COVID-19 en kanker

De tweede coronagolf in het najaar van 2020 heeft vooralsnog geen invloed gehad op het aantal nieuwe kankerdiagnoses in Nederland: in oktober en november 2020 was het aantal nieuwe kankerdiagnoses zelfs iets hoger dan in voorgaande jaren. Deze verhoging komt waarschijnlijk doordat een deel van de diagnoses die in de eerste golf in het voorjaar van 2020 niet zijn gesteld later dit jaar met enige vertraging alsnog zijn gesteld. De achterstand in het aantal diagnoses in het voorjaar is daarmee ten dele ingehaald.

Voor kankerdiagnoses die normaliter bij bevolkingsonderzoeken worden gesteld, borst- en darmkanker, is (nog) geen inhaaleffect zichtbaar. Doordat de bevolkingsonderzoeken vanaf de zomer weer zijn opgestart was het aantal diagnoses per maand in het najaar weer vergelijkbaar met voorgaande jaren. Een tweede dip in het aantal diagnoses is waarschijnlijk voorkomen doordat mensen met klachten op tijd contact hebben opgenomen met de huisarts en vervolgens de noodzakelijke diagnostiek heeft plaatsgevonden. Dat toont de grote inzet van zowel de huisartsen als de zorgprofessionals in de ziekenhuizen.

Voorjaar 2020: drie maanden lang minder diagnoses 

Afgelopen zomer constateerden we dat door drie maanden lang minder diagnoses minstens vijfduizend diagnoses nog niet waren gesteld. Als gevolg van de COVID-19-crisis was het aantal nieuwe kankerdiagnoses in maart, april en mei 20-25% lager dan gebruikelijk. In onderstaande grafiek wordt het aantal nieuwe kankerpatiënten per maand in 2020 vergeleken met de voorgaande drie jaren. Basaalcelcarcinoom en plaveiselcelcarcinoom van de huid worden getoond in een aparte grafiek vanwege de grote aantallen en omdat ze zelden levensbedreigend zijn. Bij deze huidtumoren daalde het aantal nieuwe tumoren zelfs met meer dan de helft.

Omdat het absolute aantal kankerdiagnoses in Nederland toeneemt in de tijd als gevolg van bevolkingsgroei en vergrijzing, is de verwachting dat het aantal diagnoses in 2020 iets boven het gemiddelde van de voorgaande drie jaren zal liggen, zoals in januari 2020 zichtbaar is. In maart, april en mei was het aantal nieuwe kankerpatiënten duidelijk lager dan in de drie voorgaande jaren. In juni, juli en augustus was het aantal nieuwe kankerpatiënten weer vrijwel gelijk aan de voorgaande jaren.

Najaar 2020: inhaalslag 

In september-november is te zien dat er sprake van was van een inhaalslag, want het aantal diagnoses was in 2020 duidelijk hoger dan de voorgaande drie jaren. Door dit hogere aantal diagnoses in het najaar is de achterstand ten opzichte van de voorgaande jaren inmiddels bij de meeste soorten kanker grotendeels ingehaald. Dit is onder andere te zien bij prostaatkanker en melanoom. Er is daardoor vooralsnog geen effect waarneembaar van de afschaling van de zorg ten gevolge van de tweede coronagolf. Bij huidkanker, hoofd-halskanker en kanker van de vrouwelijke geslachtsorganen startte de inhaalslag al in de zomer.

Onderstaande grafiek illustreert de inhaalslag in het aantal nieuwe patiënten met een diagnose hoofd-halskanker. In de maanden februari tot en met mei zijn er minder diagnoses gesteld. Vanaf juni tot en met november zijn er meer diagnoses gesteld, waardoor er geen duidelijke achterstand in aantal diagnoses meer is. Bij hoofd-halskanker is het belang van een tijdige diagnose groot, omdat dan met een minder ingrijpende behandeling kan worden volstaan. Door de snelle inhaalslag is het uitstel in diagnose voor veel patiënten naar verwachting beperkt gebleven. Van de impact van de vertraging op de behandeling, klachten hierna en de overleving is nu nog geen inschatting te geven en hierover zal later worden gerapporteerd.

Daling aantal diagnoses verschilt per soort kanker

Op dit moment is er bij enkele tumoren nog een achterstand in aantal diagnoses ten opzichte van voorgaande jaren. Als gevolg van het tijdelijk stopzetten van de bevolkingsonderzoeken zijn er minder diagnoses borst- en darmkanker gesteld (zie toelichting hieronder). In het voorjaar was ook de daling in het aantal diagnoses prostaatkanker groot en in de zomer bleef het aantal diagnoses ongeveer 15% lager dan verwacht. Mogelijk werd dit verklaard door uitgesteld bezoek aan de huisarts van mannen zonder of met milde symptomen/klachten. Via ‘opportunistische’ screening met een PSA-test worden veel gevallen van prostaatkanker opgespoord. Omdat via deze test ook veel langzaam groeiende tumoren worden gevonden, waarbij vaak een 'actief volgbeleid' wordt geadviseerd, wordt aangenomen dat de gezondheidsschade van een uitgestelde diagnose bij deze groep mannen (met laag risico prostaatkanker) beperkt zal zijn. Door de inhaalslag dit najaar bij prostaatkanker is de achterstand in het aantal diagnoses kanker van de mannelijke geslachtsorganen grotendeels verdwenen. Ook het aantal diagnoses van longkanker en lever- galweg- en alvleesklierkanker is in 2020 lager dan de voorgaande jaren. Naast COVID-19 kan dit te maken hebben met het feit dat veel patiënten met deze aandoeningen zich presenteren met uitzaaiingen waarvan pas bij nader onderzoek bekend wordt dat die worden veroorzaakt door longkanker of kanker van de lever, galwegen of alvleesklier. Deze nadere informatie wordt later toegevoegd aan de Nederlandse Kankerregistratie.  

Bevolkingsonderzoeken

De daling van het aantal diagnoses borst- en darmkanker betreft vooral de leeftijdsgroepen die worden uitgenodigd voor deelname aan de bevolkingsonderzoeken. Bij borstkanker was er het afgelopen voorjaar na huidkanker de grootste daling van alle tumoren. Deze daling is het sterkst bij vrouwen van 50-74 jaar, de leeftijdsgroep die voor het bevolkingsonderzoek wordt uitgenodigd. Voorlopige cijfers over de stadiumverdeling van borstkanker laten zien dat het aantal grotere tumoren nagenoeg gelijk is gebleven en dat vooral het aantal kleine tumoren is gedaald. Dat was ook te verwachten, omdat bij screening met name kleine tumoren zonder klachten worden ontdekt. Het bevolkingsonderzoek borstkanker is medio juni gefaseerd weer opgestart. Vanwege de maatregelen rondom COVID-19 ontvangen echter nog steeds minder vrouwen dan gebruikelijk een uitnodiging. Het aantal diagnoses borstkanker ligt daarom in 2020 nog steeds lager dan voorgaande jaren. Het is nog onduidelijk hoeveel diagnoses later alsnog gesteld zullen worden omdat de tot nu toe gemiste diagnoses grotendeels langzaam groeiende tumoren zullen zijn die geen klachten geven.

Bij het bevolkingsonderzoek darmkanker worden vooral voorstadia en T1-tumoren gevonden. De daling van het aantal diagnoses van darmkanker in de screeningspopulatie (55-75 jaar) was dit voorjaar duidelijk groter dan in de niet-screeningspopulatie. Medio mei is het bevolkingsonderzoek darmkanker gefaseerd weer opgestart. Dit heeft ertoe geleid dat het aantal diagnoses in de screeningspopulatie weer toegenomen is. Als gevolg van de invoering van het bevolkingsonderzoek darmkanker in 2014 was er de afgelopen jaren een daling in aantal nieuwe patiënten met darmkanker. Deze dalende trend en de COVID-19-crisis spelen beide een rol in het lagere aantal diagnoses darmkanker in 2020 ten opzichte van voorgaande jaren.

Ook het bevolkingsonderzoek baarmoederhalskanker werd tijdelijk onderbroken. Hierbij worden met name voorstadia gevonden en daarom is van de onderbreking op korte termijn geen effect te verwachten op de incidentie van baarmoederhalskanker.

Behandelingen

In verband met de COVID-19-uitbraak zijn door de wetenschappelijke verenigingen behandelprotocollen voor kankerpatiënten aangepast, zowel om de risico’s op COVID-19-besmetting voor patiënten zo laag mogelijk te houden als om de meest noodzakelijke zorg te prioriteren. In lijn met het gedaalde aantal diagnoses is het aantal operatieve ingrepen bij kanker in het voorjaar gedaald, dat blijkt uit gegevens die DHD en IKNL samenbrachten. Vanaf week 12 (eind maart) waren er een kwart minder operatieve ingrepen dan in het gemiddelde van week 2 t/m 8. Vanaf medio mei (week 20) is het aantal operatieve ingrepen weer gestegen.

Bij hormoontherapie, bestraling en immunotherapie is hetzelfde patroon te zien als bij de operatieve ingrepen. Het kleinste effect is er bij de behandeling met chemotherapie: vanaf week 12 is een kleine daling zichtbaar, maar in de daarop volgende weken treedt er weer herstel op. De onderstaande figuren laten het aantal behandelde patiënten zien. Het kan zijn dat op basis van de aangepaste protocollen de dosering of het aantal giften/fracties of kuren van chemotherapie, immunotherapie, hormoontherapie en bestraling anders zijn dan voor de coronacrisis.

Zorg op afstand

Alle zorg die op afstand kan, wordt zoveel mogelijk buiten het ziekenhuis gehouden. Het aantal telefonische en beeldconsulten is daardoor flink gestegen, terwijl de herhaal-polikliniekbezoeken sterk zijn afgenomen.

Landelijk aantal unieke patiënten die diagnostiek, behandeling of poli-afspraak hebben gehad, per week. Na week 26 is de volledigheid van de data per ziekenhuis verschillend. Werkelijke aantallen worden niet getoond, het gaat om de verhoudingen. Bron: DHD

Voorlopige diagnoses

Om het totale aantal diagnoses van 2020 te kunnen vergelijken met de voorgaande jaren zijn alleen pathologisch bevestigde eerste invasieve tumoren meegenomen. De informatie over de diagnose is grotendeels gebaseerd op uitslagen van de pathologielaboratoria die zijn verkregen m.b.v. het Pathologisch-Anatomisch Landelijk Geautomatiseerd Archief (PALGA). Bij een vermoeden op kanker wordt vaak een biopt of een cytologische punctie genomen op basis waarvan de patholoog beoordeelt of er sprake is van kanker. Bij een deel van de kankerpatiënten wordt de diagnose pas gesteld als na een operatieve ingreep tumorweefsel opnieuw door de patholoog wordt beoordeeld. Hierdoor kunnen de diagnoses van de meest recente periode later nog worden bijgesteld. Van één ziekenhuis kunnen geen voorlopige cijfers worden verkregen en daarom is dit ziekenhuis geheel uit de vergelijking weggelaten.

Bij 5-10% van de patiënten wordt geen biopt, punctie of operatie gedaan. Deze zogeheten ‘klinische diagnoses’ worden pas later door de ziekenhuizen via DHD aan de Nederlandse Kankerregistratie aangeleverd en daarom zijn deze voor alle onderzochte jaren niet meegenomen in de berekeningen.

Monitoring effecten van latere diagnose

Het is nog niet te zeggen of door de vertraging in diagnostiek kanker vaker in latere stadia wordt gediagnosticeerd. Bij een diagnose in een later stadium van kanker kan een zwaardere behandeling nodig zijn en kan de kans op overleving verminderd zijn. Of de gewijzigde behandelprotocollen, die zijn opgesteld door de beroepsgroepen tijdens de eerste golf, gevolgen hebben voor de uitkomsten is evenmin duidelijk. De gevolgen van de COVID-19-epidemie op het aantal kankerdiagnoses, behandelpatronen en uiteindelijk ook de uitkomsten zal IKNL blijven monitoren, in samenwerking met het PALGA en DHD, in nauwe afstemming met de partners van de landelijke Taskforce Oncologie en de Nederlandse Zorgautoriteit.

Tijdslijn

Beperken van de impact

IKNL presenteert deze cijfers samen met de Taskforce Oncologie. De partijen die hierin vertegenwoordigd zijn, zetten zich in om samen de impact van de coronacrisis voor patiënten met kanker zoveel mogelijk te beperken. De Taskforce Oncologie wordt gevormd door de Nederlandse Federatie van Kankerpatiëntenorganisaties (NFK), Nederlandse Vereniging van Ziekenhuizen (NVZ), de Nederlandse Federatie van Universitair Medische Centra (NFU), het Nederlands Huisartsen Genootschap (NHG), de Stichting Oncologische Samenwerking (SONCOS) (die de Federatie Medisch Specialisten, FMS, vertegenwoordigt, het Citrienprogramma ‘Naar regionale oncologienetwerken) en IKNL.

Neem voor vragen contact op met woordvoerder Akke Albada, 06 18 41 86 67

NFK uitvraag aan zorgverleners: Kankerzorg in de anderhalvemeter-samenleving

In de maand oktober heeft NFK samen met koepelorganisaties in de zorg SONCOS, V&VN Oncologie en het Netwerk Verpleegkundig Specialisten Oncologie een nieuwe online peiling voor patiënten en zorgprofessionals. De peiling gaat in op hoe de logistiek rondom de (na)zorg voor kankerpatiënten georganiseerd is. Zij vragen  zorgverleners en patiënten naar hun ervaringen met kankerzorg in de afgelopen maanden van de coronacrisis.

lees verder

Covid-19 en zeldzame kanker

Door de coronacrisis zijn afgelopen voorjaar minder diagnoses kanker gesteld. Al met al zijn er inmiddels minstens vijf duizend diagnoses nog niet gesteld. Dit kan veel verschil maken voor patiënten, zo kan door vertraging in de diagnostiek de kanker in een later stadium worden gevonden, waardoor de behandelmogelijkheden en kans op curatie mogelijk afnemen. Hoe zit het met de aantallen diagnoses voor zeldzame vormen van kanker

lees verder

Kankerdiagnoses in de coronacrisis

In juni, juli en augustus is het aantal kankerdiagnoses vergelijkbaar met voorgaande jaren. Als gevolg van de COVID-19-crisis was het aantal nieuwe kankerdiagnoses in maart, april en mei 20-25% lager dan gebruikelijk. Dat blijkt uit het voorlopige aantal diagnoses in de Nederlandse Kankerregistratie op basis van de landelijke pathologiedatabase PALGA. De daling is waarschijnlijk veroorzaakt doordat mensen tijdens de COVID-19-crisis minder snel met klachten naar de huisarts gingen, in combinatie met een stagnatie van het verwijzingsproces naar het ziekenhuis en uitgestelde diagnostiek in het ziekenhuis.

lees verder

Ook minder hoofd-halskanker diagnoses tijdens COVID-19-crisis

Op 29 augustus jl. berichtte de NOS op basis van gegevens van IKNL dat er door corona 5000 diagnoses minder gesteld waren dit voorjaar. Ook bij hoofd-halskanker werden minder diagnoses gesteld. Deze week loopt de Make Sense-campaign, de bewustwordingscampagne voor hoofd-halskanker. Een goed moment om te bekijken wat de COVID-19-crisis tot nu toe betekent heeft voor hoofd-halskanker.

lees verder

Drie maanden minder kankerdiagnoses door coronapandemie

Als gevolg van de COVID-19-crisis is het aantal nieuwe kankerdiagnoses in maart, april en mei 20-25% lager dan in de eerste twee maanden van het jaar. Dit blijkt uit de Nederlandse Kankerregistratie op basis van diagnoses uit de landelijke pathologiedatabase PALGA.

lees verder

Aantal diagnoses darmkanker tijdens de COVID-19-pandemie

Als gevolg van de COVID-19-pandemie is het aantal darmkankerdiagnoses vanaf week 9 gedaald. Dit blijkt uit voorlopige cijfers van de Nederlandse Kankerregistratie op basis van voorlopige diagnoses in de landelijke pathologiedatabase.

lees verder

Aandacht voor behoeften overlevenden kanker tijdens COVID-19-pandemie

Aandacht voor behoeften overlevenden kanker tijdens COVID-19-pandemie

Overlevenden van kanker en zorgverleners staan tijdens de coronapandemie voor uitdagingen, die van dag-tot-dag kunnen veranderen. Hoewel er onzekerheid is hoe deze pandemie zich verder gaat ontwikkelen, en welke medische aandachtspunten en technische mogelijkheden zullen ontstaan, staat vast dat veel overlevenden passende, individuele psychosociale zorg nodig hebben. Daarom is het volgens een internationale groep onderzoekers belangrijk dat de ‘cancer survivorship community’ informatie deelt die kan bijdragen aan betere zorg.

lees verder

Afname kankerdiagnoses door coronacrisis ook internationaal van belang

Door de maatregelen tijdens de COVID-19-pandemie is de kankerzorg veranderd. Patiënten gingen niet of later naar de huisarts en werden later doorverwezen naar het ziekenhuis. Daardoor zijn er wekenlang een kwart minder kankerdiagnoses gesteld, zo blijkt uit de Nederlandse Kankerregistratie op basis van voorlopige diagnoses in de pathologiedatabase PALGA. Avinash Dinmohamed van Integraal Kankercentrum Nederland (IKNL) en Sabine Siesling van IKNL en de Universiteit Twente en collega’s beschrijven deze daling in het aantal diagnoses in het hoog aangeschreven wetenschappelijke tijdschrift Lancet Oncology.

lees verder