Congres passende zorg in laatste levensfase: ‘Niet alles wat kan, hoeft’

Hoe bereiken we dat mensen in hun laatste levensfase passende zorg krijgen die aansluit bij hun wensen? Artsenfederatie KNMG legde deze vraag voor aan een stuurgroep met vertegenwoordigers van patiënten, artsen, verpleegkundigen, ouderen en oudere migranten. Vrijdag 19 februari 2016 worden de activiteiten belicht die zijn ontplooid om passende zorg dichterbij te brengen tijdens een congres in Domus Medica te Utrecht. Bestuurder Peter Huijgens en Marjolein van Meggelen (adviseur palliatieve zorg) leverden een bijdrage namens IKNL.

De stuurgroep gaf na een evaluatie aan dat er op de eerste plaats maatregelen nodig zijn op de volgende vijf aandachtspunten:

• Het aanvaarden van en het praten over het levenseinde wordt gewoner.
• De wensen van patiënten worden verhelderd en de samenwerking, inclusief overdracht, verbeterd.
• Beslissingen neem je samen: het proces van besluitvorming wordt verbeterd.
• Richtlijnen zijn niet alleen gericht op ‘doen’, maar ook op ‘laten'.
• Het zorgstelsel wordt minder gericht op productie en meer op passendheid.

Bijdrage IKNL
De bijdrage van IKNL bestaat uit het stimuleren van het gebruik van richtlijnen in de palliatieve zorg, begeleiding van organisaties bij de implementatie van richtlijnen en integratie van kennis over richtlijnen in scholingsprogramma’s. Daarnaast is IKNL actief betrokken bij het ondersteunen van transmurale samenwerkingsverbanden en lokale consultatieteams op basis van ‘natuurlijke verwijslijnen’ en de ontwikkeling van het zorgpad Palliatieve zorg. Ook is IKNL betrokken bij het verder uitrollen van het project Palliatieve Thuiszorg (PaTz).

De inbreng van de stuurgroep sluit in grote lijnen aan bij  bevindingen die IKNL eerder signaleerde en samenbundelde in het boek ‘Palliatieve zorg in beeld’ (2014).  Daarin worden eveneens een aantal knelpunten genoemd, waaronder het moeilijk bespreekbaar zijn van het stoppen met een curatieve behandeling en het moeilijk herkennen van de overgang naar de palliatieve fase en het naderend levenseinde. Ook te lang doorbehandelen komt in de praktijk nog steeds voor, Verder is bijvoorbeeld de samenwerking en afstemming tussen professionals nog vatbaar voor verbetering.

Praktische handvatten
Tijdens het symposium passende zorg in laatste levensfase ‘Niet alles wat kan, hoeft’ dat vrijdag 19 februari 2016 wordt gehouden in Domus Medica te Utrecht, bieden diverse sprekers praktische tips en handvatten aan zorgverleners en bestuurders om zelf aan de slag te gaan met dit thema. Zo zullen Joep Douma, Manon Boddaert, Floor Dijxhoorn en Elske van der Pol (IKNL) ingaan op onder andere het belang van een landelijk gedragen kwaliteitskader palliatieve zorg. De rol van verpleegkundigen bij het verlenen van passende zorg komt aan de orde in een presentatie van Sonja Kersten (directeur V&VN) en Marjolein van Meggelen (IKNL).

Gerelateerd

Streefnormen voor goede palliatieve zorg vastgesteld door koppeling van databronnen

Begeleiding bij stervende echtgenoot

Een recente studie bracht in kaart welke ziekenhuiszorg mensen ontvingen die overleden aan een aandoening die relevant is voor palliatieve zorg, en op welke plaats ze uiteindelijk overleden. Daarnaast keek het team van onderzoekers, waaronder NIVEL-onderzoeker Mariska Oosterveld en IKNL’er Manon Boddaert, wat de variatie was tussen verschillende regio’s. Hun resultaten verschenen in het tijdschrift BMC Palliative Care. Het team formuleerde op basis van de resultaten best-practice streefnormen voor goede palliatieve zorg.

lees verder

Naasten onvoldoende betrokken bij palliatieve zorg voor patiënten met uitgezaaide kanker

Profielfoto Janneke van Roij

Steeds meer mensen krijgen te maken met de gevolgen van vergevorderde kanker en palliatieve zorg. Dit heeft grote impact op de kwaliteit van leven van patiënten en dat van hun naasten. Daarbij blijkt dat het emotioneel functioneren van naasten vaak harder geraakt wordt dan dat van de patiënten zelf. Naasten ervaren echter te weinig aandacht voor hun welbevinden vanuit zorgverleners. Dat leidt ertoe dat naasten minder tevreden zijn over de zorg voor de patiënt én voor zichzelf. Door hen beter te betrekken in de zorg voor de patiënt en handreikingen te bieden voor bijvoorbeeld ontspanning, kan het welbevinden van zowel patiënt als naaste verbeteren.

lees verder