COVID-19 en kanker

Als gevolg van de COVID-19-crisis was het aantal nieuwe kankerdiagnoses in maart, april en mei 20-25% lager dan in de eerste twee maanden van het jaar. Eind mei/begin juni (vanaf week 20) is een stijging ingezet richting het normale aantal diagnoses per week, maar door de feestdagen in deze periode waren er grote schommelingen in het aantal diagnoses per week. In juni lijkt het aantal diagnoses weer rond het verwachte aantal van voor de coronacrisis te liggen. Dat blijkt uit de voorlopige aantallen diagnoses in de Nederlandse Kankerregistratie op basis van de landelijke pathologiedatabase PALGA. De daling is waarschijnlijk veroorzaakt doordat mensen tijdens de COVID-19-crisis minder snel met klachten naar de huisarts gaan, samen met een stagnatie van het verwijzingsproces naar het ziekenhuis en uitgestelde diagnostiek in het ziekenhuis.

Laatste update: 10-7-2020 15:40

Daling in aantal diagnoses 

In week 2 tot en met week 8 was het aantal door PALGA gemelde nieuwe kankerdiagnoses stabiel. Vanaf week 9 daalde het aantal kankerdiagnoses sterk. Bij huidtumoren uiteindelijk met meer dan de helft, bij de andere tumoren met 20-25%. In april en mei was de daling in het aantal diagnoses in Zuid- en Oost-Nederland groter dan in Noord- en West-Nederland. Doordat week 16, 18, 19, 21 en 23 vanwege respectievelijk Paasmaandag, Koningsdag, Bevrijdingsdag, Hemelvaartsdag en Tweede Pinksterdag een werkdag minder hadden was het aantal diagnoses in die weken lager dan in de omliggende weken. Dat effect wordt elk jaar waargenomen en het lage aantal diagnoses in deze weken is daardoor deels verklaarbaar. In juni lijkt het aantal diagnoses weer op het verwachte niveau van voor de coronacrisis.

Om een goed beeld te geven van de impact op de zorg zijn in bovenstaande twee grafieken meerdere diagnoses van tumoren bij dezelfde patiënt meegenomen, zoals borstkanker links en rechts, of meerdere plaveiselcelcarcinomen van de huid. In deze voorlopige cijfers zitten ook diagnoses van een aantal niet-invasieve tumoren die officieel niet mee worden gerekend bij de incidentie van kanker. De cijfers van de laatst gerapporteerde weken en met name de laatste week kunnen in volgende updates nog bijgesteld worden. 

Drie maanden lang minder diagnoses

Er zijn drie maanden lang minder diagnoses gesteld dan gebruikelijk. Globaal genomen zijn er inmiddels ongeveer vijf duizend diagnoses nog niet gesteld. Een aanzienlijk deel van deze diagnoses zal later alsnog gesteld worden, waardoor de druk op de zorg in de komende periode hoger kan zijn dan voor de coronapandemie. Over de effecten van het eventueel later ontdekken op het stadium van de kanker bij diagnose en de daarop volgende mogelijk zwaardere behandeling en overleving is op dit moment nog geen uitspraak te doen. Daarnaast zijn er aanpassingen in de geleverde zorg geweest. Ook hiervoor zal worden gemonitord of er gevolgen zijn van deze aangepaste zorg voor de overleving van mensen die in de corona-epidemie een diagnose en behandeling krijgen.

De grootste daling in het aantal diagnoses wordt gezien bij huidkanker. Het meest voorkomende type huidkanker is het basaalcelcarcinoom dat vanwege de grote aantallen niet in de grafieken is meegenomen. We zien bij basaalcelcarcinoom echter hetzelfde verloop als bij andere vormen van huidkanker. De meeste gevallen van huidkanker zijn niet levensbedreigend en komen voor bij ouderen die huisartsbezoek mijden vanwege angst voor COVID-19. Ook bij prostaatkanker is de daling groot. Het aantal diagnoses is gedaald tot ongeveer 70% van het gebruikelijke aantal. Naast het feit dat prostaatkanker ook vooral bij ouderen voorkomt die de huisarts kunnen mijden, wordt deze sterke afname mogelijk ook verklaard doordat mannen zonder klachten een verzoek om een PSA-test bij de huisarts uitstellen. Bij  kanker van de urinewegen en kanker van de endocriene klieren is de waargenomen daling het kleinst. Bij hoofd-halskanker, kanker van de vrouwelijke geslachtsorganen en bij huidkanker lijkt er al een inhaalslag in het aantal diagnoses ingezet. 

Bevolkingsonderzoeken

Op 16 maart (week 12) zijn de bevolkingsonderzoeken voor borst-, baarmoederhals- en darmkanker stopgezet. Meestal zit er een aantal weken tussen het bevolkingsonderzoek en de pathologische bevestiging van de tumor. Daarom duurde het een aantal weken voordat het effect van het stoppen van de bevolkingsonderzoeken borstkanker en darmkanker zichtbaar was. Bij borstkanker is na huidkanker de grootste daling zichtbaar van alle tumoren. Deze daling is vanaf week 14 het sterkst bij vrouwen van 50-74 jaar, de leeftijdsgroep die voor het bevolkingsonderzoek wordt uitgenodigd, en is waarschijnlijk het gevolg van het stopzetten van het bevolkingsonderzoek. Bij het bevolkingsonderzoek darmkanker worden veel voorstadia en T1-tumoren gevonden. Vanaf week 18 is de daling van het aantal diagnoses van darmkanker in de screeningspopulatie (55-75 jaar) duidelijk groter dan in de niet-screeningspopulatie. Bij het bevolkingsonderzoek baarmoederhalskanker worden met name voorstadia gevonden en hiervan is op korte termijn geen effect te verwachten op het aantal diagnoses. Medio mei is het bevolkingsonderzoek darmkanker gefaseerd weer opgestart, medio juni het bevolkingsonderzoek borstkanker en medio juli volgt het bevolkingsonderzoek baarmoederhalskanker. Het zal enkele weken duren voordat het effect van deze gefaseerde opstart zichtbaar is in het aantal diagnoses.

Vergelijking met voorgaande jaren

In onderstaande grafiek wordt het aantal nieuwe kankerpatiënten (invasieve kanker) per maand in 2020 vergeleken met het aantal nieuwe kankerpatiënten per maand in de periode 2011-2019. De lichtblauwe band geeft de spreiding weer in de periode 2011-2019. Om voorlopige cijfers uit 2020 te kunnen vergelijken met de voorgaande jaren is een iets andere selectie gemaakt dan in de andere grafieken in dit artikel: alleen pathologisch bevestigde eerste invasieve tumoren zijn meegenomen. Omdat van één ziekenhuis geen voorlopige cijfers worden verkregen is dit ziekenhuis geheel uit de vergelijking weggelaten. Doordat het absolute aantal kankerdiagnoses in Nederland door de tijd toeneemt als gevolg van bevolkingsgroei en vergrijzing, is de verwachting dat het aantal diagnoses per maand in 2020 aan de bovenkant of boven de blauwe band zou hebben gelegen, zoals het geval is in januari (er boven) en februari (aan de bovenkant). In maart, april en mei daarentegen is het aantal nieuwe kankerpatiënten duidelijk lager dan in voorgaande jaren. In juni lijkt het aantal nieuwe kankerpatiënten op basis van deze voorlopige cijfers weer vergelijkbaar met voorgaande jaren.

Monitoring

Niet alleen diagnostiek is uitgesteld, maar ook daar waar uitgebreide ingrijpende behandelingen, die druk leggen op de reeds overbelaste capaciteit van de zorg of de IC, of behandelingen waar de afweer van de patiënt wordt beïnvloed (bijvoorbeeld chemotherapie) wordt uitstel gezien. De gevolgen van de COVID-19-crisis op het aantal kankerdiagnoses, behandelpatronen en uiteindelijk ook de uitkomsten zal IKNL monitoren, in samenwerking met Dutch Hospital Data (DHD), en in nauwe afstemming met de partners van de landelijke Taskforce Oncologie en de Nederlandse Zorgautoriteit. Met overzichten vanuit de Nederlandse Kankerregistratie draagt IKNL bij aan het in kaart brengen van uitgestelde oncologische zorg.

Voorlopige diagnoses

De huidige cijfers betreffen voorlopige diagnoses uit het Pathologisch-Anatomisch Landelijk Geautomatiseerd Archief (PALGA). Bij een vermoeden op kanker wordt vaak een biopt of een cytologische punctie genomen op basis waarvan de patholoog beoordeelt of er sprake is van kanker. Bij een deel van de kankerpatiënten wordt de diagnose pas gesteld als na een operatieve ingreep tumorweefsel naar de patholoog wordt gestuurd. Bij 5-10% van de patiënten wordt geen biopt, punctie of operatie gedaan. Deze zogeheten ‘klinische diagnoses’ worden pas later door de ziekenhuizen via DHD aan de Nederlandse Kankerregistratie aangeleverd en zijn in deze voorlopige cijfers nog niet meegenomen. Om een goed beeld te geven van de impact op de zorg zijn herhaalde diagnoses van tumoren bij dezelfde patiënt meegenomen, zoals borstkanker links en rechts, en herhaalde plaveiselcelcarcinomen van de huid. In deze voorlopige cijfers zitten ook diagnoses van een aantal niet-invasieve tumoren die normaal gesproken niet mee worden gerekend bij de incidentie van kanker. 

Tijdslijn

Beperken van de impact

IKNL presenteert deze cijfers samen met de Taskforce Oncologie. De partijen die hierin vertegenwoordigd zijn, zetten zich in om samen de impact van de coronacrisis voor patiënten met kanker zoveel mogelijk te beperken. De Taskforce Oncologie wordt gevormd door de Nederlandse Federatie van Kankerpatiëntenorganisaties (NFK), Nederlandse Vereniging van Ziekenhuizen (NVZ), de Nederlandse Federatie van Universitair Medische Centra (NFU), het Nederlands Huisartsen Genootschap (NHG), de Stichting Oncologische Samenwerking (SONCOS) (die de Federatie Medisch Specialisten, FMS, vertegenwoordigt) en Integraal Kankercentrum Nederland (IKNL).

Neem voor vragen contact op met woordvoerder Nora Nowee, 06 48 41 28 22

Drie maanden minder kankerdiagnoses door coronapandemie

Als gevolg van de COVID-19-crisis is het aantal nieuwe kankerdiagnoses in maart, april en mei 20-25% lager dan in de eerste twee maanden van het jaar. Dit blijkt uit de Nederlandse Kankerregistratie op basis van diagnoses uit de landelijke pathologiedatabase PALGA.

lees verder

Aantal diagnoses darmkanker tijdens de COVID-19-pandemie

Als gevolg van de COVID-19-pandemie is het aantal darmkankerdiagnoses vanaf week 9 gedaald. Dit blijkt uit voorlopige cijfers van de Nederlandse Kankerregistratie op basis van voorlopige diagnoses in de landelijke pathologiedatabase.

lees verder

Aandacht voor behoeften overlevenden kanker tijdens COVID-19-pandemie

Aandacht voor behoeften overlevenden kanker tijdens COVID-19-pandemie

Overlevenden van kanker en zorgverleners staan tijdens de coronapandemie voor uitdagingen, die van dag-tot-dag kunnen veranderen. Hoewel er onzekerheid is hoe deze pandemie zich verder gaat ontwikkelen, en welke medische aandachtspunten en technische mogelijkheden zullen ontstaan, staat vast dat veel overlevenden passende, individuele psychosociale zorg nodig hebben. Daarom is het volgens een internationale groep onderzoekers belangrijk dat de ‘cancer survivorship community’ informatie deelt die kan bijdragen aan betere zorg.

lees verder

Afname kankerdiagnoses door coronacrisis ook internationaal van belang

Door de maatregelen tijdens de COVID-19-pandemie is de kankerzorg veranderd. Patiënten gingen niet of later naar de huisarts en werden later doorverwezen naar het ziekenhuis. Daardoor zijn er wekenlang een kwart minder kankerdiagnoses gesteld, zo blijkt uit de Nederlandse Kankerregistratie op basis van voorlopige diagnoses in de pathologiedatabase PALGA. Avinash Dinmohamed van Integraal Kankercentrum Nederland (IKNL) en Sabine Siesling van IKNL en de Universiteit Twente en collega’s beschrijven deze daling in het aantal diagnoses in het hoog aangeschreven wetenschappelijke tijdschrift Lancet Oncology.

lees verder

Tijdelijk minder kankerdiagnoses in COVID-19-crisis

Als gevolg van de COVID-19-crisis is het aantal nieuwe kankerdiagnoses vanaf week 8 tot en met week 17 aanzienlijk gedaald. De daling was het grootst bij huidkanker, maar daar is weer sprake van herstel. Deze ontwikkeling is zichtbaar in de Nederlandse Kankerregistratie op basis van voorlopige diagnoses uit de landelijke pathologiedatabase PALGA. IKNL monitort de gevolgen van de COVID-19-crisis op het aantal kankerdiagnoses, behandelpatronen en uiteindelijk ook de behandeluitkomsten. Bekijk de laatste cijfers hierover op www.iknl.nl/COVID-19

lees verder

COVID-19 en kanker, een overzicht van informatiebronnen

Door de coronacrisis kunnen behandelingen van kanker worden aangepast of uitgesteld. Mensen die onder behandeling zijn en mensen met uitgezaaide kanker zijn extra kwetsbaar voor COVID-19, voor hen kan de ziekte levensbedreigend zijn. Om de best passende zorg te bieden is er landelijk overleg tussen zorgprofessionals. Graag verwijzen wij u naar de informatiebronnen hierover. Deze worden continu bijgewerkt, zowel voor zorgprofessionals als voor patiënten en naasten. 

lees verder

Aantal diagnoses borstkanker in stijgende lijn: dieptepunt voorbij

Door de COVID-19 crisis zijn er minder borstkankerdiagnoses

De stijging in het aantal borstkankerdiagnoses vanaf week 15 zet door in week 16. Het dieptepunt lijkt hiermee in week 14 bereikt te zijn. Als gevolg van de COVID-19 crisis was het aantal diagnoses borstkanker in die week met de helft gedaald. Het aantal nieuwe borstkankerdiagnoses komt nog niet boven het niveau van het gemiddelde aantal borstkankerdiagnoses in de weken voor de COVID-19-crisis van 402 per week te liggen. Dit blijkt uit de voorlopige cijfers uit de Nederlandse Kankerregistratie op basis van de voorlopige diagnoses in de landelijke pathologiedatabase PALGA. De laatste update leest u op de pagina Covid-19/covid-19-en-borstkanker.

lees verder

Knelpunten covid-19 en kanker voor Tweede Kamer

NFK, KWF, IPSO en IKNL gaven gezamenlijk en op verzoek van de Tweede Kamer aan wat momenteel de nijpende gevolgen van COVID-19 voor patiënten met kanker zijn. Zij vragen de leden van de vaste kamercommissie VWS om deze actuele knelpunten bij minister van Rijn onder de aandacht te brengen. Hieronder leest u de gezamenlijke reactie. 

lees verder