de intensiteit van behandeling bij endeldarmkanker is afgenomen

Intensiteit behandeling endeldarmkanker afgenomen

De behandeling van patiënten met niet-uitgezaaide endeldarmkanker veranderde tussen 2008 en 2021, mede ingegeven door de invoering van het bevolkingsonderzoek darmkanker en richtlijnen voor radiotherapie. Dat blijkt uit onderzoek van An-Sofie Verrijssen (Catharina Ziekenhuis) en Jelle Evers (IKNL/Universiteit Twente), gepubliceerd in Clinical Oncology. Over het algemeen kregen patiënten na een endeldarmkankerdiagnose een minder intensieve behandeling.

Darmkanker komt met circa 12.000 diagnoses per jaar relatief vaak voor in Nederland. Bij ruim 3000 diagnoses gaat het om endeldarmkanker. De ziekte wordt vaak chirurgisch behandeld, al dan niet gecombineerd met radiotherapie of chemoradiatie. Behandeling kan een forse impact hebben op de kwaliteit van leven, daarom is er veel onderzoek gedaan naar hoe de inzet van deze behandelmethoden zo veel mogelijk beperkt kan worden. 
 
Om antwoord te krijgen op hun vragen putten de onderzoekers uit de Nederlandse Kankerregistratie. Ze selecteerden een patiëntengroep die tussen 2008 en 2021 de diagnose endeldarmkanker kregen, waarbij de ziekte tijdens diagnose niet was uitgezaaid. In 2014 werd het bevolkingsonderzoek naar darmkanker ingevoerd. Ook werden er in dat jaar nieuwe richtlijnen rond de inzet van radiotherapie geïntroduceerd. Verrijsen en Evers wilden weten hoe die gebeurtenissen de inzet van radiotherapie en verdere behandeling van endeldarmkanker hebben beïnvloed.

Jelle Evers promoveert op 25 april aan de Universiteit Twente. Zijn promotie gaat gepaard met een symposium: ‘Passende zorg voor mensen met kanker in Nederland: de rol van radiotherapie toen, nu en in de toekomst.’
 
Meer over het symposium  

Vroege ziekte: fors minder (chemo)radiatie, toename endoscopische resecties

De inzet van neoadjuvante radiotherapie nam tussen 2008 en 2021 af bij patiënten waarbij de endeldarmkanker relatief vroeg werd gediagnosticeerd: van 61 procent naar 7 procent. Ook de inzet van neoadjuvante chemoradiatie daalde, van 15 naar 5 procent. Chirurgie zonder neoadjuvante behandeling nam toe: van 14 procent naar 71 procent tussen 2008 en 2015. Na 2015 nam het aantal operaties zonder adjuvante behandeling weer af tot 59 procent. De onderzoekers zagen in dezelfde periode het aantal endoscopische resecties toenemen, wat een gevolg is van het bevolkingsonderzoek darmkanker.
 

Intermediate ziekte: minder chemoradiatie op hogere leeftijd

Bij patiënten waarbij de ziekte verder gevorderd was zagen de onderzoekers dat neoadjuvante chemoradiatie minder werd ingezet, terwijl de inzet van neoadjuvante radiotherapie toenam. De trend was zichtbaar tussen 2008-2014, in lijn met de ingevoerde richtlijnen. Oudere patiënten werden daarnaast minder intensief behandeld. 
 

Lokaal gevorderd

Bij patiënten met lokaal gevorderde endeldarmkanker bij diagnose bleef de inzet van radiotherapie (inclusief chemoradiotherapie) stabiel. Bij bijna 9 op de 10 patiënten wordt deze behandeling ingezet. Wel werd, na chemoradiatie, vaker afgezien van chirurgische behandeling. Waar tot 2013 2-4 procent van de patiënten nog behandeld werd met chemoradiatie zonder chirurgie, was dit 17 procent in 2019-2021.
 

Orgaansparend behandelen

Deze cijfers bevestigen een trend van orgaansparend behandelen: patiënten kiezen hier voor een ‘wait & see’ beleid bij lokaal gevorderde ziekte. De patiënt wordt daarbij gemonitord, terwijl risico’s die komen kijken bij een operatie en het verliezen van (een gedeelte van) de endeldarm worden vermeden. De onderzoekers zagen ook duidelijke veranderingen na invoering van de richtlijn in 2014, in een forse afname van neoadjuvante radiotherapie bij endeldarmkanker in een vroeg stadium. De inzet van het bevolkingsonderzoek is terug te zien in de toename van endoscopische resectie: deze behandeling is minder invasief dan een chirurgische ingreep en geeft over het algemeen een betere kwaliteit van leven. 

Samenwerking IKNL en NVRO 

Dit onderzoek maakt deel uit van een samenwerkingsproject tussen IKNL en de Nederlandse Vereniging voor Radiotherapie en Oncologie (NVRO), dat tevens Jelle Evers’ promotieonderzoek vormt. Als onderdeel van het project zijn eerder de trends en variaties in de behandeling van kleincellige longkanker, niet-kleincellige longkanker en prostaatkanker beschreven.
 

 

 

Medewerkers

Marloes Elferink

onderzoeker postdoc

lees verder

Sabine Siesling

Sabine Siesling

hoofdonderzoeker

lees verder
Gerelateerd nieuws

Algehele incidentie 2e tumor na radiotherapie endeldarmkanker niet verhoogd

Het geven van radiotherapie aan patiënten met endeldarmkanker leidt niet tot een verhoogde incidentie van tweede tumoren in het bekken. Het lijkt zelfs een beschermend effect te hebben op de ontwikkeling van tweede tumoren; vooral bij prostaatkanker. Die conclusie staat te lezen in een publicatie van Anouk Rombouts (Radboudumc) en collega’s in Annals of Oncology uitgevoerd met data van de Nederlandse Kankerregistratie. Daarin onderzochten zij tevens de kans dat patiënten na behandeling van endeldarmkanker een secundaire tumor in het bekken ontwikkelen. Vergeleken met de algemene Nederlandse populatie was deze kans marginaal verhoogd, namelijk een toename van 28 extra casussen per 10.000 personen per jaar.

lees verder

Invloed (type) behandeling op kwaliteit van leven dikkedarmkankerpatiënten

Er lijkt geen reden te zijn om patiënten met dikkedarmkanker adjuvante chemotherapie te onthouden voor wat betreft langetermijneffecten op hun gezondheidsgerelateerde kwaliteit van leven of ziektespecifieke symptomen. Dat concluderen drs. Simone Verhaar (TweeSteden Ziekenhuis), prof. dr. Lonneke van de Poll (IKNL) en collega’s op basis van een studie onder 1.600 overlevenden van dikkedarmkanker die tussen januari 2000 en juni 2009 werden gediagnosticeerd. De bevindingen gelden zowel voor patiënten ouder als jonger dan 70 jaar, en ongeacht of zij uitsluitend chirurgie of een combinatie van chirurgie en adjuvante chemotherapie kregen.

lees verder