COVID-19 en borstkanker

De tweede en derde golf van de COVID-19 pandemie hebben vooralsnog niet geleid tot een nieuwe daling van het aantal nieuwe borstkankerdiagnoses. Sinds de  COVID-19 uitbraak in het voorjaar 2020 zijn er rond de 2.300 minder borstkankerdiagnoses gesteld ten opzichte van het gemiddelde aantal diagnoses in 2017-2019.  De gemiste diagnoses zijn vooral het gevolg van het stopzetten van het bevolkingsonderzoek borstkanker. Dit blijkt uit de cijfers uit de Nederlandse Kankerregistratie op basis van diagnoses in de landelijke pathologiedatabase PALGA. De cijfers zijn bijgewerkt tot half maart 2021. 

Ontwikkeling in aantal diagnoses: Wat zien we?

Vanaf het najaar 2020 lijkt het aantal diagnoses per tijdsperiode weer op het niveau van voor de COVID-19 pandemie. Vanaf februari 2021 ligt het aantal diagnoses boven het gebruikelijke niveau, wat een eerste indicatie kan zijn van een mogelijke inhaalslag. De daling van het aantal diagnoses was het grootst tijdens de eerste golf, in het voorjaar van 2020. Deze daling werd grotendeels veroorzaakt door de tijdelijke stopzetting van het bevolkingsonderzoek (half maart-half juni), maar ook door het feit dat patiënten minder vaak naar de huisarts gingen of minder snel werden doorverwezen naar het ziekenhuis. De cijfers van de meest recente tijdsperiodes kunnen in volgende updates nog bijgesteld worden.

Bevolkingsonderzoek

Het bevolkingsonderzoek borstkanker is op 16 maart 2020 stopgezet. In het bevolkingsonderzoek worden vrouwen van 50-74 jaar eens per twee jaar uitgenodigd voor een mammografie (borstfoto). Bij ongeveer de helft van de patiënten in de leeftijdsgroep 50-74 wordt de borstkanker via het bevolkingsonderzoek ontdekt. De effecten van het stopzetten van het bevolkingsonderzoek zijn vanaf april 2020 te zien: het aantal diagnoses in de groep vrouwen die in aanmerking komt voor het bevolkingsonderzoek (groene lijn, 50-74 jaar) daalt in april 2020 meer dan in de overige leeftijdsgroepen. Vanaf half juni 2020 is het bevolkingsonderzoek weer geleidelijk opgestart en in het najaar 2020 ligt de capaciteit rond de 80%. Het aantal borstkankerdiagnoses lag vanaf het najaar 2020 weer op het gebruikelijke niveau. en vanaf februari 2021 ligt het aantal diagnoses erboven. Dit kan een eerste indicatie zijn van een mogelijke inhaalslag. 

Stadiumverdeling

Wanneer de cijfers worden opgesplitst naar stadium is te zien dat in de periode maart-oktober 2020 de incidentie van borstkanker in totaal met 27% is gedaald. Het overgrote deel van die daling heeft plaatsgevonden bij lagere stadia (DCIS: 22%, stadium I: 56% en stadium II: 20%). Deze daling is conform de verwachting aangezien bij het bevolkingsonderzoek vooral kleine tumoren zonder klachten worden ontdekt. Slechts een klein gedeelte van de daling van de incidentie is toe te schrijven aan hogere stadia (stadium III: 2%, stadium IV: 0%). De cijfers over de stadiumverdeling van borstkanker zijn beschikbaar tot oktober 2020.

2.300 minder diagnoses

Eind 2020 werd het aantal gemiste diagnoses op 2.500 geschat. Het lijkt er op dat er een voorzichtige inhaalslag heeft plaatsgevonden. Het aantal gemiste diagnoses wordt nu geschat op 2.300. Vanaf september 2020 lag het aantal diagnoses hoger dan gemiddeld, met een tijdelijke dip in oktober. Het is niet bekend wanneer de tot nu toe vertraagde diagnoses alsnog gesteld worden. Dit hangt samen met de groeisnelheid van de tumor (bij klachten zal de patiënt naar de huisarts gaan) en moment van uitnodiging voor screening. Op termijn zou de vertraging in diagnose kunnen leiden tot een toename van tumoren met een hoog stadium, met bijbehorende zwaardere behandeling. Of dat effect zal optreden en/of welke gevolgen dat heeft voor de kwaliteit van leven en kans op overleven is nu nog niet te zeggen. 

Tijdslijn

Monitoren

IKNL monitort de gevolgen van de COVID-19-crisis op de kankerzorg en bericht hierover op de webpagina www.iknl.nl/covid-19