Nieuws
Selecteer een onderwerp in de filter, zoals een kankersoort, een behandelsoort of een onderzoeksdomein.
Selecteer een onderwerp in de filter, zoals een kankersoort, een behandelsoort of een onderzoeksdomein.
Mensen die een hematologische maligniteit hebben (gehad), krijgen vaker hart- en vaatziekten dan de algemene bevolking. De hoogte van dit risico verschilt per type kanker en per type hart- en vaatziekte. Dat blijkt uit grootschalig onderzoek van Amsterdam UMC en UMC Utrecht in samenwerking met IKNL. De resultaten benadrukken het belang van beter inzicht in wie welk risico loopt als basis voor gerichte preventie en controle.
lees verder
Vandaag publiceert IKNL een rapport met data uit de Nederlandse Kankerregistratie over meer dan tien hematologische maligniteiten over de periode 2014-2023. Het rapport biedt inzicht in trends per ziektebeeld. Ook bevat het rapport voor een aantal ziektebeelden informatie over de kwaliteit van leven van patiënten in het eerste jaar na diagnose, op basis van data uit PROFIEL. Uit dit rapport blijkt onder andere dat de overleving van patiënten met een hematologische maligniteit is toegenomen, ook onder patiënten ouder dan 70 jaar.
lees verder
Recent verschenen in the Journal of Clinical Oncology en gepresenteerd tijdens het jaarlijkse congres van de American Society of Hematology (ASH): veelbelovende resultaten over het gebruik van circulerend tumor-DNA (ctDNA) voor het meten van minimale restziekten (MRD) bij responsbeoordeling en monitoring van lymfoom. Twee analyses uit een HOVON-IKNL-studie tonen aan dat ctDNA kan helpen om therapierespons nauwkeuriger te beoordelen en terugkeer van ziekte vroegtijdig te signaleren.
lees verder
Sommige borstimplantaten kunnen in zeldzame gevallen leiden tot een vorm van lymfeklierkanker (BIA-ALCL). Deze zeldzame ziekte is vaak goed te behandelen als hij tijdig wordt ontdekt.
lees verder
Jongvolwassenen (AYA’s) met non-hodgkinlymfoom hebben slechtere overlevingskansen dan kinderen met dezelfde ziekte, blijkt uit Amerikaanse studies. Is in Nederland ook sprake van zo'n overlevingsverschil? Dat onderzochten Maya Schulpen (Prinses Máxima Centrum voor kinderoncologie) en collega’s van o.a. HOVON en IKNL op basis van cijfers uit de Nederlandse Kankerregistratie (NKR). Zij gaven specifieke aandacht aan de meest voorkomende subtypen: diffuus grootcellig B-cellymfoom (DLBCL), Burkittlymfoom (BL), T-lymfoblastair lymfoom (T-LBL) en anaplastisch grootcellig lymfoom (ALCL). Uit de studie blijkt dat in Nederland AYA’s met T-LBL en BL slechtere overlevingskansen hebben dan kinderen, maar dat er geen verschil is voor DLBCL.
lees verder
Stamceltherapie heeft een grote impact op het fysieke en psychosociale welzijn van patiënten met een hematologische maligniteit, ook op de lange termijn. Daarom ontwikkelden Astrid Lindman (Aarhus University, Denemarken) en collega’s van Aarhus en IKNL het programma ‘HAPPY’: een revalidatieprogramma gericht op het verbeteren van het fysieke en mentale welzijn van patiënten met een hematologische maligniteit die myeloablatieve allogene stamceltherapie ondergingen. Lindman en collega’s onderzochten in een pilot de impact van HAPPY op kwaliteit van leven en fysiek welzijn van deelnemers, de ervaringen van deelnemers en de haalbaarheid van het programma.
lees verder
Eerder was het niet duidelijk of geslacht invloed had op de prognose van oudere patiënten met diffuus grootcellig B-cellymfoom (DLBCL) die behandeld waren met R-CHOP. Sommige onderzoeken lijken aan te tonen dat mannen in deze patiëntengroep een kortere algemene overleving hebben. Emma Geerdes (IKNL) en collega’s van IKNL en van diverse Nederlandse ziekenhuizen hebben op basis van data uit de Nederlandse Kankerregistratie (NKR) de relatieve 5-jaarsoverleving bij oudere DLBCL-patiënten onderzocht. Uit dit onderzoek blijkt dat geslacht niet van invloed is op de overleving van deze patiëntengroep.
lees verder
De overleving van patiënten met een diffuus grootcellig B-cellymfoom (DLBCL) met een MYC-oncogenherschikking (MYC-R) verbetert na behandeling met R-CHOP met daaraan lenalidomide toegevoegd. Dit blijkt uit onderzoek van Vera de Jonge (Amsterdam UMC) en collega’s van diverse ziekenhuizen en IKNL. De Jonge gebruikte data uit de HOVON-130-studie, een fase-II-studie naar de veiligheid en effectiviteit van R-CHOP met lenalidomide, met data van de Nederlandse Kankerregistratie (NKR) als controlegroep.
lees verder