COVID-19 en borstkanker

De tweede en derde golf van de COVID-19 pandemie hebben vooralsnog niet geleid tot een nieuwe daling van het aantal nieuwe borstkankerdiagnoses. Sinds de COVID-19 uitbraak in het voorjaar 2020 zijn er rond de 1.900 minder borstkankerdiagnoses gesteld ten opzichte van het gemiddelde aantal diagnoses in 2017-2019. Het aantal achterblijvende diagnoses is vooral het gevolg van het stopzetten van het bevolkingsonderzoek borstkanker. Sinds februari 2021 ligt het aantal diagnoses boven het gebruikelijke niveau. Dit blijkt uit de cijfers van de Nederlandse Kankerregistratie op basis van diagnoses in de landelijke pathologiedatabase PALGA. De cijfers zijn bijgewerkt tot en met mei 2021. 

Ontwikkeling in aantal diagnoses: Wat zien we?

Sinds het najaar 2020 ligt het aantal diagnoses weer op het niveau van voor de COVID-19 pandemie, en vanaf februari 2021 erboven. Nader onderzoek moet nog uitwijzen waaraan de toename is toe te schrijven. Dit kan mogelijk komen doordat er meer diagnoses via het bevolkingsonderzoek worden gesteld, of dat meer vrouwen zich bij de huisarts gemeld hebben met klachten. De relatief hoge incidentie in maart 2021 kan mede verklaard worden door het grotere aantal werkdagen (23 i.p.v. 20 in januari, februari en april). In mei ligt het aantal nieuwe diagnoses lager. Hierbij kunnen de feestdagen een rol hebben gespeeld.

De daling van het aantal diagnoses was het grootst tijdens de eerste golf, in het voorjaar van 2020. Deze daling werd grotendeels veroorzaakt door de tijdelijke stopzetting van het bevolkingsonderzoek (half maart-half juni), maar ook door het feit dat patiënten minder vaak naar de huisarts gingen of minder snel werden doorverwezen naar het ziekenhuis. De cijfers van de meest recente tijdsperiodes zijn voorlopig en kunnen in volgende updates nog bijgesteld worden.
 

Bevolkingsonderzoek

De tijdelijke stopzetting van het bevolkingsonderzoek in het voorjaar 2020 heeft met name geleid tot een sterke daling van het aantal diagnoses bij vrouwen in de leeftijd 50-74 jaar. Vrouwen in deze leeftijdscategorie komen in aanmerking voor het bevolkingsonderzoek en ontvangen eens per twee jaar een uitnodiging voor een mammografie (borstfoto). De helft van alle borstkankers in de leeftijdsgroep 50-74 wordt ontdekt via het bevolkingsonderzoek. Hierdoor heeft het tijdelijk stopzetten van de screening dan ook een grote impact gehad op het aantal diagnoses in deze leeftijdsgroep. Vanaf half juni 2020 is het bevolkingsonderzoek weer geleidelijk opgestart en vanaf het najaar 2020 ligt de capaciteit rond de 80%. In het voorjaar 2021 is de capaciteit gestegen tot 85%. Dit is nog altijd lager dan normaal onder meer omdat de screeningslocaties minder vrouwen kunnen ontvangen vanwege de COVID-maatregelen.  

1.900 minder diagnoses

Eind 2020 werd het aantal diagnoses dat minder is gesteld op 2.500 geschat, inmiddels is dat aantal gedaald tot naar schatting 1.900. Van het aantal niet gestelde diagnoses wordt geschat dat een kwart DCIS (niet invasief-borstkanker) betreft en driekwart invasieve borstkanker. Het is niet bekend of alle tot nu toe achterblijvende diagnoses alsnog gesteld gaan worden, en wanneer. Dit hangt samen met de groeisnelheid van de tumor (bij klachten zal de patiënt naar de huisarts gaan) en moment van uitnodiging voor screening. Op termijn zou de vertraging in diagnose kunnen leiden tot een toename van tumoren met een hoog stadium, met bijbehorende zwaardere behandeling. Of dat effect zal optreden en/of welke gevolgen dat heeft voor de kwaliteit van leven en kans op overleven is nu nog niet te zeggen. 

Stadiumverdeling

De cijfers over de stadiumverdeling van borstkanker zijn beschikbaar tot en met  januari 2021. Het overgrote deel van die daling in incidentie vond plaats bij lagere stadia. Deze daling was conform de verwachting aangezien bij het bevolkingsonderzoek vooral kleine tumoren zonder klachten worden ontdekt. Slechts een paar procent van de daling van de incidentie was nog toe te schrijven aan hogere stadia. 

In december 2020 liggen de percentages voor stadium I, II en IV boven het niveau van voor de COVID-19 pandemie, in januari 2021 liggen de percentages voor alle stadia wat lager. Deze percentages zijn in lijn met de gestelde diagnoses. 
 

Behandelingen 

Om de druk op de zorg te ontlasten hebben de Nederlandse Vereniging voor Medische Oncologie, de Nederlandse Vereniging voor Chirurgische Oncologie en de Nederlandse vereniging voor Radiotherapie en Oncologie begin 2020 alternatieve behandelstrategieën voor borstkanker opgezet, die vanaf week 12 hun intrede deden. Een analyse van de borstkankerzorg in de eerste coronagolf laat zien dat die strategieën zijn opgevolgd, er vond een verschuiving van behandelingen plaats. Patiënten werden vaker behandeld met neo-adjuvante hormoontherapie, een therapievorm die wordt ingezet om de tumor voor een operatie te verkleinen en eventuele uitzaaiingen te elimineren. Chirurgische ingrepen konden daardoor later worden uitgevoerd.

Ervaringen patiënten

Patiëntenorganisatie Borstkankervereniging Nederland (BVN) peilde via ‘Doneer je Ervaring’ van NFK hoe patiënten de aangepaste zorg hebben ervaren. Hierbij ging het om veranderingen in het behandel-, controle- of afsprakentraject
 

Tijdslijn

Monitoren

IKNL monitort de gevolgen van de COVID-19-crisis op de kankerzorg en bericht hierover op de webpagina www.iknl.nl/covid-19