Aantal patiënten dat radiotherapie krijgt neemt toe tot 2032
Stijging radiotherapiegebruik van 23%
Aan de hand van historische trends uit de NKR en bevolkingsprognoses van het CBS voorspelden de onderzoekers het aantal patiënten met niet-uitgezaaide kanker dat radiotherapie krijgt als onderdeel van de eerstelijnsbehandeling. Volgens deze berekening zal het totaal aantal patiënten dat radiotherapie krijgt toenemen van 27.394 in 2019 tot 33.680 in 2032 – een toename van 23%.
Scenarioanalyses
Ook werkten de onderzoekers aan tumorspecifieke voorspellingen voor vijf tumorsoorten waarbij radiotherapie een belangrijk onderdeel is van de eerstelijnsbehandeling. In deze analyses hielden de onderzoekers rekening met verschillende ontwikkelingen. De onderzochte tumorsoorten waren:
- Niet-kleincellige longkanker
- Ductaal carcinoom in situ (DCIS)
- Invasieve borstkanker
- Prostaatkanker
- Endeldarmkanker
Niet-kleincellige longkanker
In de scenarioanalyse berekenden de onderzoekers de effecten van de introductie van een gericht bevolkingsonderzoek voor longkanker. Zij kozen dit scenario naar aanleiding van de Nelson-studie en het proefbevolkingsonderzoek longkanker dat sinds 2024 loopt. In de scenarioanalyse zagen de onderzoekers dat het aantal patiënten met stadium I toeneemt, en daarmee ook het gebruik van radiotherapie. Bij stadium III, daarentegen, zagen de onderzoekers een afname in het aantal patiënten en een afname in het verwachte gebruik van radiotherapie. Het totaal aantal patiënten met niet-uitgezaaide niet-kleincellige longkanker dat radiotherapie krijgt, neemt tot 2032 toe tot 5.558.
DCIS
Eerder onderzoek liet zien dat er een afname is in het gebruik van radiotherapie bij patiënten van 45 jaar en ouder met DCIS graad I-II. Deze ontwikkeling namen de onderzoekers mee in hun scenarioanalyse. Daaruit volgde dat het aantal patiënten met DCIS I-II dat radiotherapie krijgt in de toekomst afneemt tot 337 patiënten in 2032.
Invasieve borstkanker
Ook bij invasieve borstkanker liet eerder onderzoek zien dat het gebruik van radiotherapie afneemt, al was dat hier onder patiënten van 65 jaar en ouder met stadium I-II. De onderzoekers namen de effecten van deze afname mee in hun scenarioanalyse en voorspelden dat het totaal aantal patiënten met niet-uitgezaaide borstkanker dat radiotherapie krijgt afneemt tot 9.116 in 2032.
Prostaatkanker
Bij prostaatkanker berekenden de onderzoekers toekomstig radiotherapiegebruik waarbij ze rekening hielden met eerdere observaties: een afname van brachytherapie bij alle risicogroepen, een toename in actieve surveillance bij laag-risico prostaatkanker en een toename van uitwendige radiotherapie ter vervanging van chirurgie bij gemiddeld-risico prostaatkanker. Bij laag-risico prostaatkanker neemt het voorspelde gebruik van zowel uitwendige radiotherapie als brachytherapie af naar respectievelijk 90 en 58 patiënten in 2032. Bij gemiddeld-risico prostaatkanker neemt het voorspelde gebruik van uitwendige radiotherapie toe tot 1.916 patiënten in 2032, terwijl het voorspelde gebruik van brachytherapie afneemt tot 160 patiënten.
Endeldarmkanker
De invoering van het bevolkingsonderzoek darmkanker veranderde het aantal nieuwe diagnoses van endeldarmkanker. Daardoor geeft het aantal diagnoses uit het verleden geen betrouwbare voorspelling van wat er in de toekomst zal gebeuren. Het scenario dat de onderzoekers gebruikten hield daarom rekening met veel onzekerheid in het voorspellen van het aantal diagnoses en laat zien dat toekomstige inzet van radiotherapie bij endeldarmkanker moeilijk te voorspellen is.
Meer nodig dan kankerincidentie voor capaciteitsplanning
Hoewel een totale inschatting en tumorspecifieke voorspellingen van toekomstig radiotherapiegebruik nuttig zijn om de toekomstige druk op de zorg in beeld te brengen, zijn ook factoren als het aantal bestralingssessies en veranderingen in behandelduur relevant voor het organiseren van de zorg van de toekomst. Deze zaken konden de onderzoekers niet meenemen in de berekeningen. Ook waren er te weinig data over palliatieve radiotherapie en radiotherapie als onderdeel van latere behandellijnen beschikbaar. Daardoor konden de onderzoekers hier geen voorspellingen voor doen. Toch biedt dit onderzoek met tumorspecifieke voorspellingen een waardevol beeld van de druk op de radiotherapeutische zorg richting 2032.
Meer informatie
Voor meer informatie over dit onderzoek neem contact op met Jelle Evers, senior clinical data scientist. Vraag het volledige wetenschappelijke artikel aan via bibliotheek@iknl.nl, of bekijk het artikel online:
- Struikmans, H., Evers, J., Bauhuis, J. W., Bloemers, C. W. M. M., Dirkx, M. L. P., Doornaert, P. A. H., ... & Aarts, M. J. (2026). The relevance of cancer type specific scenarios in predicting primary radiotherapy use in non-metastatic cancer patients in the Netherlands towards 2032. Clinical Oncology, 104211.