Klachten na operatie bij slokdarm- maagkanker

Klachten na operatie bij slokdarm- of maagkanker in eerste drie maanden het meest intensief

Een belangrijk onderdeel van de behandeling bij niet-uitgezaaide slokdarm- of maagkanker bestaat uit een operatieve verwijdering van de tumor. Een aanzienlijk deel van de patiënten kampt hierna met spijsverteringsgerelateerde klachten. Felice van Erning (IKNL) en collega’s brachten in kaart welke klachten dit precies zijn, wanneer ze zich manifesteren en wat de impact is op kwaliteit van leven. 

Chirurgische ingrepen bij slokdarm- en maagkanker zijn complex. Door betere diagnostiek, centralisatie en aanvullende zorg zijn de overlevingscijfers de laatste decennia gunstiger geworden. Zo nam de 5-jaarsoverleving van niet-uitgezaaide slokdarmkanker toe van 12 procent (1989-1994) naar 36 procent (2010-2014). 

De cijfers hebben een keerzijde. Na de operatie worden patiënten met tal van klachten geconfronteerd: vermoeidheid, buikpijn, misselijkheid, braken, kramp, diarree, moeite met het opnemen van voedsel, oprispingen en snel ‘vol zitten’. Een eerdere studie wees uit dat 35 procent van de patiënten met slokdarmkanker na operatie kampt met slapeloze nachten: brandend maagzuur, oprispingen en een verstikkend gevoel houden hun wakker in de nacht. 

Slokdarm- en maagkanker in Nederland

Het rapport slokdarm- en maagkanker in Nederland geeft, op basis van gegevens uit de NKR, een overzicht van kerncijfers, trends en ontwikkelingen bij deze ziektebeelden. 

Naar het rapport

Kwaliteit van leven

Tot nu toe was het nog niet bekend wanneer deze klachten zich manifesteerden, en bij hoeveel patiënten ze langer aan blijven houden. Daarom keken Van Erning en collega’s naar gegevens uit de Nederlandse Kankerregistratie (NKR) en het POCOP-cohort, waarin via patiëntgerapporteerde uitkomsten (PROMS’s) de kwaliteit van leven van patiënten met slokdarm- en maagkanker in kaart wordt gebracht. 

Voor de studie selecteerden de onderzoekers patiënten uit de NKR die tussen 2015-2021 de diagnose slokdarm- of maagkanker kregen, waarbij de ziekte niet was uitgezaaid, en die een operatie ondergingen. Vervolgens keken de onderzoekers naar patiënten die minimaal twee keer een vragenlijst over hun kwaliteit van leven hadden ingevuld, binnen een jaar na de operatie. Daar kwam een selectie uit van ruim 1200 patiënten, waarvan 79 procent geopereerd is aan de slokdarm en 21 procent aan de maag. 

Eerste drie maanden

Bijna 40 procent van de patiënten met slokdarmkanker ervaart 9 tot 12 maanden na de operatie nog klachten. Bij maagkanker is dit ruim één derde van de patiënten. De meeste klachten deden zich echter in de eerste drie maanden voor: patiënten rapporteerden diarree, verminderde eetlust, of moeite hebben met eten. Patiënten met slokdarmkanker gaven daarbij aan ook last te hebben van een droge mond, moeite met hoesten en moeite met praten. Het hebben van meerdere spijsverteringsgerelateerde klachten was geassocieerd met minder functioneren, lagere kwaliteit van leven, meer beperkingen in dagelijkse activiteiten en een lagere werkproductiviteit. 

Zorgpad

Doordat de overleving van patiënten met slokdarm- of maagkanker is toegenomen, neemt het aantal patiënten dat met spijsverteringsgerelateerde symptomen geconfronteerd wordt de komende jaren toe. Hoewel de follow-up zorg in het eerste jaar na een slokdarm- of maagoperatie gericht is op deze symptomen, is het beleid en de behandeling ervan niet gestandaardiseerd binnen de ziekenhuiszorg in Nederland. De onderzoekers wijzen op initiatieven vanuit verschillende ziekenhuizen die aan de ontwikkeling hiervan bijdragen. Zo zijn er voor de behandeling van verschillende klachten richtlijnen opgesteld. Verpleegkundig specialisten en behandelend artsen uit diverse disciplines (chirurgie, maag-darm-lever, anesthesie, diëtetiek, farmacie en interne geneeskunde) beschreven een multidisciplinaire aanpak voor de behandeling van functionele klachten na een slokdarm- of maagoperatie. Deze richtlijnen worden nu geëvalueerd, ook zijn er in andere centra specifieke poliklinieken voor deze klachten opgericht. Deze initiatievenkunnen een belangrijke bijdrage leveren aan meer gestandaardiseerde zorg. 

•    van Erning, F.N., Nieuwenhuijzen, G.A.P., van Laarhoven, H.W.M. et al. Gastrointestinal Symptoms After Resection of Esophagogastric Cancer: A Longitudinal Study on Their Incidence and Impact on Patient-Reported Outcomes. Ann Surg Oncol (2023). 
 

Medewerkers

Felice van Erning

onderzoeker postdoc

lees verder

Rob Verhoeven

Rob Verhoeven

hoofdonderzoeker upper GI

lees verder

Pauline Vissers

onderzoeker postdoc

lees verder
Gerelateerd nieuws

Proefschrift: overleving patiënten met slokdarm- en maagkanker toegenomen

De overleving van patiënten met slokdarmkanker is de afgelopen 26 jaar aanzienlijk toegenomen. Waarschijnlijk is dit het gevolg van chemoradiotherapie voorafgaand aan de operatie, in combinatie met het concentreren van slokdarmkankeroperaties in gespecialiseerde ziekenhuizen. In recentere jaren is de overleving van patiënten met maagkanker eveneens verbeterd, zo blijkt uit het proefschrift dat Margreet van Putten (IKNL) 25 mei 2018 verdedigt aan de Erasmus Universiteit. De variatie tussen ziekenhuizen wat betreft behandeling en impact daarvan op de overleving blijft volgens de promovenda een aandachtspunt. Dit geeft aan dat de besluitvorming rondom de behandeling van patiënten met slokdarm- en maagkanker nog verder kan worden geoptimaliseerd. 

lees verder