Samenhang spiermassa en mortaliteit verschilt per sekse bij dikkedarmkanker
De samenhang tussen spiermassa en mortaliteit verschilt tussen mannen en vrouwen met dikkedarmkanker. Dat concluderen Harm van Baar (WUR) en collega’s in Cancer Epidemiology, Biomarkers & Prevention. Welk mechanisme hier achter schuilgaat, moet nog worden opgehelderd. De uitkomsten van dit onderzoek geven aan dat het belangrijk is om meer aandacht te besteden aan seksegerelateerde verschillen en uitkomsten van oncologische behandelingen.
lees verderOversterfte oudere patiënt na darmkankeroperatie geheel verdwenen
‘De NKR heeft een revolutie in de uitkomst van kankerbehandeling bij ouderen zichtbaar gemaakt’, dat zegt professor dr. Harm Rutten, oncologisch chirurg in het Catharina Ziekenhuis in Eindhoven en als hoogleraar oncologische chirurgie verbonden aan de Maastricht University.
lees verderBevolkingsonderzoeken: hoge deelnametrouw en vroege opsporing
IKNL verzorgt in opdracht van het RIVM de monitoring van de bevolkingsonderzoeken naar darm-, borst- en baarmoederhalskanker met als doel de kwaliteit van deze screenings te bewaken en waar nodig te verbeteren. Uit deze monitoring blijkt onder andere dat deze bijdragen aan vroege opsporing van kanker en dat de deelnamegraad hoog is. Dit duidt op een hoog vertrouwen in deze bevolkingsonderzoeken.
lees verderStudie naar relevantie histologische subtypen op prognose appendixcarcinoom
Bij patiënten met een locoregionaal of niet naar het buikvlies gemetastaseerd appendixadenocarcinoom heeft het histologisch subtype van de tumor géén invloed op de prognose. Echter, bij patiënten met peritoneale metastasen is het mucineus subtype wél een gunstige prognostische factor ten opzichte van patiënten met het een niet-mucineus adenocarcinoom. Dat blijkt uit onderzoek van Laura Legué (Catharina Ziekenhuis, Eindhoven & IKNL) en collega’s. Deze uitkomsten bevestigen dat mucineuze en niet-mucineuze adenocarcinomen in de appendix verschillend zijn als het gaat om prognose en behandelmogelijkheden.
lees verderOverleving na dikkedarm- en borstkanker verbeterd tussen ’03-‘12 in Nederland
De overleving van patiënten met dikkedarm- en borstkanker is tussen 2003 en 2012 in Nederland verbeterd, maar er zijn wel opmerkelijke verschillen te zien tussen oudere en jongere patiënten, met name bij borstkankerpatiënten. Dat concluderen Doris van Abbema (Universiteit Maastricht & Amsterdam) en collega’s. Bij oudere vrouwen met borstkanker is een opvallende toename te zien van endocriene therapieën en daling van het aandeel operaties. De onderzoekers vragen zich af of de richtlijnen bij deze groep patiënten consistent worden gevolgd. De gestegen overleving bij ouderen met dikkedarmkanker is vooral toe te schrijven aan ruimere inzet van adjuvante chemotherapie en verbeterde preoperatieve behandeling en chirurgie.
lees verderPsychische nood ‘bemiddelt’ in relatie tussen neuropathie en vermoeidheid
Overlevenden van dikkedarmkanker die te maken hebben met chemotherapie-geïnduceerde sensorische perifere neuropathie rapporteren meer vermoeidheid. Dit geldt met name voor personen die angstig en/of depressief zijn, zo blijkt uit onderzoek van Cynthia Bonhof (CoRPS (Tilburg University) & IKNL). Niet uitgesloten is dat er ‘tweerichtingsverkeer” plaatsvindt tussen chemotherapie-geïnduceerde sensorische perifere neuropathie en psychische nood. Aanvullend onderzoek is nodig om de relatie tussen psychische nood, neuropathie en vermoeidheid te helpen verklaren. Tot die tijd adviseren de onderzoekers bij de behandeling van vermoeidheid meer aandacht te schenken aan patiënten met psychische nood.
lees verderLagere kwaliteit van leven voor kankeroverlevenden met cardiovasculaire ziekte
Overlevenden van kanker die ten tijde van de diagnose al hart- en vaatziekten hadden, rapporteren vaker een negatief effect op hun gezondheidsgerelateerde kwaliteit van leven. Het gaat hierbij onder meer om hun algehele kwaliteit van leven, fysiek functioneren en symptomen als vermoeidheid en dyspneu. Dat concluderen Dounya Schoormans (CoRPS, Tilburg University) en collega’s in Acta Oncologica. Volgens de onderzoekers is het belangrijk dat zorgverleners extra aandacht schenken aan deze kwetsbare groep overlevenden. Daarbij dient ook rekening gehouden te worden met mogelijke progressie van cardiovasculaire aandoeningen, aangezien oncologische behandelingen cardiotoxisch kunnen zijn.
lees verderVoeding & leefstijl bespreken tijdens en na behandeling kanker
Mensen die na de behandeling van dikkedarmkanker gezonder eten en meer bewegen, ervaren een betere kwaliteit van leven dan lotgenoten. Patiënten krijgen echter vaak geen of weinig voorlichting over leefstijl en voeding. Merel van Veen (IKNL, Wageningen University) concludeert in haar proefschrift dat zorgprofessionals al tijdens de behandeling dienen te beginnen met het geven van voedingsinformatie en niet moeten wachten tot patiënten of naasten daar naar vragen. Een voorwaarde is dat zorgverleners meer kennis krijgen over voeding en leefstijl, want dat inzicht is momenteel beperkt. Artsen zouden het belang van een gezonde leefstijl bovendien meer moeten benadrukken, met een leidende rol voor diëtisten in dit proces.
lees verder