Incidentie HPB-tumoren

Het aantal patiĆ«nten met de diagnose alvleesklierkanker is sinds 1989 gestegen van 1.300 naar ruim 2.600 in 2020 (op basis van voorlopige cijfers), de meest voorkomende vorm is het van het type adenocarcinoom (95%%). De verwachting is dat de incidentie van alvleesklierkanker de komende jaren zal blijven stijgen. Per jaar krijgen tussen de 400 en 500 patiĆ«nten te maken met een nabijgelegen periampullair carcinoom (Papil van Vater, distale galweg of duodenum).

Leverkanker, met als meest voorkomende vorm hepatocellulair carcinoom (HCC), komt in Nederland relatief weinig voor. De incidentie neemt wel toe, van circa 200 nieuwe diagnoses in 1990 naar circa 800 in 2020 (voorlopige cijfers). Leverkanker komt twee keer zo vaak voor bij mannen dan vrouwen. De diagnose galweg of galblaaskanker is in 2020 circa 920 maal gesteld tegenover 625 maal in 1989.

Voor zowel alvleesklierkanker als leverkanker en galweg-galblaaskanker laat de ESR een vergelijkbare trend zien als bij de absolute aantallen. Dat wil zeggen dat stijgende trends bij alvleesklier- en leverkanker niet volledig verklaard kunnen worden uit vergrijzing van de Nederlandse bevolking.

Meer informatie

Lees meer over de overleving en prevalentie van HPB-tumoren.