Nieuws
Selecteer een onderwerp in de filter, zoals een kankersoort, een behandelsoort of een onderzoeksdomein.
Selecteer een onderwerp in de filter, zoals een kankersoort, een behandelsoort of een onderzoeksdomein.
Welke organisaties zijn er werkzaam in de palliatieve zorg? Wie doet wat en hoe verhouden deze partijen zich tot elkaar? Om hier zicht op te krijgen heeft Stichting Fibula samen met Agora en IKNL een infographic laten ontwikkelen: ‘Het landschap van palliatieve zorg'.
lees verderDe frequentie en duur van de follow-up na behandeling van borstkanker is nog steeds onderwerp van discussie. Maarten Otten, Annemieke Witteveen en collega’s van Universiteit Twente en IKNL beschrijven in het recent verschenen boek ‘Markov Decision Processes in Practice’ een studie waarin onderzocht is hoe de follow-up van deze patiënten optimaal kan worden ingericht.
lees verderEen multidisciplinaire richtlijnwerkgroep is in maart 2017 gestart met de revisie van de richtlijn Vermoeidheid bij kanker in de palliatieve fase, volgens de evidence based methodiek. Dit gebeurt op initiatief van het Platform PAZORI (PAlliatieve ZOrg RIchtlijnen) en IKNL. Via een enquête kunnen zorgverleners en patiënten knelpunten benoemen die volgens hen in de herziene richtlijn aan de orde dienen te komen. De richtlijn is naar verwachting in het najaar van 2018 gereed en dan te raadplegen op Pallialine.nl en via de app PalliArts. De richtlijn wordt vervolgens aangeboden bij de Richtlijnendatabase (FMS) en het Register (ZiN)
lees verderBestuursvoorzitter Peter Huijgens heeft namens IKNL in een brief aan minister Edith Schippers (VWS) zijn steun betuigd aan de oproep van het biomedisch onderzoeksveld in Nederland om toekomstbestendige wetgeving te realiseren voor de convergentie van medische zorg en medisch-wetenschappelijk onderzoek. De initiële oproep daartoe is afkomstig van de Biobanking and Biomolecular Research lnfrastructure (BBMRI NL), het Parelsnoer Instituut, Federa en de Commissie REgelgeving ONderzoek (COREON).
lees verderZorgplannen (“Survivorship Care Plans”) lijken bij patiënten met eierstokkanker geen bijdrage te leveren aan de tevredenheid over de informatievoorziening of de ontvangen zorg. Het verstrekken van zorgplannen kan zelfs leiden tot een geringer vertrouwen in de behandeling. Dat blijkt uit een gerandomiseerde studie van Belle de Rooij (IKNL) en collega’s in twaalf ziekenhuizen in Zuid-Nederland. Deze bevindingen liggen in lijn met eerdere resultaten van de ROGY care trial, waarin is gevonden dat zorgplannen bij patiënten met baarmoederkanker kunnen leiden tot extra zorgen, een hogere emotionele impact en meer ervaren symptomen.
lees verderPerceptie van een bedreigende ziekte leidt niet vanzelfsprekend tot verandering van leefstijl bij vrouwen met baarmoeder- of eierstokkanker. Dat blijkt uit onderzoek van Marlou van Broekhoven (IKNL) en collega’s van Tilburg University Elisabeth-TweeSteden Ziekenhuis, Catharina Ziekenhuis, Maastricht University en NKI-AvL. Bij enkele subgroepen van patiënten werd een lichte daling waargenomen in tabak- en alcoholgebruik. Volgens de onderzoekers onderstrepen de uitkomsten van deze studie de noodzaak om leefstijlveranderingen te bevorderen en interventies te ontplooien die vrouwen met een gynaecologische ziekte kunnen ondersteunen.
lees verderDe tumorgrootte op het moment van diagnose is de belangrijkste voorspeller voor een volledige pathologische respons na neoadjuvante chemotherapie bij invasieve borstkanker. Die conclusie staat te lezen in een studie van Briete Goorts (Maastricht UMC) en collega’s, waarin het effect is onderzocht van de tumorgrootte (klinisch tumorstadium) na behandeling met neoadjuvante chemotherapie op volledige pathologische respons. Patiënten met een kleinere tumorgrootte vertonen een significant hogere kans op een volledige pathologische respons dan patiënten met een grotere tumor, onafhankelijk van de HER2-status, oestrogeen- en progesteronreceptorstatus. Verder hangt een volledige pathologische respons samen met een 20% hogere ziektevrije en algehele 5-jaarsoverleving.
Oudere patiënten met uitgezaaide dikkedarmkanker en patiënten met buikvliesuitzaaiingen mogen op voorhand niet als ‘onbehandelbaar’ worden beschouwd. Uit promotieonderzoek van Lieke Razenberg (Catharina Ziekenhuis, IKNL) blijkt dat operatief verwijderen van alle zichtbare tumorweefsel in combinatie met het spoelen van de buik met verwarmde chemotherapie (CRS-HIPEC) bij geselecteerde patiënten met buikvliesuitzaaiingen een overleving van meer dan 32 maanden kan opleveren. Daarnaast dient volgens de promovenda bij oudere patiënten die niet in aanmerking komen voor combinatie-chemotherapie meer rekening gehouden te worden met alternatieven, zoals doelgerichte therapie.
lees verder