Nieuws
Selecteer een onderwerp in de filter, zoals een kankersoort, een behandelsoort of een onderzoeksdomein.
Selecteer een onderwerp in de filter, zoals een kankersoort, een behandelsoort of een onderzoeksdomein.
IKNL is begin 2017 gestart met het eQuiPe-project, een onderzoek naar de kwaliteit van leven en kwaliteit van zorg zoals patiënten met gevorderde kanker én hun naasten dit ervaren. Het gaat hierbij om een prospectieve, observationele cohortstudie die openstaat voor deelname door zowel patiënten als hun naasten. Primair komen in aanmerking patiënten die gediagnosticeerd zijn met een gevorderd stadium (IV) van long-, dikkedarm-, hoofd-hals-, prostaat- of borstkanker (met metastasen in meerdere orgaansystemen) en pancreas- of slokdarmkanker. Doel is met deze kennis de palliatieve zorg verder te optimaliseren. De eerste resultaten van een kwalitatieve voorstudie worden in dit nieuwsbericht gepresenteerd.
lees verderAdjuvante chemoradiotherapie bij patiënten met maagkanker, die géén neoadjuvante behandeling kregen, leidt tot een marginaal overlevingsvoordeel. Dat concluderen Vincent Ho (IKNL) en collega’s aan de hand van een studie met data uit de Nederlandse Kankerregistratie in Annals of Surgical Oncology. Volgens de auteurs kan adjuvante behandeling vooral overwogen worden bij patiënten met lymfeklierinvasie en patiënten met microscopische tumorresten. Ze verwachten dat concentratie van klinische expertise in hoogvolumecentra en multidisciplinaire besprekingen op termijn meer overlevingswinst kunnen opleveren voor patiënten met maagkanker.
lees verderHet aantal patiënten met alvleesklierkanker dat een chirurgische exploratie inclusief resectie kreeg, is tussen 2009 en 2013 in Nederland toegenomen. Toch blijkt dat een derde van de patiënten die in deze periode een chirurgische exploratie kreeg uiteindelijk géén alvleesklierresectie onderging. Dat schrijven Lydia van der Geest (IKNL) en collega’s in een publicatie in de British Journal of Surgery. Onder patiënten die geen resectie kregen, bleek de 30-dagensterfte tweemaal zo hoog dan bij patiënten die wel een tumorresectie kregen. Hoewel sprake is van een dalende trend van het aantal patiënten zonder resectie tijdens chirurgische exploratie, is de omvang volgens de onderzoekers nog steeds zorgwekkend.
lees verderDe behandeling van patiënten met een wekedelensarcoom kan in Nederland worden geoptimaliseerd door deze zorg te concentreren in gespecialiseerde sarcoomcentra. Dit naar analogie van de bestaande centra die gespecialiseerd zijn in bottumoren. Die conclusie trekken Harald Hoekstra (UMC Groningen) en collega’s van NKI-AvL, Erasmus MC, UMC Groningen, LUMC en IKNL in een publicatie in Annals of Surgical Oncology. De verwachting is dat concentratie van deze zorg bijdraagt aan de kwaliteit van pathologische verslaglegging, naleving van richtlijnen en tevens ruimte biedt aan het ontwikkelen en implementeren van nieuwe diagnosetechnieken en behandelstrategieën.
lees verderPatiënten met gemetastaseerde maag- en slokdarmkanker hebben een betere overleving na palliatieve, systemische therapie in behandelcentra of chirurgische centra met een hoog behandelvolume vergeleken met therapie in centra met een laag volume. Volgens Nadia Haj Mohammad (UMC Utrecht) en collega’s is dat een unieke bevinding, omdat uitsluitend palliatieve chemotherapie, een jongere leeftijd, metastasen in een enkel orgaan en een lage lactaatdehydrogenase hebben bijgedragen aan deze verbeterde overleving. Aanvullend onderzoek moet uitwijzen welke van deze factoren geassocieerd zijn met de betere resultaten van hoogvolumecentra.
lees verderPatiënten met grootcellig neuro-endocrien longcarcinoom (LCNEC) die behandeld zijn met het chemotherapieschema NSCLC-t (vooral met de combinatie platinum-gemcitabine) hebben een langere, algemene overleving (mediaan 8,5 maanden) vergeleken met patiënten die behandeld zijn met platinum-pemetrexed (NSCLC-pt) of platinum-etoposide (SCLC-t). Dat blijkt uit het grootste onderzoek tot dusver uitgevoerd door Jules Derks (UMC Maastricht) en collega’s met data van de Nederlandse Kankerregistratie (NKR) en het Nederlands Pathologieregister (PALGA). De onderzoekers adviseren de uitkomsten van de studie te laten bevestigen, bij voorkeur in een gerandomiseerde trial met patiënten met gevalideerd LCNEC.
lees verderHoewel het risico op een later recidief hoog is bij patiënten met stadium I-III invasieve borstkanker, is de absolute incidentie van recidieven laag. Dat concluderen Yvonne Geurts (IKNL) en Annemieke Witteveen (IKNL/Universiteit Twente) en collega’s met behulp van data van de NKR in Breast Cancer Research and Treatment. Volgens de onderzoekers zou een intensievere follow-up om latere recidieven vroegtijdig te detecteren waarschijnlijk niet (kosten)effectief zijn, omdat bijna de helft van de tweede recidieven al in het eerste jaar na een eerder recidief wordt gedetecteerd waarin al meerdere nazorgbezoeken plaatsvinden. En in meer dan 80% van de gevallen gaat het om een metastase, waarbij vroege ontdekking niet leidt tot een betere overleving.
lees verderHet aantal mastectomieën is significant lager, wanneer patiënten met borstkanker voorafgaand aan of tijdens neoadjuvante chemotherapie een borst-MRI krijgen. Dit geldt met name voor patiënten met een grote invasieve ductale tumor, zo blijkt uit onderzoek van Ingeborg Vriens (Maastricht UMC) en collega’s met data van de Nederlandse Kankerregistratie (NKR). Om die reden wordt een borst-MRI in het bijzonder aanbevolen aan patiënten met een ductaal mammacarcinoom die de voorkeur geven aan een borstsparende operatie. Deze studie toont tevens aan dat een borst-MRI geen toegevoegde waarde lijkt te hebben voor patiënten met een invasief lobulair mammacarcinoom om de mogelijkheden voor een borstsparende operatie te vergroten.
lees verder