Filters Filter Created with sketchtool.
  • Kankersoort
  • Stadium
  • Behandelsoort
  • Zorgfase
  • Pathologie
  • Epidemiologie
  • Onderzoeksdomein
  • Patiëntgroep

Nieuws

Selecteer een onderwerp in de filter, zoals een kankersoort, een behandelsoort of een onderzoeksdomein. 

Grote verschillen in uitzaaiingspatronen stadium IV inflammatoire borstkanker

Bij patiënten met stadium IV inflammatoire borstkanker worden belangrijke verschillen waargenomen in uitzaaiingspatronen en algehele overleving samenhangend met de verschillende subtypen (HR/HER2-status) van deze ziekte. Dat concluderen Dominique van Uden (Radboudumc) en collega’s in een publicatie in Breast Cancer Research and Treatment. Volgens de onderzoekers heeft dit inzicht belangrijke consequenties voor het adviseren van patiënten over hun prognose en eventuele behandelopties. De studie onderstreept tevens de mogelijkheid tot gerichtere stadiëring afgestemd op het subtype.

lees verder

DNA-methylatiestudie identificeert vier verschillende angiosarcoomclusters

Met een DNA-methylatieprofileringsstudie is het bestaan aangetoond van vier verschillende angiosarcoomclusters. Deze clusters correleren met klinisch subtype, prognose voor patiënten en chromosomale (in)stabiliteit, en ondersteunen de hypothese dat angiosarcoomheterogeniteit inderdaad aanwezig is op biologisch niveau. Het onderzoek is uitgevoerd door Marije Weidema (Radboudumc) en collega’s en gepubliceerd in Clinical Cancer Research. Aanvullend onderzoek kan bijdragen aan een meer specifieke classificatie en mogelijk nieuwe behandelopties die beter zijn afgestemd op individuele patiënten met een angiosarcoom.

lees verder

Variatie in adjuvante therapie en genexpressieprofielen bij vroege borstkanker

Ondanks landelijke richtlijnen over aanvullende behandeling bij borstkanker, blijft er in de klinische praktijk controverse bestaan over het gebruik van adjuvante chemotherapie bij diverse subgroepen patiënten met een vroeg stadium van borstkanker. Verder blijkt dat inzet van genexpressieprofielen bij de helft van de patiënten met een positieve oestrogeenreceptor leidt tot wijziging van de besluitvorming over aanvullende chemotherapie. Deze en andere conclusies staan te lezen in het proefschrift  van Anne Kuijer ‘Interplay Between Gene Expression Profiling and Adjuvant Systemic Therapy Decision-Making in Early Stage Breast Cancer Patients’. De verdediging vindt plaats op 26 oktober 2017 aan de Universiteit Utrecht.

lees verder

Gebruik chemotherapie bij gen-expressieprofiel borstkanker vrijwel gelijk

Hoewel de richtlijnen zijn aangepast, is het aandeel patiënten met een vroeg stadium van borstkanker (ER+ / HER2) dat chemotherapie krijgt voorgeschreven op basis van een gen-expressieprofiel vrijwel gelijk gebleven in de periode 2012-2014 ten opzichte van 2004-2006. Dat blijkt uit onderzoek van Anne Kuijer (Diakonessenhuis Utrecht) en collega’s. Sinds verbreding van de indicaties worden echter 13% méér patiënten geschikt geacht om in aanmerking te komen voor chemotherapie. Het consistente aandeel chemotherapie duidt erop dat aanpassingen van richtlijnen in de praktijk niet automatisch worden gevolgd. In de discussie gaan de onderzoekers in op mogelijke oorzaken. 

lees verder

Jonge leeftijd & BRCA1/2 is risicofactor voor contralaterale borstkanker

De leeftijd op het moment van diagnose van een eerste borsttumor is een risicofactor voor het krijgen van contralaterale borstkanker onder vrouwen die drager zijn van een BRCA1- of BRCA2-mutatie. Het grootste risico lopen vrouwen met een BRCA1/2-mutatie die op jonge leeftijd zijn gediagnosticeerd en een familiegeschiedenis hebben van borstkanker. Dat blijkt uit een prospectieve analyse van Alexandra van den Broek (NKI-AVL) en collega’s van andere medische centra in samenwerking met IKNL. Gelet op het beschikbare bewijs dienen leeftijdspecifieke risicoschattingen volgens de onderzoekers opgenomen te worden in de begeleiding van deze patiënten.  

lees verder

Genetische correlatie tussen endometriose en eierstokkanker

Er bestaat een genetische correlatie tussen endometriose en verschillende histologische typen van eierstokkanker, met uitzondering van het intestinale mucineus type. De sterkste genetische correlatie werd gevonden tussen heldercellig carcinoom en endometriose. Maar ook tussen endometriose en laaggradige sereuze carcinomen zijn vergelijkbare correlaties gevonden. Dat blijkt uit de resultaten van een studie van het Ovarian Cancer Association Consortium, waaraan vanuit Nederland deelnamen prof. Lambertus Kiemeney en prof. Leon Massuger (beiden Radboudumc) en Katja Aben (IKNL). De uitkomsten van deze studie suggereren dat endometriose en eierstokkanker een gedeelde genetische etiologie hebben.

lees verder

Varianten cellulaire transportgenen spelen rol bij risico ovariumcarcinoom

Varianten in genen die betrokken zijn bij cellulair transport zijn geassocieerd met het risico op epitheliaal ovariumcarcinoom (EOC). Dat blijkt uit één van de studies uitgevoerd door het Ovarian Cancer Association Consortium aan de hand van een groot cohort aan vrouwelijke pativënten. In dit doorlopend internationaal samenwerkingsverband werden ook Nederlandse patiënten geïncludeerd via de POLYGENE-studie. Daarin wordt de rol van genetische varianten en het risico en de prognose van diverse vormen van kanker onderzocht door IKNL (onderzoeker Katja Aben) en Radboudumc onder leiding van prof. dr. Bart Kiemeney.

lees verder

KRAS-variant rs61764370 geen voorspeller eierstok- of borstkanker

Er is geen relatie tussen de KRAS-variant rs61764370 en het risico op het krijgen van eierstok- of borstkanker. Ook is er geen verband gevonden tussen deze variant en de overleving van deze patiënten. Dat concluderen Antoinette Hollestelle (Erasmus MC) en collega’s aan de hand van een uitgebreid onderzoek. Hoewel genetische testpanels veelbelovend zijn voor de ontwikkeling van geïndividualiseerde geneeskunde, draagt genotypering van deze KRAS-variant niet bij aan het voorspellen van het risico of klinisch verloop van beide tumorsoorten.

lees verder