decoratieve afbeelding: schematische weergave Europese kaart met web van verbindingen en punten eroverheen geprojecteerd

Nederlandse kankerzorg: sterke basis, duidelijke verbeterkansen

Nieuw OECD/EU-rapport laat zien waar Nederland vooroploopt en waar verbetering nodig is

Het aantal mensen met kanker in de Europese Unie is sinds 2000 met ongeveer 30 procent toegenomen. Voor 2024 wordt uitgegaan van circa 2,7 miljoen nieuwe diagnoses. Die ontwikkeling zet zorgstelsels onder druk, zeker nu personele capaciteit en budgetten beperkt zijn. In dat licht stelt een internationaal vergelijkend rapport van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OECD) en de Europese Commissie dat het leveren van kankerzorg met hoge waarde (high-value care) geen keuze is, maar een noodzaak. 

Het rapport wijst op een aantal urgente ontwikkelingen. Zo neemt kanker bij jonge vrouwen in Europa relatief snel toe. Tussen 2000 en 2022 steeg het aantal kankerdiagnoses (incidentie) in EU-landen met 10 procent bij vrouwen en met 2 procent bij mannen. De sterkste groei was zichtbaar bij vrouwen van 15 tot 49 jaar, waar de incidentie met 16 procent toenam. Hoewel het totale aantal nieuwe kankerdiagnoses bij mannen nog steeds hoger ligt, verschuift het beeld bij jongere leeftijdsgroepen duidelijk. Dat betekent dat meer vrouwen op jonge leeftijd te maken krijgen met jaren van behandeling en controle, met grote impact op kwaliteit van leven, werk en bestaanszekerheid, én met langdurige druk op zorgsystemen. Tegelijk benoemt het rapport drie prioriteiten om meer waarde te realiseren:

  1. Snellere toegang tot de juiste zorg via duidelijke verwijsroutes en tijdsnormen
  2. Meer zorg buiten het ziekenhuis waar dat kan
  3. Meer aandacht voor persoonsgerichte ondersteuning, waaronder palliatieve, psychosociale en financiële zorg, met goede coördinatie en follow-up. 

Ook in Nederland sluiten deze ontwikkelingen aan bij wat we in de cijfers zien. IKNL liet eerder zien dat jonge vrouwen 1,5 keer vaker kanker krijgen dan jonge mannen. Dat betekent dat een grote groep mensen al op jonge leeftijd te maken krijgt met behandeling, controles en de gevolgen daarvan voor werk, gezin en kwaliteit van leven. Tegen deze achtergrond is de vraag niet alleen hoe we goede kankerzorg blijven leveren, maar vooral hoe we die zo organiseren dat zij op lange termijn houdbaar en van betekenis blijft voor patiënten. 

In dat kader publiceerden de OECD en de Europese Commissie hun internationale vergelijking over kankerzorg met hoge waarde (high-value cancer care). Nederland staat daarin op meerdere punten sterk, maar het rapport laat ook zien waar verbetering nodig is. Het gaat om keuzes die bepalen of zorg op tijd beschikbaar is, of patiënten de juiste behandeling krijgen en of de organisatie van zorg aansluit bij wat mensen nodig hebben. Door indicatoren voor hoogwaardige zorg’ per land te meten, biedt het rapport verbeterpunten om de kankerzorg effectiever in te richten.  

Wat wordt bedoeld met ‘kankerzorg met hoge waarde’? 

Met kankerzorg met hoge waarde bedoelen de auteurs zorg die zoveel mogelijk gezondheidswinst en kwaliteit van leven oplevert, met zo min mogelijk onnodige belasting voor patiënten en het zorgsysteem. Het gaat om drie samenhangende pijlers: 

  • Toegankelijke en tijdige zorg: snelle toegang tot diagnostiek en behandeling, zodat kanker niet onnodig laat wordt ontdekt. 
  • Passende, bewezen effectieve zorg: behandelingen die aantoonbaar helpen, en het voorkomen van overdiagnose en overbehandeling. 
  • Mensgerichte zorg: goede afstemming en coördinatie, met aandacht voor kwaliteit van leven en ondersteuning tijdens en na de behandeling. 

Deze benadering is nodig nu het aantal mensen met kanker blijft stijgen en de druk op personeel en budgetten toeneemt. Landen die hier gericht op sturen, behalen betere uitkomsten tegen lagere maatschappelijke kosten. 

Sterke uitgangspositie van Nederland 

In het Europese vergelijkingsbeeld valt Nederland op een aantal punten positief op. Zo behoort Nederland tot de koplopers in deelname aan het bevolkingsonderzoek darmkanker. Dat ligt boven de Europese streefwaarde en gaat samen met een relatief hoog aandeel diagnoses in een vroeg stadium. Vroege opsporing vergroot de kans op minder ingrijpende behandeling en betere overleving. 

Dit effect is ook zichtbaar in de uitkomsten. IKNL liet op 4 februari -Wereldkankerdag -  zien dat het aantal mensen met uitgezaaide darmkanker in Nederland een dalende trend vertoont. Die ontwikkeling hangt nauw samen met de structurele impact van het bevolkingsonderzoek darmkanker. Het laat zien dat investeren in screening leidt tot minder patiënten met gevorderde ziekte en minder zware behandelingen. 

Ook bij baarmoederhalskanker zit Nederland in de groep landen waar een groot deel van de gevallen in een vroeg stadium wordt ontdekt. Dat hangt samen met de organisatie van en deelname aan het bevolkingsonderzoek (o.a. zelftest), al zien we hierin helaas een dalende trend. Ook bleek uit onderzoek in 2025 dat jonge vrouwen in Nederland met de diagnose baarmoederhalskanker vaak niet waren gevaccineerd.  

Daarnaast past het Nederlandse terughoudende beleid rond PSA-testen bij prostaatkanker in de bredere beweging richting zinnige zorg. Het vermijden van routinematige screening helpt om overdiagnose en onnodige behandeling te beperken en sluit aan bij het streven naar passende zorg met echte gezondheidswinst. 

Waar doen we het minder goed? 

Het rapport laat ook zien dat de Nederlandse kankerzorg kwetsbaar is op een aantal cruciale punten. 

De deelname aan borst- en baarmoederhalskankerscreening is sinds de COVID-19-periode duidelijk gedaald. Minder screening vergroot de kans op latere ontdekking, zwaardere behandelingen en slechtere uitkomsten. Dat gaat bovendien ten koste van de waarde van zorg. 

Een tweede zorgpunt is het grote verschil tussen geplande zorg en spoedzorg bij darmkanker. In Nederland is de kans om binnen 30 dagen te overlijden na een spoedoperatie veel hoger dan na een geplande operatie. Dit maakt duidelijk hoe belangrijk tijdige herkenning en goed georganiseerde diagnostiek zijn. 

Ook bij prostaatkanker blijven risico’s op overdiagnose en overbehandeling bestaan. Internationale vergelijkingen laten grote verschillen zien in hoe vaak prostaatkanker bij oudere mannen in een vroeg stadium wordt vastgesteld. Dat wijst op uiteenlopende screeningpraktijken en het ontbreken van eenduidige richtlijnen. Voor Nederland geldt dat overdiagnose kan leiden tot aanzienlijke kosten en onnodige behandelingen, met impact op kwaliteit van leven, zonder evenredige gezondheidswinst. 

Het rapport laat verder zien dat in Nederland winst te behalen is met betere zorgcoördinatie en meer persoonsgerichte zorg. Denk aan consequenter gebruik van zorgplannen en betere afstemming tussen zorgverleners in de verschillende fases van het ziekteproces.

De rol van data en kankerregistraties  

Een terugkerend thema in het rapport is het belang van goede, vergelijkbare en tijdige data om beleid te kunnen sturen op waarde. Zonder inzicht in waar vertragingen optreden, waar over- of onderbehandeling plaatsvindt en waar uitkomsten verschillen, blijft verbeteren grotendeels giswerk. 

Gijs Geleijnse, die namens IKNL nauw samenwerkte met de OECD bij de totstandkoming van het rapport, zegt hierover: 

“Als we serieus werk willen maken van kankerzorg met hoge waarde, moeten we weten waar we staan en waar het beter kan. Kanker- en kwaliteitsregistraties zijn daarvoor onmisbaar. Internationale vergelijkingen op basis van deze registraties laten zien waar patiënten te laat in beeld komen, waar behandelpraktijken uiteenlopen en waar uitkomsten verbeteren of juist achterblijven. Zonder die data kun je geen gericht beleid maken. Dan blijft ‘kankerzorg met hoge waarde’ een abstract begrip in plaats van een concreet stuurmiddel.” 

Volgens Geleijnse laten de internationale vergelijkingen zien dat investeren in goede registraties en datakoppelingen een voorwaarde is voor leren en verbeteren. Het is de basis om kwaliteit, doelmatigheid en patiëntgerichtheid van kankerzorg te meten, te vergelijken en te verbeteren.  

Oproep aan beleidsmakers 

De boodschap van het rapport is relevant voor het Nederlandse beleid voor duurzaam toegankelijke kankerzorg van hoge kwaliteit. De grootste winst zit in sneller, slimmer en mensgerichter organiseren van zorg. Dat vraagt om: 

  • Hernieuwde inzet op screening en vroege opsporing, met aandacht voor groepen die nu minder worden bereikt; 
  • Versterking van snelle diagnostische routes, om spoedpresentaties te voorkomen; 
  • Blijvende focus op zinnige zorg: minder overdiagnose en overbehandeling, meer passende zorg; 
  • Investeringen in databeschikbaarheid voor zorg en onderzoek, om gericht te kunnen sturen op kwaliteit en waarde. 

Nederland heeft een sterke uitgangspositie. Het rapport laat tegelijk zien dat stilstand geen optie is. In een tijd van groeiende zorgvraag en beperkte middelen is sturen op kankerzorg met hoge waarde geen luxe, maar noodzaak. 

Meer informatie

Voor meer informatie over dit onderzoek, neem contact op met Jolanda Sinha. Zie hier ook de presentatie van EU Commissaris Oliver Varhely tijdens de lancering van het rapport.

Medewerkers

Jolanda Sinha

Portretfoto van Jolanda, een witte vrouw met kort blond haar. Ze draagt een blauw jasje en kijkt glimlachend de camera in. Hoofd communicatie en public affairs lees verder
Gerelateerd nieuws

Zorguitgaven kanker stijgen vooral door nieuwe behandelingen

stijgende-zorgkosten Uit een recente analyse van het RIVM en IKNL blijkt dat de stijgende zorguitgaven aan kanker voornamelijk worden veroorzaakt door veranderingen in het behandellandschap, zoals de introductie van nieuwe geneesmiddelen en vroege opsporing, en minder door het stijgende aantal nieuwe patiënten met kanker door bevolkingsgroei en vergrijzing. lees verder

Nieuwe publicatie onthult verband tussen inkomen en kankerdiagnoses

Kanker en sociaal-economische status Het is bekend dat mensen met een laag inkomen gemiddeld 7 jaar korter leven en 22 jaar eerder een minder goede gezondheid ervaren dan mensen met een hoog inkomen. Dit heeft ook betrekking op het risico op kanker. Vandaag publiceert Integraal Kankercentrum Nederland (IKNL) het eerste deel van een drieluik over sociaal-economische status (SES) en kanker, waarbij SES staat voor de maatschappelijke positie die iemand inneemt vaak gemeten naar inkomen of opleiding. In dit eerste deel wordt de relatie belicht tussen inkomen en kankerdiagnoses en tussen inkomen en het stadium van kanker bij diagnose. lees verder