Rapport immuuntherapie

Door immuuntherapie leven meer patiënten met melanoom en longkanker langer

Immuuntherapie heeft de behandeling van verschillende vormen van kanker ingrijpend veranderd. Dankzij deze innovatieve geneesmiddelen leven veel patiënten met onder andere uitgezaaid melanoom en niet-kleincellige longkanker langer, en sommige patiënten bereiken zelfs langdurige ziektestabilisatie. Maar ze slaan niet bij iedereen aan, gaan gepaard met een risico op ernstige bijwerkingen en zijn daarbij kostbaar. Een nieuw rapport van IKNL en DICA biedt inzicht in het zorglandschap rond immuuntherapie; wie krijgt deze behandeling in de dagelijkse praktijk en wat zijn uitkomsten hiervan?  

Lees het rapport

De resultaten laten zien dat een deel van de patiënten jarenlang profiteert van immuuntherapie, ook op hogere leeftijd.Bij patiënten met uitgezaaid melanoom die behandeld werden met nivolumab of pembrolizumab  monotherapie was de vijfjaarsoverleving 45,6 procent. Bij patiënten met stadium IV niet-kleincellige longkanker die behandeld werden met pembrolizumab monotherapie leefde vijf jaar na de start van de behandeling nog 23 procent. 

Perspectief op langdurige ziektestabilisatie voor deel patiënten 

Voor patiënten die de eerste jaren na de start van de behandeling overleven, zijn de vooruitzichten vaak gunstig. Zo was van de patiënten met niet-operabel of uitgezaaid melanoom die twee jaar na de start van behandeling met nivolumab en ipilimumab nog leefden, vijf jaar na de start van de behandeling nog ruim 83 procent in leven in de leeftijdsgroep 18-64 jaar. Ook bij patiënten van 75 jaar en ouder was dat percentage hoog: ruim 71 procent. Dit laat zien dat immuuntherapie bij een deel van de patiënten perspectief biedt op langdurige ziektestabilisatie en in sommige gevallen mogelijk zelfs genezing. Het gebruik van immuuntherapie bij oudere patiënten is de afgelopen jaren bovendien toegenomen, mogelijk doordat zorgverleners steeds meer ervaring hebben opgedaan met deze behandelingen. 

Femke Jacobs, onderzoeker bij IKNL: "Immuuntherapie heeft voor veel patiënten nieuwe perspectieven gebracht. Tegelijkertijd zien we dat niet iedere patiënt in dezelfde mate profiteert van deze behandelingen. Door gegevens uit registraties van DICA, IKNL en de GIP-databank te combineren, krijgen we inzicht in de resultaten van immuuntherapie in de dagelijkse praktijk. Deze real-world data helpen ons beter te begrijpen wat de overleving is, wie de behandeling in de praktijk krijgt, hoe lang deze wordt ingezet en welke bijwerkingen kunnen optreden. Zo kunnen zorgverleners en patiënten samen beter onderbouwde keuzes maken en kunnen innovatieve geneesmiddelen zo passend mogelijk worden ingezet."

Niet iedere patiënt profiteert langdurig van immuuntherapie 

Hoewel immuuntherapie voor veel patiënten waardevolle gezondheidswinst oplevert, laten de cijfers ook zien dat de behandeling niet voor iedereen tot langdurige overleving leidt. Een deel van de patiënten overlijdt ondanks behandeling binnen enkele weken tot maanden na de start van immuuntherapie. Daarnaast kunnen, met name bij combinaties van immuuntherapieën, ernstige bijwerkingen optreden die soms leiden tot een ziekenhuisopname. De inzet van deze behandelingen vraagt dus om een zorgvuldige afweging tussen de potentiële baten en de risico’s voor de patiënt. Tijdige inzet van palliatieve zorg, met aandacht voor symptoomlast en kwaliteit van leven, blijft dan ook van groot belang, naast een eventuele ziektegerichte behandeling. 

Bij verschillende patiëntgroepen blijkt dat in de dagelijkse praktijk minder patiënten de volledige behandelduur afronden dan in klinische trials. Mogelijke verklaringen hiervoor zijn bijwerkingen van de behandeling, ziekteprogressie of overlijden. Ouderen worden daarbij meestal niet meegenomen in de klinische trials, maar we zien in de dagelijkse praktijk dat ook zij belang kunnen hebben bij een behandeling met immuuntherapie. Tegelijkertijd wijkt de overleving van patiënten die in de praktijk met immuuntherapie zijn behandeld over het algemeen niet sterk af van de resultaten uit klinische trials. Daarnaast zien we dat de absolute overlving lager ligt bij oudere patiënten dan bij jongere leeftijdsgroepen. Dit hangt mogelijk samen met hun kortere levensverwachting en het vaker voorkomen van comorbiditeit. In dit rapport is niet onderzocht of de effectiviteit van de immuuntherapie hierin ook een rol heeft.    

Passende inzet en betaalbaarheid  

Immuuntherapie is een waardevolle innovatie die voor een deel van de patiënten leidt tot aanzienlijke gezondheidswinst. Tegelijkertijd gaat het om behandelingen met substantiële uitgaven: deze varieerden in 2023 van € 20,2 miljoen voor adjuvante anti-PD1-therapie bij stadium III melanoom tot € 96,0 miljoen voor pembrolizumab in combinatie met chemotherapie bij stadium IV niet-kleincellige longkanker (zonder vertrouwelijke kortingen). Dit benadrukt nog eens het belang om beter te begrijpen welke patiënten het meeste baat hebben bij deze behandelingen.  

Femke Jacobs: "De financiële impact benadrukt niet alleen de noodzaak van monitoring en evaluatie van deze behandelingen in de praktijk, maar ook het belang van doelmatigheidsstudies die inzicht geven in hoe immuuntherapie zo passend mogelijk kan worden ingezet. Deze studies onderzoeken of een behandeling efficiënter kan worden ingezet, zodat bijwerkingen, inzet van zorgpersoneel en kosten kunnen worden bespaard met behoud van effectiviteit. Door doelmatigheidsstudies te combineren met inzichten uit real-world data wordt de passende inzet van geneesmiddelen verder versterkt."

Over het rapport  

Voor het rapport is data gebruikt van IKNL, DICA en de GIP-databank van het Zorginstituut. Het bevat real-world data van patiënten met niet‑kleincellige longkanker (NSCLC) en melanoom die tussen 2017 en 2023 zijn gediagnosticeerd en behandeld met verschillende vormen van immuuntherapie. De inzet van deze behandelingen, patiëntkenmerken, overleving, behandelduur, uitgaven en bij melanoom ook toxiciteit zijn in kaart gebracht. Daarbij is ook specifiek gekeken naar verschillende leeftijdsgroepen (18-64 jaar, 65-74 jaar en 75 jaar en ouder).  

Lees het rapport

Gerelateerd nieuws

Vroegtijdig stoppen met systemische behandeling bij stadium IV niet-kleincellig longkanker komt vaak voor

de armen van een patiënt met witte huidskleur en een patiënt met zwarte huidskleur zijn zichtbaar, ze hebben beiden een infuusnaald in de arm Patiënten met stadium IV niet-kleincellig longkanker (NSCLC) zonder drivermutatie ontvangen in slechts 53% van de gevallen systemische behandeling met chemotherapie en/of immunotherapie, ondanks dat deze behandeling de standaard is. Bovendien stopt een aanzienlijk deel van deze behandelingen vroegtijdig. Dat blijkt uit onderzoek van Jet Ankersmid-Matos Miguel (Santeon), gebaseerd op gegevens uit de Nederlandse Kankerregistratie (NKR) en elektronische patiëntendossiers van de zeven Santeon-ziekenhuizen. lees verder

Gericht gebruik innovatieve geneesmiddelen biedt kansen bij gevorderde niet-kleincellige longkanker

Wereld Longkanker Dag - 1 augustus

In de afgelopen jaren hebben steeds meer patiënten met gevorderde niet-kleincellige longkanker behandeling gekregen met immunotherapie of doelgerichte therapie. Binnen deze patiëntengroep zijn er subgroepen die significant profiteren van deze innovatieve behandelingen. Er lopen verschillende onderzoeken naar de juiste dosering om een optimale balans te vinden tussen effectiviteit en kwaliteit van leven. Hierbij wordt ook onderzocht hoe we beter kunnen vaststellen bij welke patiënten deze middelen effectief zijn.

lees verder