Overleving

De mediane overleving van patiënten met een glioom is de afgelopen jaren toegenomen. Dit lijkt vooral samen te hangen met de introductie van nieuwe behandelingen, waaronder het gelijktijdig geven van adjuvante chemotherapie én radiotherapie na chirurgie. 

Gliomen

De prognose van glioompatiënten is vooral afhankelijk van de graad van de tumor. Van de mensen met een laaggradig glioom is ruim 80% twee jaar na diagnose nog in leven, terwijl dit ongeveer de helft is onder patiënten met een hooggradige ziekte. Glioblastoom, het meest voorkomende type, heeft de slechtste prognose met een 2-jaarsoverleving van nog geen 20%.

De overleving van patiënten met een glioom hangt sterk af van het type glioom. Van de subtypen gliomen is de prognose van oligodendrogliomen en menggliomen (graad II–III) het meest gunstig: twee jaar na de diagnose is de overleving onder deze patiënten 89,2%. Dit is bij de astrocytomen (graad II–IV) 61,0%. De prognose voor patiënten met een glioblastoom is het meest ongunstig: na twee jaar is slechts 17,4% van de patiënten nog in leven.

Door invoering van moleculaire diagnostiek (zoals bepalingen op IDH1/2 en gecombineerd 1p/19q-verlies) worden gliomen verder ingedeeld naar subtypen, waarmee de prognose voor patiënten beter kan worden ingeschat (zie Rapportage Glioomzorg in Nederland)

Meningeomen

In meer dan 90% van de gevallen is het meningeoom goedaardig. Het meningeoom heeft daarmee een gunstige prognose.

Hersenmetastasen

Net als bij de primaire hersentumoren kunnen metastasen in de hersenen ernstige en invaliderende klachten veroorzaken en hebben daardoor een grote impact op het dagelijks functioneren van patiënten en hun naasten. Behandeling is dan ook vaak gericht op controle en behandeling van symptomen. De prognose van een patiënt met hersenmetastasen hangt af van diverse factoren, zoals aantal en lokalisatie van de hersenmetastasen, de functionele toestand van de patiënt, de uitgebreidheid van extracraniële tumoractiviteit en de te verwachten effecten van de behandeling.