Behandeling

De prognose bij borstkanker laat over de afgelopen decennia een indrukwekkende verbetering zien, dankzij verbeterde behandelingen. Aandacht voor de late gevolgen van de behandeling is daarom belangrijk. De behandeling richt zich steeds meer op het optimaliseren van de kwaliteit van leven na de behandeling. Er is een trend naar vermindering van therapie. De operaties zijn minder invasief, het aandeel borstsparende operaties (in combinatie met radiotherapie) is de afgelopen decennia toegenomen. Ook neemt het aandeel patiënten dat wordt behandeld met chemotherapie af.

Operatie

Verreweg de meeste patiënten met borstkanker (90%) worden geopereerd om de tumor te verwijderen. Meestal is dit een borstsparende operatie. Het aantal borstsparende operaties is toegenomen van 37% in 1989 naar 57% in 2017. Oudere patiënten en patiënten waarbij de tumor in een laat stadium is gediagnosticeerd worden minder vaak geopereerd.

Aanvullende therapie

De meeste patiënten krijgen naast de operatie nog een andere vorm van behandeling. In 2017 ontving 45% van alle borstkankerpatiënten hormoontherapie, 32% chemotherapie, 68% radiotherapie en 10% doelgerichte therapie. Het aantal patiënten dat met radiotherapie wordt behandeld, neemt nog steeds toe. Dit hangt grotendeels samen met het feit dat radiotherapie altijd in combinatie met borstsparende chirurgie wordt gegeven en dat het aandeel van deze laatstgenoemde behandeling toeneemt.