Borstsparende therapie bij T1-2N2 gelijk aan mastectomie & radiotherapie

19-12-2016
Patiënten met stadium T1-2N2 borstkanker die borstsparende chirurgie aangevuld met radiotherapie krijgen, hebben een algehele, relatieve en afstandsmetastasevrije 10-jaarsoverleving die minstens gelijk is aan die van patiënten die mastectomie en radiotherapie kregen. Die conclusie trekken Marissa van Maaren (IKNL) en collega’s op basis van de eerste population-based studie naar het resultaat van beide behandelopties in deze specifieke patiëntengroep. De onderzoekers benadrukken dat deze uitkomst voorzichtig geïnterpreteerd dient te worden, maar geven tevens aan dat deze bevinding aansluit bij een eerdere studie gepubliceerd in The Lancet Oncology. Ze adviseren arts en patiënt om samen tot een goed besluit te komen, waarin de risico's en voordelen van beide behandelopties worden meegewogen.

In de eerder in The Lancet Oncology gepubliceerde studie toonden de onderzoekers aan dat borstsparende chirurgie en radiotherapie minstens gelijkwaardig is aan mastectomie bij patiënten met stadium T1-2N0-1 borstkanker. De 10-jaarsoverleving van patiënten met T1-2N2 borstkanker na borstsparende chirurgie en radiotherapie ten opzichte van patiënten met mastectomie en radiotherapie was tot dusver niet specifiek onderzocht. In deze studie is daarom onderzoek gedaan naar de algehele en relatieve 10-jaarsoverleving inclusief de afstandsmetastasevrije overleving bij patiënten met T1-2N2 borstkanker na borstsparende chirurgie met radiotherapie en na mastectomie met radiotherapie naar tumorstadium.

Population-based
onderzoek
De onderzoekers verzamelden data in Nederlandse Kankerregistratie (NKR) van alle vrouwen die tussen 2000-2004 zijn gediagnosticeerd met primaire, invasieve T1-2N2 borstkanker en die borstsparende chirurgie en radiotherapie kregen ofwel mastectomie en radiotherapie. Beide groepen patiënten kregen tevens een okselklierdissectie. De 10-jaarsoverleving en afstandsmetastasevrije overleving werden geschat met behulp van multivariabele Cox-regressieanalyses.

De sterfteverhouding tussen de patiëntenpopulatie en de Nederlandse bevolking werden berekend om de relatieve overleving te schatten met behulp van tabellen gebaseerd op gegevens van de totale Nederlandse bevolking. Daarnaast werd zowel de algehele als relatieve overleving bepaald voor het gehele cohort. De berekening van de afstandsmetastasevrije overleving vond plaats aan de hand van gegevens van patiënten gediagnosticeerd en behandeld in 2003 vanwege de afgeronde follow-up. Ontbrekende gegevens werden geïmputeerd.

Minstens gelijke overleving

Van het totaal aantal geïncludeerde patiënten (n= 3.071), ontvingen 1.055 vrouwen (34,4%) borstsparende chirurgie en radiotherapie en 2.016 vrouwen (65,7%) mastectomie en radiotherapie. Analyses tonen aan dat patiënten na borstsparende chirurgie met radiotherapie en na mastectomie met radiotherapie een gelijke algehele en relatieve overleving hebben. Echter na stratificatie blijkt borstsparende chirurgie met radiotherapie significant samen te hangen met een verbeterde, algehele en relatieve 10-jaarsoverleving bij patiënten met stadium T2N2, maar niet bij patiënten met T1N2. De afstandsmetastasevrije 10-jaarsoverleving was gelijk voor beide behandelingen in het cohort 2003 (n = 594) die representatief zijn voor het volledige cohort.

Marissa van Maaren en collega’s van Medisch Spectrum Twente, Radboudumc, Canisius Wilhelmina Ziekenhuis (Nijmegen),UMC Groningen en Universiteit Twente, concluderen dat dit de eerste population-based studie is waaruit blijkt dat zowel de algehele en relatieve als de afstandsmetastasevrije 10-jaarsoverleving bij patiënten die borstsparende chirurgie met radiotherapie kregen minstens gelijk is aan mastectomie en radiotherapie. Deze uitkomsten bevestigen dat borstsparende chirurgie in combinatie met radiotherapie een goede behandeloptie is voor patiënten met T1-2N2 borstkanker, mits deze behandeling van toepassing en haalbaar is voor een patiënt.

Voor- en nadelen observationele studie

In de discussie gaan de onderzoekers in op de uitkomsten van de studie en bespreken ze een aantal verschillen ten opzichte van eerdere publicaties en de voor- en nadelen van observationele studies. Marissa van Maaren en collega’s veronderstellen, rekening houdend met de beperkingen van observationele studies, dat borstsparende chirurgie in combinatie met radiotherapie zeker net zo goed is als mastectomie en radiotherapie bij patiënten met borstkanker stadium T1-2N2 zoals deze worden gezien in de dagelijkse praktijk.

Een voordeel van observationele studies zoals deze is het population-based karakter, waarbij rekening wordt gehouden met een reeks potentieel verstorende variabelen. Andere pluspunten zijn het gebruik van data van een helder gedefinieerde patiëntenpopulatie, een lange follow-up (10 jaar),informatie over de omvang van de tumor (tot op 1 mm nauwkeurig) en het aantal positieve lymfeklieren. De huidige studie kent ook een aantal beperkingen, zoals het geringe aantal patiënten in het cohort 2003. Onopgehelderd is of een grotere populatie tot nauwkeurige uitkomsten zou leiden. Verder ontbreken data over de HER2-status. Verstorende invloeden kunnen volgens de onderzoekers nooit helemaal worden uitgesloten, zodat de uitkomsten van deze studie voorzichtig geïnterpreteerd dienen te worden.

Bespreken behandelopties

Tot slot wijzen de onderzoekers op het feit dat veel vrouwen met borstkanker nog altijd kiezen voor een mastectomie, voornamelijk uit angst voor een recidief, de mogelijkheid van het krijgen van een directe borstreconstructie en het gebruik van MRI. Echter, postoperatieve radiotherapie na een directe borstreconstructie wordt ook in verband gebracht met een hoog aantal chirurgische complicaties en verlies van implantaten. De onderzoekers adviseren daarom om patiënten – indien nodig – beide behandelopties aan te bieden met ruimte voor goede, gezamenlijke besluitvorming waarin de risico's en voordelen tegen elkaar afgewogen kunnen worden.

 

  • ·van Maaren MC, de Munck L, Jobsen JJ, Poortmans P, de Bock GH, Siesling S, Strobbe LJ.: ‘Breast-conserving therapy versus mastectomy in T1-2N2 stage breast cancer: a population-based study on 10-year overall, relative, and distant metastasis-free survival in 3071 patients’.
  • Meer informatie over deze publicatie is verkrijgbaar via bibliotheek@iknl.nl
  • Zie ook bericht over publicatie in The Lancet Oncology: Borstsparende therapie vergelijkbaar met mastectomie bij vroege borstkanker

volg ons: