoederhalskanker.

Bij het bevolkingsonderzoek darmkanker worden vooral voorstadia en T1-tumoren gevonden. De daling van het aantal diagnoses van darmkanker in de screeningspopulatie (55-75 jaar) was dit voorjaar duidelijk groter dan in de niet-screeningspopulatie. Medio mei is het bevolkingsonderzoek darmkanker gefaseerd weer opgestart. Dit heeft ertoe geleid dat het aantal diagnoses in de screeningspopulatie weer toegenomen is. Als gevolg van de invoering van het bevolkingsonderzoek darmkanker in 2014 was er de afgelopen jaren een daling in aantal nieuwe patiënten met darmkanker. Deze dalende trend en de COVID-19-crisis spelen beide een rol in het lagere aantal diagnoses darmkanker in 2020 ten opzichte van voorgaande jaren.

Bij borstkanker was er het afgelopen voorjaar na huidkanker de grootste daling van alle tumoren. Deze daling is het sterkst bij vrouwen van 50-74 jaar, de leeftijdsgroep die voor het bevolkingsonderzoek wordt uitgenodigd.

Stadiumverdeling

Gegevens over het stadium bij diagnose zijn alleen nog beschikbaar voor borstkanker en zullen medio 2021 voor andere kankersoorten volgen. De eerste cijfers over de stadiumverdeling van borstkanker van alle leeftijden laten zien dat vooral de incidentie van borstkanker met de laagste stadia (ductaal carcinoma in situ-DCIS, stadium I & II) is gedaald. De incidentie van borstkanker met een hoger stadium (stadium III en IV) is zoals verwacht laag. Van maart tot mei 2020 waren er iets minder tumoren met een hoog stadium dan in de voorgaande periode, maar de incidentie was al heel snel terug op het gebruikelijke niveau.

De daling in aantal diagnoses borstkanker met een laag stadium was te verwachten. De daling bij vrouwen in de screeningsleeftijd is grotendeels gerelateerd aan de tijdelijke stopzetting van het bevolkingsonderzoek. Bij het bevolkingsonderzoek worden met name kleine tumoren zonder klachten ontdekt. Het bevolkingsonderzoek borstkanker is medio juni gefaseerd weer opgestart. Vanwege onder andere de maatregelen rondom COVID-19 ontvangen echter nog steeds minder vrouwen dan gebruikelijk een uitnodiging. Het is nog onduidelijk hoeveel diagnoses later alsnog gesteld zullen worden, omdat de tot nu toe gemiste diagnoses grotendeels langzaam groeiende tumoren zullen zijn die geen klachten geven.

Echter, op termijn zou de vertraging in diagnose kunnen leiden tot een toename van tumoren met een hoog stadium, met bijbehorende zwaardere behandeling. Of dat effect zal optreden en/of welke gevolgen dat heeft voor de kwaliteit van leven en kans op overleven is nu nog niet te zeggen.

Behandelingen

In verband met de COVID-19-uitbraak zijn door de wetenschappelijke verenigingen behandelprotocollen voor kankerpatiënten aangepast, zowel om de risico’s op COVID-19-besmetting voor patiënten zo laag mogelijk te houden als om de meest noodzakelijke zorg te prioriteren. In lijn met het gedaalde aantal diagnoses is het aantal operatieve ingrepen bij kanker in het voorjaar gedaald, dat blijkt uit gegevens die DHD en IKNL samenbrachten. Vanaf week 12 (eind maart) waren er een kwart minder operatieve ingrepen dan in het gemiddelde van week 2 t/m 8. Vanaf medio mei (week 20) is het aantal operatieve ingrepen weer gestegen.

Bij hormoontherapie, bestraling en immunotherapie is hetzelfde patroon te zien als bij de operatieve ingrepen. Het kleinste effect is er bij de behandeling met chemotherapie: vanaf week 12 is een kleine daling zichtbaar, maar in de daarop volgende weken treedt er weer herstel op. De onderstaande figuren laten het aantal behandelde patiënten zien. Het kan zijn dat op basis van de aangepaste protocollen de dosering of het aantal giften/fracties of kuren van chemotherapie, immunotherapie, hormoontherapie en bestraling anders zijn dan voor de coronacrisis. Medio februari 2021 verwachten we een volgende update over behandelingen te kunnen geven samen met DHD.

Voorlopige cijfers

Om het totale aantal diagnoses van 2020 te kunnen vergelijken met de voorgaande jaren zijn alleen pathologisch bevestigde eerste invasieve tumoren meegenomen. De informatie over de diagnose is grotendeels gebaseerd op uitslagen van de pathologielaboratoria die zijn verkregen m.b.v. het Pathologisch-Anatomisch Landelijk Geautomatiseerd Archief  (PALGA). Bij een vermoeden op kanker wordt vaak een biopt of een cytologische punctie genomen op basis waarvan de patholoog beoordeelt of er sprake is van kanker. Bij een deel van de kankerpatiënten wordt de diagnose pas gesteld als na een operatieve ingreep tumorweefsel opnieuw door de patholoog wordt beoordeeld. Hierdoor kunnen de diagnoses van de meest recente periode later nog worden bijgesteld. Van één ziekenhuis kunnen geen voorlopige cijfers worden verkregen en daarom is dit ziekenhuis geheel uit de vergelijking weggelaten.

Bij 5-10% van de patiënten wordt geen biopt, punctie of operatie gedaan. Deze zogeheten ‘klinische diagnoses’ worden pas later door de ziekenhuizen via DHD aan de Nederlandse Kankerregistratie aangeleverd en daarom zijn deze voor alle onderzochte jaren niet meegenomen in de berekeningen.

Monitoring effecten van latere diagnose

Het is nog niet te zeggen of door de vertraging in diagnostiek kanker vaker in latere stadia wordt gediagnosticeerd. Bij een diagnose in een later stadium van kanker kan een zwaardere behandeling nodig zijn en kan de kans op overleving verminderd zijn. Of de gewijzigde behandelprotocollen, die zijn opgesteld door de beroepsgroepen tijdens de eerste golf, gevolgen hebben voor de uitkomsten is evenmin duidelijk. De gevolgen van de COVID-19-epidemie op het aantal kankerdiagnoses, behandelpatronen en uiteindelijk ook de uitkomsten zal IKNL blijven monitoren, in samenwerking met het PALGA en DHD, in nauwe afstemming met de partners van de landelijke Taskforce Oncologie en de Nederlandse Zorgautoriteit.

Tijdslijn

Beperken van de impact

IKNL presenteert deze cijfers samen met de Taskforce Oncologie. De partijen die hierin vertegenwoordigd zijn, zetten zich in om samen de impact van de coronacrisis voor patiënten met kanker zoveel mogelijk te beperken. De Taskforce Oncologie wordt gevormd door de Nederlandse Federatie van Kankerpatiëntenorganisaties (NFK), Nederlandse Vereniging van Ziekenhuizen (NVZ), de Nederlandse Federatie van Universitair Medische Centra (NFU), het Nederlands Huisartsen Genootschap (NHG), de Stichting Oncologische Samenwerking (SONCOS) (die de Federatie Medisch Specialisten, FMS, vertegenwoordigt, het Citrienprogramma ‘Naar regionale oncologienetwerken) en IKNL.

Neem voor vragen contact op met woordvoerder Akke Albada, 06 18 41 86 67

Tweede coronagolf vooralsnog geen invloed op het aantal nieuwe kankerdiagnoses

aantal nieuwe patiënten met kanker per maand in 2020 t.o.v. 2017-2019

De tweede coronagolf heeft in oktober en november nog geen nieuwe dip in het aantal kankerdiagnoses veroorzaakt. Het aantal nieuwe kankerdiagnoses was in deze maanden zelfs iets hoger dan in voorgaande jaren. Deze verhoging komt waarschijnlijk doordat diagnoses die in de eerste golf in het voorjaar niet zijn gesteld, later dit jaar met enige vertraging alsnog zijn gesteld. De achterstand in het aantal diagnoses in het voorjaar is daarmee voor een deel ingehaald.

lees verder

Impact coronacrisis op diagnose melanoom

Er zijn ongeveer 1.000 minder diagnoses melanoom gesteld dan verwacht door de Covid-crisis. De verslechtering van prognose hangt samen met hoelang het uitstel duurt. Met een model is berekend wat de impact van de latere diagnoses waarschijnlijk zal zijn. De resultaten staan in het RIVM-rapport 'Impact van de eerste COVID-19 golf op de reguliere zorg en gezondheid' waaraan IKNL heeft bijgedragen. 

lees verder

Eén op drie kankerpatiënten kreeg andere zorg eerste weken COVID-19-crisis

senior man met mondkapje

Eén op drie patiënten met kanker heeft in de eerste vier tot zes weken van de COVID-19-crisis veranderingen in de zorg ervaren. Het ging hierbij om uitgestelde of afgezegde behandelingen en follow-ups of vervanging van consulten door telefoon- en beeldgesprekken. Dat blijkt uit onderzoek van Lonneke van de Poll-Franse (IKNL, NKI, Tilburg University) en collega’s. De crisis lijkt meer impact te hebben op het mentaal welbevinden van de algemene bevolking dan op patiënten met kanker, die door deze diagnose vaak al beperkt zijn in hun sociale contacten en bewegingsvrijheid.

lees verder

Inhaalslag kankerdiagnoses dit najaar

In september en in mindere mate oktober is er een inhaalslag in het aantal nieuwe kankerdiagnoses geweest. Hiermee is de achterstand in het aantal diagnoses door de COVID-19-crisis in het voorjaar voor een deel ingehaald. In juni, juli en augustus was het aantal kankerdiagnoses vergelijkbaar met voorgaande jaren. Op dit moment waart de tweede golf van COVID-19 door Nederland. Het is nog te vroeg om de invloed van de tweede coronagolf dit najaar op het aantal kankerdiagnoses te zien. Het is van het grootste belang dat mensen met klachten naar de huisarts blijven gaan en dat de diagnostiek en behandeling in ziekenhuizen zoveel mogelijk door gaat.

lees verder

Minder diagnoses borst- en darmkanker door coronacrisis

Door de coronacrisis dit voorjaar zijn minder diagnoses borst- en darmkanker gesteld. In de leeftijdsgroepen die voor de bevolkingsonderzoeken worden uitgenodigd was de daling in het aantal diagnoses veel groter dan in de andere leeftijdsgroepen. Bij borstkanker en de voorstadia daarvan gaat het om een derde minder diagnoses bij 50-74-jarigen en bij darmkanker om een vijfde minder diagnoses bij 55-75-jarigen, de leeftijdsgroep die voor het bevolkingsonderzoek wordt uitgenodigd. Dat schrijven Avinash Dinmohamed, Sabine Siesling en anderen in het tijdschrift Journal of Hematology & Oncology op basis van gegevens uit de Nederlandse Kankerregistratie gebaseerd op voorlopige diagnoses van de pathologiedatabase PALGA.

lees verder

NKR monitort impact COVID-19-pandemie op uro-oncologische zorg

jonge man aan beeldscherm

Op dit moment wordt de reguliere zorg weer afgeschaald vanwege de tweede COVID-19-golf. Naast afname en uitstel van het aantal kankerdiagnoses zijn andere effecten op de oncologische zorg nog grotendeels onbekend. Welk effect heeft uitstel of aanpassing van de zorg op de uitkomsten van behandeling? Deze en andere vragen kunnen in de toekomst worden beantwoord op basis van data uit de Nederlandse Kankerregistratie (NKR).

lees verder

Movember: prostaat- en teelbalkanker en de impact van de COVID-19-pandemie

Door de COVID-19-pandemie lag het aantal kankerdiagnoses in de eerste maanden van dit jaar 20 tot 25% lager dan gebruikelijk op basis van voorlopige diagnoses in de Nederlandse Kankerregistratie (NKR). Gedurende de zomermaanden lag het totaal aantal diagnoses weer grotendeels op een te verwachten peil. Maar, geldt dit ook voor prostaat- en teelbalkanker, de twee tumoren die deze maand centraal staan in het kader van Movember?

lees verder

Update kankerdiagnoses tijdens de COVID-19-epidemie

In september is er een inhaalslag in aantal diagnoses kanker geweest. Hiermee is de achterstand door het lagere aantal diagnoses door de COVID-19-crisis in het voorjaar voor een deel ingehaald. In juni, juli en augustus was het aantal kankerdiagnoses vergelijkbaar met voorgaande jaren. Op dit moment waart echter de tweede golf van COVID-19 door Nederland. Het is van het grootste belang dat mensen met klachten naar de huisarts blijven gaan en dat de diagnostiek en behandeling in ziekenhuizen zoveel mogelijk door gaat.

lees verder