Onaangepaste ziekteperceptie leidt tot hoger zorggebruik bij overlevenden

29-10-2018
Circa één op de vijf overlevenden van endometriumcarcinoom heeft last van negatieve ziektepercepties. Dit kan leiden tot frequenter bezoek aan huisarts en/of specialist, zo blijkt uit onderzoek van Melissa Thong (AMC; Deutsches Krebsforschungszentrum, Heidelberg) en collega’s. Bij overlevenden met een onaangepaste ziekteperceptie kan een gesprek met een zorgverlener bijdragen aan het verminderen van deze zorgen. Volgens de onderzoekers is er meer onderzoek nodig naar de impact van cognitieve gedragsinterventies bij overlevenden met onaangepaste ziektepercepties.

Volgens het “Common Sense Model” voor zelfregulatie, construeren overlevenden van kanker percepties over hun ziekte als een (niet-)aanpassingsmechanisme. Deze percepties kunnen van invloed zijn op het gebruik van gezondheidszorg. In deze studie probeerden de onderzoekers de samenhang tussen ziektepercepties en het gebruik van gezondheidszorg te onderzoeken bij overlevenden die zijn behandeld voor stadium I-II endometriumcarcinoom en of deze relaties verschilden in de tijd sinds de diagnose.

Vragenlijst via PROFILES

Overlevenden die tussen 1999 en 2007 zijn gediagnosticeerd met endometriumcarcinoom, kregen in 2008 een vragenlijst aangeboden via het patiëntenvolgsysteem PROFILES. In totaal voltooiden 742 respondenten (77%) de Brief Illness Perception Questionnaire (BIPQ) en gaven zij antwoord op vragen over het gebruik van gezondheidszorg gedurende de afgelopen twaalf maanden. Klinische gegevens werden geraadpleegd in de databank van de Nederlandse Kankerregistratie (NKR). Met logistische regressiemethoden werd vervolgens de relatie tussen ziektepercepties en het zorggebruik geëvalueerd.

Uit de analyses blijkt dat tussen 15% en 22% van de overlevenden van kanker negatieve ziektepercepties hebben. Overlevenden met een negatievere perceptie hadden vaker het gevoel dat hun ziekte hun leven meer negatief beïnvloedde. Ook hadden ze voor hun gevoel minder controle over hun behandeling, dachten dat hun ziekte langer zou gaan duren en ervaarden zij meer symptomen. Verder maakten deze overlevenden zich meer zorgen over hun ziekte en gaven ze aan dat hun ziekte hen meer emotioneel beïnvloedde. Daarnaast was de kans groter dat deze overlevenden vaker dan één bezoek brachten aan hun huisarts in relatie tot kanker in vergelijking met overlevenden met meer positieve ziektepercepties.

Aanwezigheid van meer negatieve percepties over de gevolgen van kanker, de duur van de ziekte, het ervaren van symptomen en bezorgdheid over de ziekte, hingen ook samen met meer dan twee algemene of kankergerelateerde bezoeken aan een medisch specialist. Het verband tussen negatieve ziektepercepties en het gebruik van gezondheidszorg was prominenter aanwezig op langere termijn (meer dan vijf jaar na de diagnose) bij overlevenden na behandeling van endometriumcarcinoom.

Conclusies en aanbevelingen

Melissa Thong en collega’s concluderen dat negatieve ziektepercepties bij overlevenden van endometriumcarcinoom samenhangen met een hoger gebruik van gezondheidszorg. Bij vrouwen met een onaangepaste ziekteperceptie kan bezoek aan een zorgverlener bijdragen aan het verminderen van zorgen over hun ziekte. Toekomstig onderzoek zou zich kunnen richten op het bestuderen van effecten van interventies bij overlevenden met onaangepaste ziektepercepties en op het gebruik van gezondheidszorg.

Bij onderzoek naar ziektepercepties onder overlevenden van kanker is het “Common Sense Model” een relevante methodiek, omdat dit model individuen beschouwt als probleemoplossers die actief betrokken zijn bij hun eigen gezondheid en ziekte. Het impliceert dat onaangepaste ervaringen van overlevenden kunnen worden benaderd door middel van interventies om betere gezondheidsresultaten te bereiken, mits deze mensen meer adaptief inzicht hebben of krijgen in hun situatie en in staat zijn om de effecten van hun handelen aan dit inzicht te toetsen. Onderzoek bij andere chronisch zieken heeft aangetoond dat onaangepaste ziektepercepties vatbaar zijn voor interventie.

Cognitieve interventies

Mensen met een hartinfarct bijvoorbeeld die een interventie kregen over ziekteperceptie hadden daarna aanzienlijk minder zorgen over een toekomstig hartinfarct en belden minder vaak met hun huisarts over hun hart tijdens een follow-up vergeleken met personen die géén interventie kregen over ziekteperceptie. Ook borstkankerpatiënten die een cognitieve gedrag- en stressmanagementinterventie kregen, hadden vervolgens minder last van depressieve symptomen en een hogere gezondheidsgerelateerde kwaliteit van leven tot vijftien jaar follow-up.

volg ons: