Behandeling

De behandeling van eierstokkanker bestaat vaak uit een combinatie van een debulking operatie, (neo)adjuvante chemotherapie en/of doelgerichte therapie. Bij een operatie is het belang van een complete debulking groot. Dat houdt in dat de kankercellen zoveel mogelijk zijn verwijderd en er geen macroscopische restziekte is. Een grotere hoeveelheid restziekte beperkt de overlevingskansen.

Primaire debulking-chirurgie gevolgd door adjuvante chemotherapie werd in het verleden aanbevolen als eerstelijnsbehandeling bij patiënten met eierstokkanker in een gevorderd stadium. Twee gerandomiseerde studies toonden echter aan dat een vergelijkbare overleving en verminderde toxiciteit kan worden bereikt na neoadjuvante chemotherapie gevolgd door interval-debulking-chirurgie (NACT-IDS). Desalniettemin varieert het gebruik van NACT-IDS in Nederland tussen ziekenhuizen; een variatie die niet verklaard kan worden door verschillen in patiëntenpopulaties.

Leeftijd

Er zijn grote verschillen in de behandeling van jongere en oudere vrouwen met een gevorderd stadium van epitheliale eierstokkanker in Nederland. De selectie van oudere patiënten die in aanmerking komen voor curatieve chirurgische behandeling zijn verbeterd. Daardoor kregen minder patiënten een operatie en steeg het aantal oudere patiënten met neo-adjuvante chemotherapie. Volgens de onderzoekers liggen er nog kansen voor verdere verbetering van de zorg voor deze groep patiënten. Over de loop van de tijd zijn meer oudere patiënten behandeld met neo-adjuvante chemotherapie, terwijl minder patiënten een operatie kregen. Tegelijkertijd is de postoperatieve mortaliteit gedaald. Het grote en stijgend aantal oudere patiënten (>70) zonder behandeling geeft aan dat er kansen liggen voor verdere verbetering van de zorg voor oudere patiënten met eierstokkanker.