COVID-19 en kanker

In de eerste helft van 2021 zien we geen negatief effect van de coronaepidemie op het aantal nieuwe kankerdiagnoses: het aantal diagnoses was in 2021 6% hoger dan gemiddeld in 2017-2019. Dat is in lijn met de gebruikelijke stijging van ongeveer 2% per jaar door de toenemende vergrijzing en de bevolkingsgroei. Daarnaast is er waarschijnlijk een inhaaleffect van diagnoses die in 2020 niet zijn gesteld. De schommelingen in het aantal diagnoses per maand worden vooral veroorzaakt verschillen in het aantal werkdagen (veel werkdagen in maart en juni, weinig werkdagen in mei). Over de stadiumverdeling en behandelingen in 2021 zijn voor enkele kankersoorten betrouwbare data beschikbaar. De beschikbare stadiumgegevens van tumoren waarvan de diagnoses gesteld zijn in 2020 laten geen significante verschuiving zien naar hogere stadia van kanker bij diagnose. Bij de behandeling zien we dat de maatregelen en adviezen vanuit de wetenschappelijke verenigingen veelal zijn opgevolgd.

In bovenstaande grafieken wordt het aantal nieuwe kankerpatiënten per maand in 2020 en 2021 vergeleken met de periode 2017-2019. Basaalcelcarcinoom (BCC) en plaveiselcelcarcinoom (PCC) van de huid komen erg veel voor en zijn vrijwel nooit levensbedreigend, daarom staan deze aantallen diagnoses in een aparte grafiek.

De eerste golf van de coronaepidemie heeft in het voorjaar van 2020 gezorgd voor een sterke daling van het aantal kankerdiagnoses: 20-25% lager dan gebruikelijk. Bij huidtumoren daalde het aantal nieuwe tumoren zelfs met meer dan de helft. In de zomer van 2020 constateerden we dat minstens vijfduizend diagnoses nog niet waren gesteld. De tijdelijke stopzetting van de bevolkingsonderzoeken voor borst- en darmkanker heeft hier sterk aan bijgedragen.

Bij de tweede golf van de corona-epidemie (vanaf september 2020) bleef een daling van het aantal kankerdiagnoses uit. In het najaar van 2020 was het aantal diagnoses zelfs iets hoger dan in voorgaande jaren. Waarschijnlijk is in die periode een deel van de eerder niet gestelde diagnoses alsnog gesteld. In totaal waren er over heel 2020 4.000 minder diagnoses gesteld dan in 2019.

Een tweede dip in het aantal kankerdiagnoses eind 2020 en begin 2021 is waarschijnlijk voorkomen doordat mensen met klachten op tijd contact hebben opgenomen met de huisarts en dat huisartsen en zorgprofessionals in de ziekenhuizen hun werkwijze hebben aangepast aan de nieuw ontstane situatie. Hierdoor kon de diagnostiek weer als vanouds plaatsvinden. Daarnaast zijn vanaf de zomer 2020 de bevolkingsonderzoeken weer geleidelijk opgestart.

Voorjaar 2020: drie maanden lang minder diagnoses 

In de zomer van 2020 constateerden we dat door drie maanden lang minder diagnoses minstens vijfduizend diagnoses nog niet waren gesteld. Als gevolg van de covid-19-crisis was het aantal nieuwe kankerdiagnoses in maart, april en mei van 2020 20-25% lager dan gebruikelijk. In bovenstaande grafiek wordt het aantal nieuwe kankerpatiënten per maand in 2020 en 2021 vergeleken met de voorgaande drie jaren. Basaalcelcarcinoom en plaveiselcelcarcinoom van de huid worden getoond in een aparte grafiek vanwege de grote aantallen en omdat ze zelden levensbedreigend zijn. Bij deze huidtumoren daalde het aantal nieuwe tumoren zelfs met meer dan de helft.

Najaar 2020: inhaalslag 

Vanaf september 2020 is te zien dat er sprake is van een inhaalslag, want het aantal diagnoses was in de meeste maanden hoger dan de voorgaande drie jaren. Door het hogere aantal diagnoses in het najaar van 2020 en begin 2021 is de achterstand ten opzichte van de voorgaande jaren inmiddels bij de meeste soorten kanker grotendeels ingehaald. Dit is onder andere te zien bij prostaatkanker en melanoom. Bij huidkanker en kanker van de vrouwelijke geslachtsorganen startte de inhaalslag al in de zomer. Door de snelle inhaalslag is de vertraging in diagnose voor veel patiënten naar verwachting beperkt gebleven.

Op dit moment is er alleen bij borst- en darmkanker nog een daling in het cumulatieve aantal diagnoses vanaf maart 2020 ten opzichte van voorgaande jaren zichtbaar. Bij beide kankersoorten is dit een gevolg van het tijdelijk stopzetten van de bevolkingsonderzoeken (zie toelichting hieronder). Daarnaast geldt bij darmkanker dat de incidentie een sterk dalende tendens vertoont. De daling die nu rest past in die trend.

Bevolkingsonderzoeken

De bevolkingsonderzoeken zijn voorjaar 2020 ongeveer drie maand stopgezet.

Bij het bevolkingsonderzoek baarmoederhalskanker worden met name voorstadia gevonden en daarom is van de onderbreking op korte termijn geen effect te verwachten op de incidentie van baarmoederhalskanker.

Bij borstkanker was er in het voorjaar van 2020 na huidkanker de grootste daling van alle tumoren. Deze daling was het sterkst bij vrouwen van 50-74 jaar, de leeftijdsgroep die voor het bevolkingsonderzoek wordt uitgenodigd.

Bij het bevolkingsonderzoek darmkanker worden vooral voorstadia en T1-tumoren gevonden. De daling van het aantal diagnoses van darmkanker in de screeningspopulatie (55-75 jaar) was in het voorjaar van 2020 duidelijk groter dan in de niet-screeningspopulatie. Medio mei 2020 is het bevolkingsonderzoek darmkanker gefaseerd weer opgestart. Dit heeft ertoe geleid dat het aantal diagnoses in de screeningspopulatie weer toegenomen is. Als gevolg van de invoering van het bevolkingsonderzoek darmkanker in 2014 was er de afgelopen jaren een daling in aantal nieuwe patiënten met darmkanker. Deze dalende trend en de covid-19-crisis spelen daarom beide een rol in het lagere aantal diagnoses darmkanker in 2020 ten opzichte van voorgaande jaren.

Onderstaande grafiek vergelijkt het aantal nieuwe patiënten met darmkanker per maand naar screeningsleeftijd met het verwachte aantal patiënten op basis van de trend van de jaren 2017-2019. Sinds 2016 is door de introductie van het bevolkingsonderzoek darmkanker een dalende trend te zien in het aantal nieuwe patiënten met darmkanker. Het bevolkingsonderzoek darmkanker is 16 maart 2020 stopgezet. Omdat er een aantal weken zit tussen het uitsturen van de ontlastingstest en de diagnose darmkanker, is dit effect niet direct zichtbaar in de cijfers. In maart en april 2020 is de mate van daling in het aantal diagnoses dan ook redelijk gelijk tussen de screeningspopulatie (55-75 jarigen) en de niet-screeningspopulatie. Vanaf mei 2020 is het verschil tussen het werkelijk aantal kankerdiagnoses en het verwachte aantal diagnoses per maand in de screeningspopulatie groter dan in de niet-screeningspopulatie. Vanaf 10 mei 2020 startte het bevolkingsonderzoek darmkanker weer gefaseerd op. Dit heeft ertoe geleid dat het aantal diagnoses vanaf juli 2020 in de screeningspopulatie weer toegenomen is. Vanaf het najaar 2020 is het aantal diagnoses hoger dan het verwacht aantal diagnoses in deze groep. Dit betekent dat er een inhaalslag is opgetreden. In mei 2021 ligt het aantal diagnoses weer nagenoeg gelijk aan het verwacht aantal diagnoses in deze maand. Voor de niet-screeningspopulatie was dit al het geval vanaf juni 2020.

Stadiumverdeling: daling in laag stadium

Gegevens over het stadium bij diagnose zijn inmiddels beschikbaar voor diverse kankersoorten. De bevindingen zijn vergelijkbaar voor de verschillende kankersoorten, namelijk dat de daling groter is bij lage stadia dan bij hoge stadia en dat er over de beschikbare periodes vooralsnog geen verschuiving van lage naar hoge stadia zichtbaar is.

De cijfers over de stadiumverdeling van borstkanker zijn beschikbaar tot en met maart 2021. Het overgrote deel van die daling in incidentie vond plaats bij lagere stadia. Deze daling was conform de verwachting aangezien bij het bevolkingsonderzoek vooral kleine tumoren zonder klachten worden ontdekt. Slechts een paar procent van de daling van de incidentie was nog toe te schrijven aan hogere stadia.

In december 2020 liggen de percentages voor stadium I, II en IV boven het niveau van voor de covid-19 pandemie. In januari 2021 liggen de percentages voor alle stadia wat lager, in februari gelijk aan en in maart iets hoger ten opzichte van 2017-2019. Lees meer over diagnoses borstkanker en het stadium van diagnose

Behandelingen

In verband met de covid-19-uitbraak zijn door de wetenschappelijke verenigingen behandelprotocollen voor kankerpatiënten aangepast, zowel om de risico’s op covid-19-besmetting voor patiënten zo laag mogelijk te houden als om de meest noodzakelijke zorg te prioriteren. In lijn met het gedaalde aantal diagnoses is het aantal operatieve ingrepen bij kanker in het voorjaar 2020 gedaald. Dat blijkt uit gegevens die DHD en IKNL samenbrachten. Vanaf week 12 (eind maart) waren er de helft minder operatieve verrichtingen vergeleken met het gemiddelde van week 2 t/m 11. De daling in het aantal kankergerelateerde operaties was aanvankelijk dus groter dan de daling van het aantal diagnoses, blijkbaar doordat operatieve ingrepen werden uitgesteld. Over het gehele jaar genomen was de daling van het aantal operatieve ingrepen echter ongeveer in lijn met de daling van het aantal tumoren dat voor een operatie in aanmerking komt. Er was dus wel uitstel van operaties, maar geen afstel.

De toepassing van het aantal systemische behandelingen (hormoontherapie, immunotherapie, chemotherapie) is nauwelijks veranderd en laat een vrij stabiel beeld door het jaar zien. Het kan zijn dat op basis van de aangepaste protocollen de dosering of het aantal giften/fracties of kuren van chemotherapie, immunotherapie, hormoontherapie en radiotherapie anders is geweest dan in de periode voor de coronacrisis.

Lees de update over behandelingen van DHD en IKNL.

Voor een aantal tumorsoorten is de impact van de covid-19-uitbraak op behandelingen beschreven:

Om de druk op de zorg te ontlasten hebben de Nederlandse Vereniging voor Medische Oncologie, de Nederlandse Vereniging voor Chirurgische Oncologie en de Nederlandse vereniging voor Radiotherapie en Oncologie begin 2020 alternatieve behandelstrategieën voor borstkanker opgezet, die vanaf week 12 hun intrede deden. Een analyse van de borstkankerzorg in de eerste coronagolf laat zien dat die strategieën zijn opgevolgd, er vond een verschuiving van behandelingen plaats. Patiënten werden vaker behandeld met neo-adjuvante hormoontherapie, een therapievorm die wordt ingezet om de tumor voor een operatie te verkleinen en eventuele uitzaaiingen te elimineren. Chirurgische ingrepen konden daardoor later worden uitgevoerd.

De behandeling van patiënten met blaaskanker lijkt tijdens de eerste golf grotendeels ongewijzigd te zijn. Alleen chemotherapie, zowel in de neo-adjuvante setting als bij patiënten met gemetastaseerde ziekte, werd wat minder vaak toegepast in vergelijking met eerdere jaren.

Voorlopige cijfers

Om het totale aantal diagnoses te kunnen vergelijken met de voorgaande jaren zijn alleen pathologisch bevestigde eerste invasieve tumoren meegenomen. De informatie over de diagnose is grotendeels gebaseerd op uitslagen van de pathologielaboratoria die zijn verkregen m.b.v. het Pathologisch-Anatomisch Landelijk Geautomatiseerd Archief (PALGA). Bij een vermoeden op kanker wordt vaak een biopt of een cytologische punctie genomen op basis waarvan de patholoog beoordeelt of er sprake is van kanker. Bij een deel van de kankerpatiënten wordt de diagnose pas gesteld als na een operatieve ingreep tumorweefsel opnieuw door de patholoog wordt beoordeeld. Hierdoor kunnen de diagnoses van de meest recente periode later nog worden bijgesteld. 

Bij 5-10% van de patiënten wordt geen biopt, punctie of operatie gedaan. Deze zogeheten ‘klinische diagnoses’ worden pas later door de ziekenhuizen via DHD aan de Nederlandse Kankerregistratie aangeleverd en daarom zijn deze voor alle onderzochte jaren niet meegenomen in de berekeningen.

Monitoring effecten van latere diagnose

Het is nog niet te zeggen of door de vertraging in diagnostiek kanker vaker in latere stadia wordt gediagnosticeerd. Bij een diagnose in een later stadium van kanker kan een zwaardere behandeling nodig zijn en kan de kans op overleving verminderd zijn. Of de gewijzigde behandelprotocollen, die zijn opgesteld door de beroepsgroepen tijdens de eerste golf, gevolgen hebben voor de uitkomsten is evenmin duidelijk. De gevolgen van de COVID-19-epidemie op het aantal kankerdiagnoses, behandelpatronen en uiteindelijk ook de uitkomsten zal IKNL blijven monitoren, in samenwerking met het PALGA en DHD, in nauwe afstemming met de partners van de landelijke Taskforce Oncologie en de Nederlandse Zorgautoriteit.

Met projectfinanciering van Zonmw worden de effecten op het hele zorgpad voor kanker onderzocht om te komen tot concrete aanbevelingen bij het (re)organiseren van zorg in het project Covid Cancer Care NL

Tijdslijn

  • Week 9, donderdag 27 februari: bevestiging 1e patiënt met COVID-19 in Nederland.
  • Week 10, zondag 8 maart: 1e week na bevestiging eerste geval COVID-19 in Nederland. Opschaling IC nodig, waardoor prioritering in ziekenhuizen.   
  • Week 12, maandag 16 maart: tijdelijke stopzetting bevolkingsonderzoek borstkanker, darmkanker en baarmoederhalskanker door RIVM in opdracht van het ministerie van VWS. 
  • Week 14 en 15: Oproep in media om naar huisarts te gaan met klachten, met als eerste 3 april in de Volkskrant en op 10 april een gezamenlijk persbericht van kankerorganisaties
  • Week 16, vrijdag 17 april: NHG nieuws geleidelijk hervatten zorg aan niet-coronapatiënten
  • Week 20: op maandag 11 mei maakte het RIVM bekend dat de bevolkingsonderzoeken gefaseerd weer op worden gestart. Het bevolkingsonderzoek darmkanker start medio mei als eerste. Het bevolkingsonderzoek borstkanker start medio juni. Het bevolkingsonderzoek baarmoederhalskanker start begin juli weer op. Zie ook de FAQ van het RIVM. 
  • Week 20: vanaf maandag11 mei mogen contactberoepen weer aan de slag, waaronder fysiotherapeuten, ergotherapeuten en andere paramedici. Psychologen gaan ook weer vaker patienten live zien ipv via video. Lees meer over mogelijkheden voor ondersteunde zorg op de VerwijsgidsKanker.nl. Oproep zoveel mogelijk thuis te blijven wordt gewijzigd naar blijf thuis bij klachten en vermijd drukte. Samenkomsten tot 10 man toegestaan.
  • Week 21: Nieuws over het stap voor stap opstarten reguliere zorg. Nog lang niet alle operatiekamers zijn in gebruik. Poliklinieken worden weer geopend, maar draaien niet op volle kracht. 
  • Week 22: Vanaf 2 juni hebben een aantal inloophuizen, met de nodige voorzorgsmaatregelen, hun deuren weer geopend voor mensen die leven met en na kanker. Zie VerwijsgidsKanker.nl.
  • Week 42: Het kabinet maakt strengere maatregelen bekend op13 oktober 2020, na een sterke stijging van het aantal covid-besmettingen.
  • 26 nov: start van de campagne ‘Kanker wacht niet’ van onder meer NFK.
  • 26 nov: Aankondiging dat het bevolkingsonderzoek borstkanker over gaat naar een screeningsinterval van drie jaar.
  • 16 dec 2020: start van een nationale lockdown tot en met 15 maart 2021.
  • Vanaf april 2021 geleidelijke versoepeling van de lockdown. 
  • Vanaf 26 juni 2021 verdere versoepeling.
  • Van 10 juli tot 13 augustus extra maatregelen vanwege snelle stijging van aantal besmettingen. 

Beperken van de impact

IKNL presenteert deze cijfers samen met de Taskforce Oncologie. De partijen die hierin vertegenwoordigd zijn, zetten zich in om samen de impact van de coronacrisis voor patiënten met kanker zoveel mogelijk te beperken. De Taskforce Oncologie wordt gevormd door de Nederlandse Federatie van Kankerpatiëntenorganisaties (NFK), Nederlandse Vereniging van Ziekenhuizen (NVZ), de Nederlandse Federatie van Universitair Medische Centra (NFU), het Nederlands Huisartsen Genootschap (NHG), Platform Oncologie - SONCOS van de Federatie Medisch Specialisten (FMS), het Citrienprogramma ‘Naar regionale oncologienetwerken' en IKNL.

Neem voor vragen contact op met woordvoerder Akke Albada, 06 18 41 86 67

Vaccinatie tegen coronavirus werkt goed tijdens behandeling van solide tumoren

De meeste patiënten met een tumor in een orgaan of weefsel waarvoor ze een behandeling krijgen met immuuntherapie en/of chemotherapie, hebben een goede respons op het coronavaccin. Een onderzoek hiernaar, uitgevoerd door UMC Groningen, Erasmus MC in Rotterdam en Antoni van Leeuwenhoek in Amsterdam, in samenwerking met het RIVM en het Integraal Kankercentrum Nederland, laat zien dat vaccinatie van deze patiënten veilig en meestal effectief is. De resultaten van dit onderzoek zijn op 20 september gepresenteerd op het congres van de European Society of Medical Oncology en worden gepubliceerd in het medische tijdschrift The Lancet Oncology. 

lees verder

COVID-19-maatregelen geen significante impact op welzijn van nabestaanden

Mondmasker en handschoenen op begraafplaats

Uit recent onderzoek in Palliative Medicine blijkt dat de COVID-19-pandemie tot op heden geen significante impact heeft op de kwaliteit van leven van nabestaanden van patiënten met gevorderde kanker. IKNL-onderzoeker Laurien Ham en haar team vergeleken hiervoor kwaliteit van leven-data van nabestaanden van vóór de pandemie met data tijdens de pandemie. Het team benadrukt dat ondersteuning van nabestaanden wel noodzakelijk blijft en dat vervolgonderzoek naar langetermijngevolgen nodig is.

lees verder

Impact van de covid-19-uitbraak op de blaaskankerzorg

De covid-19-uitbraak in 2020 heeft in Nederland geleid tot een afname in aantal blaaskanker diagnoses met als ‘dieptepunt’ bijna 30% minder diagnoses in mei 2020. Deze afname in diagnoses is het sterkst onder ouderen en betreft vaker niet-invasieve tumoren. De behandeling van patiënten met blaaskanker lijkt tijdens de eerste golf grotendeels ongewijzigd te zijn. Alleen chemotherapie, zowel in de neo-adjuvante setting als bij patiënten met gemetastaseerde ziekte, werd wat minder vaak toegepast in vergelijking met eerdere jaren.

lees verder

Beperkte invloed coronacrisis op totaal aantal kankerbehandelingen in 2020

Begin 2020 werd het aantal behandelingen voor kankerpatiënten sterk beïnvloed door de eerste golf van de corona-epidemie. Over het gehele jaar genomen was het aantal systemische behandelingen (hormonale therapie, chemotherapie, immunotherapie) vergelijkbaar met 2019. Het aantal operaties was zeven procent lager dan in 2019, deze daling is in lijn met de daling in 2020 van het aantal diagnoses van tumoren die voor een operatie in aanmerking komen. Het aantal patiënten behandeld met radiotherapie was in 2020 enkele procenten lager dan in 2019. De cijfers geven geen aanleiding om te veronderstellen dat kankerpatiënten in 2020 ‘te weinig’ behandelingen hebben gehad.

lees verder

Covid-19 en kanker update mei

In de eerste vier maanden van 2021 zien we geen negatief effect van de coronacrisis op het aantal nieuwe kankerdiagnoses. Vanwege de over het algemeen stijgende incidentie van kanker, met name door groei van de ouder wordende bevolking, is de verwachting dat het aantal diagnoses in 2021 iets hoger is dan in de jaren voor de coronacrisis. De relatief hoge incidentie in maart 2021 kan mede verklaard worden door het grotere aantal werkdagen (23 i.p.v. 20 in januari, februari en april). Daarnaast lijkt er in 2021 sprake van een inhaaleffect van diagnoses die in 2020 niet zijn gesteld. Over de stadiumverdeling en behandelingen voor kanker in 2021 zijn nog geen betrouwbare data beschikbaar. De beschikbare stadiumgegevens van 2020 laten geen verschuiving zien naar hogere stadia van kanker bij diagnose.

lees verder

Borstkankerzorg tijdens eerste coronagolf: minder diagnoses, verschuiving in behandeling

Verschuiving van borstkankerbehandeling tijdens eerste coronagolf

Gedurende de eerste coronagolf werden er ruim éénderde minder borstkankerdiagnoses gesteld. Ook kregen meer vrouwen een andere behandeling aangeboden, om daarmee de druk op de zorg te ontlasten. Dat blijkt uit een studie naar de impact van de coronapandemie op diagnostiek, stadiumverdeling en initiële behandeling bij borstkankerpatiënten van Anouk Eijkelboom (IKNL) en collega’s. De studie, gepubliceerd in het Journal of Hematology Oncology, is de eerste die op basis van de Nederlandse Kankerregistratie inzichtelijk maakt wat het effect is van COVID-19 op de behandeling van kankerpatiënten. 

lees verder

Minder diagnoses en behandelingen voor kanker door covid-19-epidemie

Door de coronacrisis zijn er in het voorjaar van 2020 minder kankerdiagnoses gesteld, ook waren er minder operatieve ingrepen voor kanker. Dit betrof met name week 12 tot en met 19. In de zomer en het najaar van 2020 was het aantal behandelingen voor kanker weer ongeveer op het gebruikelijke niveau. Het aantal systemische behandelingen, zoals chemotherapie en hormonale therapie vertoonde ook een daling in het voorjaar, maar die was veel kleiner dan de daling van het aantal operaties. Deze resultaten brengen DHD en Integraal Kankercentrum Nederland (IKNL) op basis van op basis van de pathologie database PALGA, gegevens in de Nederlandse Kankerregistratie (NKR) en de Landelijke Basisregistratie Ziekenhuiszorg (LBZ)

lees verder

Aantal diagnoses kanker stabiel, eerste info over stadia borst- en darmkanker

De tweede coronagolf vanaf het najaar van 2020 heeft vooralsnog niet geleid tot een daling van het aantal nieuwe kankerdiagnoses in Nederland. In oktober 2020 tot en met december 2020 was het aantal nieuwe diagnoses zelfs iets hoger dan in voorgaande jaren. Deze verhoging komt waarschijnlijk doordat een deel van de diagnoses, die tijdens de eerste golf in het voorjaar van 2020 niet zijn gesteld, later in 2020 met enige vertraging alsnog zijn gesteld. Hierdoor bleef de daling van het totale aantal kankerdiagnoses in 2020 ten opzichte van 2019 uiteindelijk beperkt tot slechts 3%. In januari en februari 2021 was het aantal diagnoses ongeveer gelijk aan het aantal diagnoses in deze maanden in voorgaande jaren.

lees verder