Sterfte

De sterfte aan borstkanker is de afgelopen decennia iets gedaald, terwijl de incidentie is toegenomen. Ondanks betere behandelingen en vroege opsporing in het bevolkingsonderzoek is er echter geen sprake van een overtuigende daling in sterfte. Mogelijk leven mensen langer met borstkanker terwijl de uiteindelijke sterfte weinig is verbeterd, zij sterven uiteindelijk nog steeds aan de ziekte. Daarnaast is de prognose voor vrouwen met uitgezaaide borstkanker nog weinig verbeterd.

Deze sterftemaat is belangrijk om te monitoren. Na introductie van het bevolkingsonderzoek is een verbetering van de overleving mogelijk vertekend vanwege ‘lead time bias’ en ‘length time bias’, en is de sterfte aan kanker een meer valide maat. Bij de ‘lead time bias’ wordt de tijd waarin de kanker eerder werd ontdekt meegeteld bij de overlevingstijd zonder dat er sprake was van daadwerkelijke winst in overleving door betere behandeling. De vroege diagnose leidt dan tot een langere ziekteduur voor de patiĆ«nt. Een tweede fout (‘length time bias’) is het gevolg van het door screenen selecteren van trager groeiende tumoren met een betere natuurlijke overleving. Hierdoor is een langere overleving minder het gevolg van screening, maar eerder van de selectie van tumoren met een betere prognose. Dit wordt ook wel overdiagnose genoemd omdat een deel van deze langzaamgroeiende tumoren zonder bevolkingsonderzoek niet ontdekt zou zijn en niet voor gezondheidsproblemen had gezorgd. Het is moeilijk aan te geven in welke mate lead of length time bias een rol speelt.