Behandeling slokdarm- maagkanker

Willemieke Dijksterhuis: ‘Bij behandeling van slokdarm- en maagkankerpatiënten moeten we verder kijken dan de tumorbehandeling alleen’

Op 25 juni promoveert Willemieke Dijksterhuis (IKNL, Amsterdam UMC) na jarenlang onderzoek rond de palliatieve zorg van slokdarm- en maagkankerpatiënten. ‘De overleving van deze patiëntgroep is de afgelopen 26 jaar van 18 naar 22 weken toegenomen, maar met kleine stapjes kunnen we kwaliteit van leven en levensduur verbeteren.’

De diagnose slokdarm- of maagkanker klinkt jaarlijks zo’n 4200 keer, helaas vaak in een vergevorderd stadium waardoor de overleving relatief laag is. Dijksterhuis deed veel van haar onderzoek op basis van data uit de Nederlandse Kankerregistratie (NKR). ‘Bij slokdarm- en maagkanker zien we dat deelnemers aan trials wat jonger en vitaler zijn en daardoor niet altijd representatief voor de gehele populatie. Door te werken met real-world data kunnen we behandelresultaten realistischer analyseren en daarmee werken aan verbeteren van de richtlijnen.’

Praktijkvariatie bij palliatieve systemische therapie

Een van de onderzoeken waar dat uit blijkt is een studie uit 2019, waarin Dijksterhuis met collega’s keek naar palliatieve eerstelijnsbehandelingen met systemische therapie in Nederland. ‘We zagen daarin veel praktijkvariatie. Daarnaast vonden we geen overlevingswinst bij patiënten die drie verschillende middelen chemotherapie aangeboden kregen in vergelijking met twee verschillende middelen, terwijl de toxiciteit hoger lag. Met deze bevindingen uit de klinische praktijk hebben we nu meer ondersteuning voor het geven van twee in plaats van drie middelen.’

Lees meer in het nieuwsbericht: 'Opmerkelijke variatie in chemotherapie bij uitgezaaide slokdarm-/maagkanker' 

Uit onderzoek uit 2010 blijkt dat patiënten met een expressie van het HER2-eiwit die behandeld werden met trastuzumab een betere kans op overleving hebben. Dijksterhuis: ‘Wanneer je voor de behandeling weet of er sprake is van overexpressie van HER2 in de tumorcellen, dan kun je patiënten behandelen met doelgerichte therapie. Dat hebben we onderzocht in deze studie.’ Dijksterhuis en collega’s zagen dat het aantal patiënten dat een HER2-test kreeg steeg van 18 procent in 2010 naar 88 procent in 2016. Wel was er een groot verschil in deze kans tussen ziekenhuizen (variërend van 29% tot 100%). 

Lees meer in het nieuwsbericht: Toegenomen inzet HER2-test en trastuzumab bij slokdarm- en maagkanker

Hoogvolumecentra dragen ook vaker bij aan een tweedelijnsbehandeling. In 2020 verscheen hierover een studie in het European Journal of Cancer

Lees meer in het nieuwsbericht: Vaker tweedelijnstherapie bij slokdarm- of maagkanker in hoogvolumecentra

Verder kijken dan alleen de tumorbehandeling

In haar proefschrift kijkt Dijksterhuis niet alleen naar de effectiviteit van palliatieve kankerbehandelingen, maar koppelt deze ook aan de conditie van de patiënt zelf. Zo onderzocht ze de invloed van verminderde spierdensiteit en spiermassa op toxiciteit van palliatieve chemotherapie, waartussen een sterke associatie bleek te zitten. Toekomstig onderzoek, die gericht is op interventies om verlies van spierskeletmassa te verkleinen, kan bijwerkingen bij patiënten verminderen en daarbij bijdragen aan een betere kwaliteit van leven. In een ander onderzoek staat Dijksterhuis stil bij cachexie, een vorm van ernstige gewichtsverlies. De helft van de slokdarm- en maagkankerpatiënten kampt met deze aandoening voordat de behandeling wordt gestart. Dit terwijl slechts een derde bij diagnose wordt doorverwezen naar een diëtist. Screening op cachexie en vroegere verwijzing naar de diëtist kan gewichtsverlies beperken, en daarmee de patiënt vitaler maken voor de kankerbehandeling. Dijksterhuis: ‘Met meer onderzoek in de klinische praktijk naar overlevingswinst maar ook naar kwaliteit van leven, performance status en comorbiditeiten kunnen we de zorg rondom slokdarm- en maagkankerpatiënten beter organiseren. Hopelijk zijn we in staat om met ondersteunende programma’s rond voeding en beweging de behandeluitkomsten voor deze patiëntgroep te verbeteren.’ 

Lees meer in het nieuwsbericht: Helft slokdarm- en maagkankerpatiënten kampt met cachexie voor start behandeling

  • Willemieke Dijksterhuis promoveert op 25 juni. Haar promotor is prof. dr. Hanneke van Laarhoven (Amsterdam UMC), copromotores zijn dr. Martijn van Oijen (Amsterdam UMC) en dr. Rob Verhoeven (IKNL)
  • Het proefschrift ‘Systemic treatment effectiveness in advanced esophagogastric cancer in clinical practice’ kunt u hier downloaden  
     
Gerelateerd

Operatie en chemoradiatie bij proximale slokdarmkanker: geen verschil in overleving

Bij behandeling met chemoradiatie is verschil in kwaliteit van leven

Op 25 juni promoveerde dr. Judith de Vos-Geelen aan het MUMC+, vanwaar ze veel onderzoek doet naar gastrointestinale tumoren, waaronder proximale slokdarmkanker. Haar proefschrift laat onder andere de effecten van verschillende behandelmethoden zien voor deze zeldzame vorm van kanker, wat nuttige inzichten oplevert voor de klinische praktijk. 

lees verder

Minder systemische behandeling bij vrouwen met uitgezaaide slokdarm- en maagkanker

Vrouwen met het adenocarcinoom in slokdarm en maag kregen minder vaak een systemische behandeling

Over de man-vrouw verschillen in behandeling en overleving van uitgezaaide slokdarm- en maagkanker is nog niet veel bekend. Willemieke Dijksterhuis en collega’s onderzochten de verschillen op basis van data uit de Nederlandse Kankerregistratie. De studie werd gepubliceerd in het Journal of the National Cancer Institute. 

lees verder