COVID-19 en borstkanker

Na de daling van het aantal borstkankerdiagnoses als gevolg van de eerste golf van de COVID-19 pandemie begin dit jaar lijkt het aantal diagnoses weer enigszins op het normale niveau. Dit blijkt uit de voorlopige cijfers uit de Nederlandse Kankerregistratie op basis van diagnoses in de landelijke pathologiedatabase PALGA. De cijfers zijn bijgewerkt tot eind december 2020. In totaal zijn er in 2020 rond de 2500 minder borstkankerdiagnoses gesteld ten opzichte van het gemiddelde van de jaren daarvoor (2017-2019).  

Ontwikkeling in aantal diagnoses: Wat zien we?

Als gevolg van de COVID-19-crisis is er vanaf eind februari een daling in het aantal diagnoses van borstkanker te zien. In de eerste helft van april, het dieptepunt van de eerste golf, werden ongeveer 250 nieuwe patiënten gediagnosticeerd met een eerste primaire borstkanker. In voorgaande jaren was het aantal diagnoses in deze periode ruim 600. De daling wordt grotendeels verklaard door het tijdelijk stopzetten van het bevolkingsonderzoek, maar ook doordat patiënten met klachten minder snel naar de huisarts gingen of minder snel werden doorverwezen naar het ziekenhuis. 

Door het stopzetten van het bevolkingsonderzoek is met name het aantal diagnoses in de screeningsleeftijdsgroep (50-74 jaar) gedaald. Het gaat hierbij meestal om kleine tumoren die geen klachten geven. Vanaf september lag het aantal nieuwe diagnoses in de groep vrouwen die in aanmerking komt voor screening weer rond het verwachte niveau. In oktober en november is weer een lichte daling zichtbaar, die mogelijk toe te schrijven is aan de lockdownmaatregelen. 

2500 minder diagnoses

In totaal zijn er naar schatting rond de 2.500 minder nieuwe patiënten gediagnosticeerd met een eerste primaire borstkanker. Vanaf september lag het aantal diagnoses  hoger dan gemiddeld, met een tijdelijke dip in oktober. De cijfers van de laatst gerapporteerde periodes kunnen in volgende updates nog bijgesteld worden.
 

Bevolkingsonderzoek

Het bevolkingsonderzoek borstkanker is op 16 maart stopgezet. In het bevolkingsonderzoek worden vrouwen van 50-74 jaar eens per twee jaar uitgenodigd voor een mammografie (borstfoto). Normaal gesproken wordt bij ongeveer de helft van de patiënten in de leeftijdsgroep 50-74 de borstkanker via het bevolkingsonderzoek ontdekt. Omdat de gemiddelde tijd tussen de mammografie en de diagnose twee weken is, is het effect van het stopzetten van de screening pas zichtbaar in de cijfers vanaf begin april. We zien inderdaad dat vanaf dat moment het aantal diagnoses in de groep vrouwen die in aanmerking komt voor het bevolkingsonderzoek (groene lijn, 50-74 jaar) sterk is gedaald, sterker dan in de overige leeftijdsgroepen. Vanaf half juni is het bevolkingsonderzoek weer geleidelijk opgestart, zij het wel met beperkte capaciteit vanwege de 1,5 meter maatregel. Het aantal borstkankerdiagnoses is daardoor geleidelijk gestegen.

Stadiumverdeling

De eerste cijfers over de stadiumverdeling van borstkanker van alle leeftijden laten zien dat vooral de incidentie van borstkanker met de laagste stadia (ductaal carcinoma in situ-DCIS, stadium I & II) is gedaald. De incidentie van borstkanker met een hoger stadium (stadium III en IV) is zoals verwacht laag. Van maart tot mei 2020 waren er iets minder tumoren met een hoog stadium dan in de voorgaande periode, maar de incidentie was al heel snel terug op het gebruikelijke niveau. 

De daling in aantal diagnoses borstkanker met een laag stadium was te verwachten. De daling bij vrouwen in de screeningsleeftijd is grotendeels gerelateerd aan de tijdelijke stopzetting van het bevolkingsonderzoek. Bij het bevolkingsonderzoek worden met name kleine tumoren zonder klachten ontdekt. Het is nog onduidelijk hoeveel diagnoses later alsnog gesteld zullen worden, omdat de tot nu toe gemiste diagnoses grotendeels langzaam groeiende tumoren zullen zijn die geen klachten geven.

Echter, op termijn zou de vertraging in diagnose kunnen leiden tot een toename van tumoren met een hoog stadium, met bijbehorende zwaardere behandeling. Of dat effect zal optreden en/of welke gevolgen dat heeft voor de kwaliteit van leven en kans op overleven is nu nog niet te zeggen. 


 

Wat verwachten we?

Tijdens de huidige lockdown blijven de bevolkingsonderzoeken actief. Het blijft van belang  dat mensen met klachten naar de huisarts gaan en dat vrouwen, die van plan zijn deel te nemen aan het bevolkingsonderzoek, gehoor geven aan een oproep.    

Tijdslijn

Monitoren

IKNL monitort de gevolgen van de COVID-19-crisis op de kankerzorg en bericht hierover op de webpagina www.iknl.nl/covid-19