Vaccinatie tegen coronavirus werkt goed tijdens behandeling van solide tumoren

De meeste patiënten met een tumor in een orgaan of weefsel waarvoor ze een behandeling krijgen met immuuntherapie en/of chemotherapie, hebben een goede respons op het coronavaccin. Een onderzoek hiernaar, uitgevoerd door UMC Groningen, Erasmus MC in Rotterdam en Antoni van Leeuwenhoek in Amsterdam, in samenwerking met het RIVM en het Integraal Kankercentrum Nederland, laat zien dat vaccinatie van deze patiënten veilig en meestal effectief is. De resultaten van dit onderzoek zijn op 20 september gepresenteerd op het congres van de European Society of Medical Oncology en worden gepubliceerd in het medische tijdschrift The Lancet Oncology. 

“Het is voor patiënten met kanker en hun behandelaars wereldwijd heel belangrijk om te weten dat ze tijdens hun behandeling gevaccineerd kunnen worden tegen corona en dat deze vaccinatie veilig is”, aldus Liesbeth de Vries, hoogleraar Medische Oncologie van het UMCG en onderzoeksleider van de VOICE-studie (Vaccination against cOvid In CancEr).

Vaccinatie

In het totaal zijn 503 patiënten met solide tumoren en 240 controlepersonen, allemaal partners van de patiënten, gevaccineerd met het Moderna mRNA vaccin. Zij kregen twee doses met vier weken daartussen. De eerste vaccinatie vond plaats binnen drie maanden van de meest recente toediening van immuuntherapie of binnen vier weken van de meest recente toediening van chemotherapie. De productie van antistoffen tegen het coronavirus na twee vaccinaties werd gekozen als het primaire eindpunt van het onderzoek. Een positieve reactie op het virus (seroconversie) werd gedefinieerd als een concentratie van meer dan 10 virusbindende antilichamen per milliliter bloedserum. 

Respons

Het onderzoek liet 28 dagen na de tweede vaccinatie geen verschil in reactie zien tussen patiënten en controles. Alle controles hadden op dat punt seroconversie bereikt, en dat gold ook voor zeer veel patiënten: 99,3% voor immuuntherapie, 97,4% voor chemotherapie en 100% voor chemo-immuuntherapie. Weliswaar gold dit voor seroconversie, maar de onderzoekers wilden graag weten of de respons, die was ontstaan, wel bescherming biedt tegen het krijgen van COVID-19. Op basis van het vermogen van de antistoffen om het virus te neutraliseren bleek een waarde van 300 virusbindende antistoffen per milliliter de grens te zijn tussen een suboptimale en een adequate respons.  

Na de twee vaccinaties ontstond een adequate respons bij 93,1% van de patiënten die immuuntherapie kregen, 83,8% bij chemotherapie en 88,8% bij chemo-immuuntherapie. In de controlegroep werd een adequate respons gevonden bij 99,6% van de controlepersonen. Bij de meeste patiënten nam de concentratie antistoffen toe na de tweede vaccinatie. Dit wijst erop dat bij de groep patiënten die de grenswaarde van 300 virusbindende antistoffen niet bereikte na twee vaccinaties een derde vaccinatie mogelijk alsnog een adequate respons kan geven. Dit zal in vervolgonderzoek worden uitgezocht. Slechts één patiënt liep in de periode tot 28 dagen na de tweede vaccinatie COVID-19 op. Tijdens het onderzoek zijn geen onverwachte bijwerkingen van de vaccinatie gezien. 

Studie

De VOICE-studie werd opgezet toen bleek dat COVID-19 ernstige gevolgen kan hebben voor patiënten met kanker. Dit riep de vraag op of vaccinatie tegen corona effectief en veilig is voor deze patiënten. Chemotherapie kan de afweerreactie die vaccins veroorzaken, verminderen, terwijl er nog maar weinig bekend is over immuuntherapie, die mogelijk de afweerreactie kan versterken en daardoor bijwerkingen zou kunnen veroorzaken.  

Het IKNL trialbureau verzorgt voor deze studie naast projectmanagement, het centraal datamanagement, lokaal datamanagement, de logistiek rondom vragenlijsten en de monitoring. Zo verzamelen datamanagers van IKNL alle gegevens voor de studie om de onderzoeksvragen te kunnen beantwoorden. Ook het uitsturen en verwerken van vragenlijsten over ervaren bijwerkingen is een belangrijk onderdeel voor goede uitvoering van de studie. 'Met de flexibele en omvangrijke ondersteuning van ons trialbureau helpen we mee aan deze belangrijke studie', zegt prof. Valery Lemmens, bestuurder IKNL. 

Vervolg

De onderzoekers volgen de deelnemers aan het onderzoek nog steeds. Op dit moment verzamelen zij de gegevens van zes maanden na vaccinatie. Ook zal de reactie van T-cellen worden onderzocht, aangezien deze afweercellen kunnen bijdragen aan de bescherming tegen COVID-19. 

Publicatie

De publicatie ‘A prospective multicentre COVID-19 vaccination trial in patients receiving chemotherapy, immunotherapy, or chemo-immunotherapy for solid tumours’ wordt binnenkort verwacht in Lancet Oncology (in press). Mede-onderzoeker Sjoukje Oosting, medisch oncoloog in het UMCG, presenteerde de onderzoeksresultaten op maandag 20 september in het ‘presidential symposium’ van het congres van de European Society of Medical Oncology.

Het VOICE-onderzoek is gefinancierd en ondersteund door de Nederlandse organisatie voor gezondheidsonderzoek en zorginnovatie ZonMw.

categorie: COVID-19
Gerelateerd

COVID-19-maatregelen geen significante impact op welzijn van nabestaanden

Mondmasker en handschoenen op begraafplaats

Uit recent onderzoek in Palliative Medicine blijkt dat de COVID-19-pandemie tot op heden geen significante impact heeft op de kwaliteit van leven van nabestaanden van patiënten met gevorderde kanker. IKNL-onderzoeker Laurien Ham en haar team vergeleken hiervoor kwaliteit van leven-data van nabestaanden van vóór de pandemie met data tijdens de pandemie. Het team benadrukt dat ondersteuning van nabestaanden wel noodzakelijk blijft en dat vervolgonderzoek naar langetermijngevolgen nodig is.

lees verder

Impact van de covid-19-uitbraak op de blaaskankerzorg

De covid-19-uitbraak in 2020 heeft in Nederland geleid tot een afname in aantal blaaskanker diagnoses met als ‘dieptepunt’ bijna 30% minder diagnoses in mei 2020. Deze afname in diagnoses is het sterkst onder ouderen en betreft vaker niet-invasieve tumoren. De behandeling van patiënten met blaaskanker lijkt tijdens de eerste golf grotendeels ongewijzigd te zijn. Alleen chemotherapie, zowel in de neo-adjuvante setting als bij patiënten met gemetastaseerde ziekte, werd wat minder vaak toegepast in vergelijking met eerdere jaren.

lees verder