Filters Filter Created with sketchtool.
  • Kankersoort
  • Stadium
  • Behandelsoort
  • Zorgfase
  • Pathologie
  • Epidemiologie
  • Onderzoeksdomein
  • Patiëntgroep

Nieuws

Selecteer een onderwerp in de filter, zoals een kankersoort, een behandelsoort of een onderzoeksdomein. 

Grote praktijkvariatie in profylactische hersenbestralingen bij kleincellige longkanker

Tussen ziekenhuizen bestaat grote praktijkvariatie in het toepassen van profylactische hersenbestralingen bij kleincellig longcarcinoom. Het gebruik van deze bestraling uit voorzorg is de afgelopen jaren afgenomen. Dit heeft echter nog niet geleid tot standaard inzet van MRI-surveillance. Dat blijkt uit het onderzoek van arts-in-opleiding tot radiotherapeut Peter van Rossum (UMC Utrecht) en collega’s dat onlangs in Clinical and Translational Radiation Oncology verscheen.

lees verder

Radium-223 vooral in 2e & 3e lijn uitgezaaide castratie-resistente prostaatkanker

Radium-223-therapie is in Nederland tussen 2014-2018 voornamelijk ingezet als tweede- en derdelijnsbehandeling bij patiënten met uitgezaaide castratie-resistente prostaatkanker na doelgerichte therapie. Dat blijkt uit onderzoek van Malou Kuppen (Erasmus School of Health Policy and Management) en collega’s. Derdelijnsbehandeling met radium-223 hing samen met een slechtere overleving. Later starten met radium-223 had geen invloed op compleetheid van de behandeling en optreden van symptomatische skelet-gerelateerde gebeurtenissen.

lees verder

Praktijkvariatie in postoperatieve radiotherapie bij cN+ borstkanker

Bij patiënten met stadium cT1-2N+ borstkanker is een substantiële afwijking van de studierichtlijn waargenomen ten aanzien van het geven van postoperatieve radiotherapie na primaire systemische therapie. Deze afwijking is vooral zichtbaar bij patiënten met een ypN1 na primaire systemische therapie mét of zónder okselklierdissectie, zo blijkt uit de RAPCHEM-studie.

lees verder

Behandelkeuze stadium I NSCLC: veel variatie ziekenhuizen; overleving gelijk

Behandelkeuze stadium I NSCLC: veel variatie ziekenhuizen; overleving gelijk

Door centralisatie is het aantal ziekenhuizen in Nederland gedaald dat zelf longkankeroperaties uitvoert. Hoewel dit bijdroeg aan de variatie in behandelkeuze tussen ziekenhuizen, heeft dit in de praktijk bij patiënten met stadium I niet-kleincellige longkanker (NSCLC) niet geleid tot een slechtere algemene overleving. Dit suggereert volgens Julianne de Ruiter (NKI-AvLen collega’s dat verdere centralisatie van longkankerchirurgie waarschijnlijk geen nadelige impact zal hebben op de uitkomsten van behandeling.

lees verder

Grote variatie in toevoegen hormoontherapie bij bestraling matig-risico prostaatkanker

Man krijgt hormonale medicatie

Minder dan een derde van de patiënten met matig-risico prostaatkanker krijgt in Nederland naast externe radiotherapie een hormoonbehandeling voorgeschreven. De variatie tussen Nederlandse ziekenhuizen in het voorschrijven van deze behandelcombinatie is groot. Bij patiënten met hoog-risico prostaatkanker is de variatie in hormoon- en radiotherapie veel kleiner. Dat concluderen Barbara Rijksen (Avl-NKI) en collega’s op basis van data uit Prostaatkankerzorg In Beeld (ProZIB).

lees verder

Internationale variatie in de toepassing van curatieve radiotherapie bij longkanker

De toepassing van curatieve radiotherapie bij longkanker varieert tussen landen. Waar in Engeland een kwart van de patiënten met stadium I niet-kleincellig longkanker (NSCLC) niet actief behandeld werd, was dat 8% in Nederland. Bij stadium IIIA waren de verschillen nog groter. In Nederland werd 45% van de patiënten behandeld met chemoradiotherapie tegen 11% in Engeland. Dat blijkt uit een vergelijking tussen data uit de National Lung Cancer Audit en de Nederlandse Kankerregistratie.  

lees verder

Impact positieve klieren na neoadjuvante chemotherapie op vervolgbehandeling

Bij cT1-3N0 ER+HER2+, cT1-3N0 ER-HER2+ en triple negatieve cT1-2N0 borstkankerpatiënten die behandeld zijn met neoadjuvante chemotherapie, kan een directe borstreconstructie worden overwogen als een acceptabele behandeloptie, vanwege het lage risico op het vinden van positieve schildwachtklieren. Dat concluderen Sanaz Samiei (Maastricht UMC+) en collega’s in Annals of Surgical Oncology. Echter, bij patiënten met cT1-3N0 ER+HER2- en triple negatieve borstkanker dienen risico’s en voordelen van een directe borstreconstructie uitvoerig besproken te worden met de patiënt, omdat het risico op het aantreffen van positieve schildwachtklieren relatief hoog is.

lees verder

Proefschrift Kelly de Ligt: Borstkankerzorg beter afstemmen op behoeften patiënt

Er bestaat in Nederland aanzienlijke variatie tussen ziekenhuizen als het gaat om de behandeling voor patiënten met borstkanker. Voorbeelden zijn verschillen in timing van chemotherapie (voor of na de operatie) en variatie in het bespreken van de mogelijkheid van een (directe) borstreconstructie. Deze variatie is niet geheel te verklaren door ziektekenmerken. Kelly de Ligt (IKNL, Universiteit Twente) onderzocht voor haar proefschrift of deze variatie het gevolg is van individuele voorkeuren van de patiënt of aanwijzingen bevat voor verbetering van de kwaliteit van zorg? Met name de informatievoorziening en gedeelde besluitvorming is vatbaar voor verbetering om de borstkankerzorg beter aan te laten sluiten op de persoonlijke wensen en behoeften van patiënten.

lees verder