man grijpt buik

Nieuwe richtlijn Obstipatie in de palliatieve fase

De herziene richtlijn Obstipatie in de palliatieve fase is uitgebracht. Deze is tot stand gekomen op basis van knelpunten uit in de praktijk en wetenschappelijke literatuur over dit onderwerp. De multidisciplinaire werkgroep heeft aanvullend aanbevelingen geformuleerd die aansluiten bij de praktijk.

Chronische idiopathische obstipatie (verstopping) komt in de algemene bevolking bij 14% van de mensen voor.  Obstipatie komt vaker voor bij vrouwen, ouderen en mensen met een lage sociaaleconomische status. Bij patiënten in de palliatieve fase wordt obstipatie nog vaker gezien, tot wel 71%. Bij patiënten met kanker neemt de symptoomlast van obstipatie toe in de maanden voor het overlijden. De richtlijn obstipatie in de palliatieve fase ondersteunt zorgverleners die betrokken zijn bij de zorg voor mensen met obstipatie in de palliatieve fase. De kennis en literatuur over dit onderwerp uit de afgelopen jaren is systematisch onderzocht. Aan de hand daarvan en op basis van de knelpuntenanalyse uit de praktijk, is de verouderde richtlijn op een aantal punten herzien en voldoet hij nu aan de huidige eisen van richtlijnmethodiek.

Signalering en preventie van obstipatie grootste knelpunten

Obstipatie wordt helaas nog lang niet altijd opgemerkt en daardoor soms te laat behandeld. Een van de respondenten van de knelpuntenenquête zegt daarover:

Het op tijd onderkennen dat een patiënt geobstipeerd is, blijft lastig. Zeker bij afgenomen mobiliteit. Wat is dan nog normale stoelgang en wanneer herkent de patiënt zelf dat er sprake is van obstipatie?

Ook veel genoemd is de preventie van obstipatie als gevolg van opioïden. Daarover schetst een van de respondenten: ‘In de (pre)terminale fase is er vaak noodzaak om opioïden te geven, maar is de orale intake en inname van laxeermiddelen problematisch. Patiënten hebben moeite met het innemen van de medicatie en voldoende vocht. Hierdoor is preventie lastiger.’

Belangrijke aanbevelingen

De nieuwe richtlijn over obstipatie zet vooral in op signalering en preventie. Obstipatie kan vroegtijdig worden behandeld of worden voorkomen door;

  • er regelmatig naar te vragen of door het systematisch te monitoren en alert te zijn op signalen van obstipatie, bijvoorbeeld aan de hand van een meetinstrument zoals de Bristol Stoelgang Schaal (BSS) of - bij gebruik van opioïden - de wat minder bekende Bowel Function Index (BFI);

  • voor zover haalbaar wordt geadviseerd voldoende vezels (waar mogelijk 35 gram) en vocht (1,5 liter) te laten gebruiken per dag, lichaamsbeweging te stimuleren en voorwaarden te scheppen voor een goede stoelgang;

  • medicatie met obstipatie als bijwerking moet heroverwogen worden en zo mogelijk worden gestaakt;

  • mochten deze voorzorgsmaatregelen onvoldoende zijn, dan wordt geadviseerd te starten met laxantia (osmotisch laxans; macrogol MgOH of lactulose), deze te verhogen of er een andere laxans (contact laxans; bisacodyl) aan toe te voegen.

Bij start morfinemimetica, start direct met een osmotisch laxans. Bij onvoldoende effect na ophogen osmotische laxantia eventueel gecombineerd met contact laxans, dan is het advies de laxantia te staken en te starten met de inzet van pamora’s (naloxegol oraal of methylnaltrexon sc).

Meer informatie
De nieuwe richtlijn staat op www.pallialine.nl/obstipatie. In de app PalliArts, die gratis te downloaden is voor Android en iOS, is een samenvatting van de richtlijn te vinden. Meer informatie over obstipatie in de palliatieve fase en patiëntinformatie over dit onderwerp is te vinden op de betreffende themapagina op Palliaweb

Gerelateerd

Naasten onvoldoende betrokken bij palliatieve zorg voor patiënten met uitgezaaide kanker

Profielfoto Janneke van Roij

Steeds meer mensen krijgen te maken met de gevolgen van vergevorderde kanker en palliatieve zorg. Dit heeft grote impact op de kwaliteit van leven van patiënten en dat van hun naasten. Daarbij blijkt dat het emotioneel functioneren van naasten vaak harder geraakt wordt dan dat van de patiënten zelf. Naasten ervaren echter te weinig aandacht voor hun welbevinden vanuit zorgverleners. Dat leidt ertoe dat naasten minder tevreden zijn over de zorg voor de patiënt én voor zichzelf. Door hen beter te betrekken in de zorg voor de patiënt en handreikingen te bieden voor bijvoorbeeld ontspanning, kan het welbevinden van zowel patiënt als naaste verbeteren.

lees verder

Start commentaarfase richtlijnen Angst en Depressie in de palliatieve fase

oude vrouw in rolstoel kijkt depressief

Onlangs zijn de palliatieve zorg-richtlijnen ‘Angst’ en ‘Depressie’ de commentaarfase in gegaan. Dit betekent dat de conceptrichtlijnen zijn verstuurd naar de betrokken en relevante wetenschappelijke- en beroepsverenigingen als ook naar de patiëntenverenigingen. Zij bekijken de richtlijnen kritisch en toetsen of het toepassen ervan in de praktijk haalbaar is. De verenigingen hebben tot 23 mei de tijd om hun op- en aanmerkingen terug te sturen.

lees verder