Verschuiving van borstkankerbehandeling tijdens eerste coronagolf

Borstkankerzorg tijdens eerste coronagolf: minder diagnoses, verschuiving in behandeling

Gedurende de eerste coronagolf werden er ruim éénderde minder borstkankerdiagnoses gesteld. Ook kregen meer vrouwen een andere behandeling aangeboden, om daarmee de druk op de zorg te ontlasten. Dat blijkt uit een studie naar de impact van de coronapandemie op diagnostiek, stadiumverdeling en initiële behandeling bij borstkankerpatiënten van Anouk Eijkelboom (IKNL) en collega’s. De studie, gepubliceerd in het Journal of Hematology Oncology, is de eerste die op basis van de Nederlandse Kankerregistratie inzichtelijk maakt wat het effect is van COVID-19 op de behandeling van kankerpatiënten. 

Tijdens de onderzoeksperiode (week 2-17 van 2020) zijn er ruim éénderde minder borstkankerdiagnoses gesteld, waarbij de daling het grootst was in lage stadia. Daarnaast vond er een verschuiving in initiële behandelingen plaats. Patiënten werden vaker behandeld met neo-adjuvante hormoontherapie, een therapievorm die wordt ingezet om de tumor voor een operatie te verkleinen en eventuele uitzaaiingen te elimineren. Chirurgische ingrepen konden daardoor later worden uitgevoerd.

COVID-19 en kankerzorg-NL

In april 2020 werd het NABON (Nationaal Borstkanker Overleg Nederland) COVID-19 consortium opgezet om de borstkankerzorg in coronatijd te monitoren en te evalueren. Als onderdeel van het door ZONMW gesubsidieerde ‘COVID en kankerzorg-NL project’ is dit onderzoek binnen dit consortium uitgevoerd. Eijkelboom en collega’s maakten gebruik van data uit de Nederlandse Kankerregistratie (NKR). Ze vergeleken data uit week 2 tot en met 17 van 2020 met de jaren 2018 en 2019. Alle vrouwelijke patiënten die in dat tijdbestek de diagnose borstkanker kregen werden geïncludeerd. In nadere analyse keken de onderzoekers naar de initiële behandeling binnen drie maanden, leeftijd en stadiumverdeling. 

Alternatieve behandelstrategieën 

Tussen week 2 en 17 vonden gebeurtenissen plaats die forse impact hadden op de gezondheidszorg in Nederland. Eind februari werd melding gemaakt van de eerste COVID-19-infecties in Nederland, in maart werd de eerste lockdown aangekondigd en 16 maart werd het bevolkingsonderzoek naar borstkanker tijdelijk stopgezet. Door de toenemende druk op de zorg zetten de Nederlandse Vereniging voor Medische Oncologie (NVMO), de Nederlandse Vereniging voor Chirurgische Oncologie (NVCO) en de Nederlandse vereniging voor Radiotherapie en Oncologie (NVRO) een aantal alternatieve behandelstrategieën op voor borstkanker, die vanaf week 12 hun intrede deden. Daarmee wilden de verenigingen de zorg voor kankerpatiënten waar mogelijk veilig opstarten of continueren, het infectierisico van patiënten en zorgmedewerkers reduceren, de beschikbaarheid van materiaal en staf waarborgen en IC-capaciteit vrijmaken voor kritieke COVID-19 patiënten. 

Incidentie eerste golf: 1150 minder diagnoses

Van week 9 tot en met 17 werden er in totaal 1150 minder borstkankerdiagnoses (150 DCIS, 1000 invasief) gesteld ten opzichte van dezelfde periode in 2018 en 2019. In totaal nam het aantal diagnoses in ziekenhuizen af met ruim 33 procent. De grootste afname is toe te schrijven aan de tijdelijke stop van het bevolkingsonderzoek. Dat verklaart ook waarom er voornamelijk minder DCIS (Ductaal Carcinoma In Situ, een voorloper van borstkanker) en stadium I-tumoren zijn gediagnostiseerd. Daarnaast stelden vrouwen een bezoek aan de huisarts uit. De afname in incidentie was bij alle stadia van borstkanker, met uitzondering van stadium IV. 

Behandelingen

Tijdens de eerste golf startte de initiële behandeling van borstkankerpatiënten sneller dan voor de pandemie haar intrede deed. Wel verschoof de soort behandeling. De onderzoekers kwamen tot vier verschuivingen, die in lijn zijn met de richtlijnen die door de NVMO, NVCO en NVRO zijn opgesteld. 

  1. Afname behandeling bij DCIS
    De kans op een behandeling binnen drie maanden na de diagnose van DCIS nam af met 6,6%. In totaal zijn ruim 40 vrouwen niet behandeld, die voor de Covid-pandemie wel behandeld zouden worden. DCIS is een voorloper van borstkanker en onderzoek wijst uit dat een operatie in sommige gevallen uitgesteld kan worden zonder dat er groter risico is op invasieve borstkanker. 
     
  2. Toename neo-adjuvante hormoontherapie
    Neo-adjuvante hormoontherapie wordt gegeven voor een operatie of bestraling om de tumor te verkleinen en eventuele uitzaaiingen te elimineren. Uit eerder onderzoek blijkt dat hiermee een operatie tot 6 maanden veilig uitgesteld kan worden bij sommige gevallen van borstkanker (bijvoorbeeld postmenopauzaal, bij een vroeg stadium, oestrogeen-receptor positief of HER2-negatief). Door Covid-19 werd deze therapie vaker toegepast, om zo in een later stadium een chirurgische behandeling te kunnen starten. In week 2 tot en met 17 nam de het aantal vrouwen dat de therapie kreeg als eerste behandeling toe van11.4 naar 15.5 procent. Het gaat daarbij om bijna 170 vrouwen. 
     
  3. Afname chirurgische ingrepen
    Zowel borstsparende operaties als het aantal mastectomieën (borstamputaties) met directe borstreconstructie namen af gedurende de eerste golf, om hiermee capaciteit vrij te maken voor Covid-19-patienten. Ten opzichte van eerdere jaren kregen ruim 130 minder vrouwen deze behandeling als eerste behandeling, een afname van 3,2 procent.
     
  4. Afname chemotherapie
    Aan het begin van de pandemie zagen de onderzoekers minder gebruik van chemotherapie als eerste behandeling, maar aan het einde nam deze juist meer toe. Over de hele periode (week 2 tot en met 17) kregen bijna 40 minder vrouwen chemotherapie als eerste behandeling.  

Effecten

Wat de langetermijneffecten zijn van de uitgestelde of gewijzigde behandelingen is nog niet bekend, nadere studies moeten dat uitwijzen. Het aantal diagnoses dat minder is gesteld is fors, toch hopen de onderzoekers dat de impact daarvan meevalt. Doordat voornamelijk lagere stadia niet zijn gediagnosticeerd is de kans aanwezig dat deze tumoren later alsnog via het bevolkingsonderzoek ontdekt worden. Tegelijk laat deze studie zien dat de impact van het stoppen van het bevolkingsonderzoek groot is. Het onderzoek toont daarnaast de veerkracht van medisch professionals aan. In korte tijd werden aanbevelingen opgesteld en de data laat zien dat deze ook snel werden doorgevoerd. 

 

Gerelateerd

Minder diagnoses borst- en darmkanker door coronacrisis

Door de coronacrisis dit voorjaar zijn minder diagnoses borst- en darmkanker gesteld. In de leeftijdsgroepen die voor de bevolkingsonderzoeken worden uitgenodigd was de daling in het aantal diagnoses veel groter dan in de andere leeftijdsgroepen. Bij borstkanker en de voorstadia daarvan gaat het om een derde minder diagnoses bij 50-74-jarigen en bij darmkanker om een vijfde minder diagnoses bij 55-75-jarigen, de leeftijdsgroep die voor het bevolkingsonderzoek wordt uitgenodigd. Dat schrijven Avinash Dinmohamed, Sabine Siesling en anderen in het tijdschrift Journal of Hematology & Oncology op basis van gegevens uit de Nederlandse Kankerregistratie gebaseerd op voorlopige diagnoses van de pathologiedatabase PALGA.

lees verder

Aantal diagnoses borstkanker in stijgende lijn: dieptepunt voorbij

Door de COVID-19 crisis zijn er minder borstkankerdiagnoses

De stijging in het aantal borstkankerdiagnoses vanaf week 15 zet door in week 16. Het dieptepunt lijkt hiermee in week 14 bereikt te zijn. Als gevolg van de COVID-19 crisis was het aantal diagnoses borstkanker in die week met de helft gedaald. Het aantal nieuwe borstkankerdiagnoses komt nog niet boven het niveau van het gemiddelde aantal borstkankerdiagnoses in de weken voor de COVID-19-crisis van 402 per week te liggen. Dit blijkt uit de voorlopige cijfers uit de Nederlandse Kankerregistratie op basis van de voorlopige diagnoses in de landelijke pathologiedatabase PALGA. De laatste update leest u op de pagina Covid-19/covid-19-en-borstkanker.

lees verder