Het bevolkingsonderzoek werd tijdens de eerste coronagolf tijdelijk stopgezet

Analyse cijfers coronapandemie: diagnoses darmkanker snel weer op niveau na herstart bevolkingsonderzoek

Gedurende de eerste coronagolf daalde de darmkankerincidentie sterk, wat vooral toe te schrijven is aan het stopzetten van het bevolkingsonderzoek darmkanker. Na herstart van het bevolkingsonderzoek nam de darmkankerincidentie echter weer snel toe, mede door het opschroeven van de coloscopiecapaciteit. Dat blijkt uit onderzoek van het Covid Cancer NL consortium, dat gepubliceerd is in het European Journal of Cancer.

De onderzoekers keken in deze studie naar de effecten van de coronapandemie op de incidentie en stadiumverdeling van darmkanker in 2020. Eind februari 2020 werd voor het eerst bekend dat een patiënt in Nederland besmet was met COVID-19. Medio maart werden alle screeningsprogramma’s naar kanker tijdelijk stopgezet, om ziekenhuiscapaciteit vrij te maken voor de behandeling van patiënten met COVID-19. Medio mei 2020 werd het bevolkingsonderzoek naar damkanker weer opgestart.

Herstel na opstart bevolkingsonderzoek

Het effect van het stopzetten van de screening is duidelijk zichtbaar. De onderzoekers keken naar de geobserveerde maandelijkse incidentiecijfers van personen die in aanmerking komen voor screening (leeftijdsgroep 55-75 jaar). Deze werden vergeleken met het verwachte aantal diagnoses in die maand gebaseerd op de trend in incidentie van januari 2018 tot februari 2020. Data werden verzameld uit 25 ziekenhuizen. De incidentie daalde het meest tussen maart en juni 2020. Deze daling was met een verschil van 42 procent ten opzichte van het verwachte aantal diagnoses in april het grootst. Nadat het bevolkingsonderzoek in mei weer opstartte, nam de incidentie weer toe. Vanaf juli 2020 lag het aantal darmkankerdiagnoses boven de verwachte incidentie. De grootste piek was in december, toen het aantal diagnoses 24 procent boven het verwachte aantal lag. 

Grootste effect bij stadium I tumoren

Naast de incidentie werd in het onderzoek ook de stadiumverdeling onder de loep genomen. Het grootste aandeel van de daling in incidentie tussen april en juni 2020 betrof stadium-I tumoren, namelijk 48%. Bij stadium II en III was dit 23 procent. Vijf procent van de tumoren waren in een vergevorderd stadium (stadium IV). Het screeningsprogramma is er op gericht om darmkankertumoren of voorlopers daarvan op te sporen voordat deze klachten geven. Screeningsgedetecteerde tumoren bevinden zich vaker in een lager stadium ten opzichte van klinisch gedetecteerde tumoren. De sterkere daling van tumoren met een laag stadium zien de onderzoekers dan ook als een effect van het stopzetten van het bevolkingsonderzoek. Daarnaast kan het terughoudend zijn bij het melden van klachten bij de (huis)arts ook een oorzaak zijn van de dalende incidentie in het algemeen. 

Snel herstel

Vanaf juli nam het aantal darmkankerdiagnoses weer toe en vanaf oktober 2020 lag het geobserveerde aantal diagnoses hoger dan het verwachte aantal diagnoses. In andere landen werd deze trend nog niet gezien. De onderzoekers geven hiervoor drie mogelijke verklaringen. Allereerst verklaart de strategie rond de screening het herstel in diagnoses. Het RIVM, dat in Nederland verantwoordelijk is voor de coördinatie en regie van het bevolkingsonderzoek, nodigde eerst de mensen uit die in aanmerking kwamen voor de eerstvolgende screeningsronde. Daarnaast werd de coloscopiecapaciteit uitgebreid met 120 procent. Ter vergelijking: bij de borstkankerscreening is in 2020 geen duidelijk herstel van het aantal diagnoses zichtbaar, omdat, mede door een tekort aan personeel, de screeningscapaciteit op 80 procent lag.
Een tweede belangrijke reden is de bereidheid om deel te nemen aan de screening. Deze is in Nederland al relatief hoog is en veranderde niet gedurende de COVID-19 pandemie. Als derde reden noemen de onderzoekers het snel inzichtelijk maken van de dalende incidentie voor beleidsmakers en medewerkers in de zorg. Op basis daarvan werden mensen via campagnes, media en vanuit de zorg opgeroepen om vooral niet te wachten met klachten die gerelateerd zijn aan darmkanker. 

Gerelateerd

Minder diagnoses borst- en darmkanker door coronacrisis

Door de coronacrisis dit voorjaar zijn minder diagnoses borst- en darmkanker gesteld. In de leeftijdsgroepen die voor de bevolkingsonderzoeken worden uitgenodigd was de daling in het aantal diagnoses veel groter dan in de andere leeftijdsgroepen. Bij borstkanker en de voorstadia daarvan gaat het om een derde minder diagnoses bij 50-74-jarigen en bij darmkanker om een vijfde minder diagnoses bij 55-75-jarigen, de leeftijdsgroep die voor het bevolkingsonderzoek wordt uitgenodigd. Dat schrijven Avinash Dinmohamed, Sabine Siesling en anderen in het tijdschrift Journal of Hematology & Oncology op basis van gegevens uit de Nederlandse Kankerregistratie gebaseerd op voorlopige diagnoses van de pathologiedatabase PALGA.

lees verder

Aantal diagnoses darmkanker tijdens de COVID-19-pandemie

Als gevolg van de COVID-19-pandemie is het aantal darmkankerdiagnoses vanaf week 9 gedaald. Dit blijkt uit voorlopige cijfers van de Nederlandse Kankerregistratie op basis van voorlopige diagnoses in de landelijke pathologiedatabase.

lees verder