oude vrouw rolstoel kijkt depressief

Herziene richtlijnen Angst en Depressie in de palliatieve fase

De herziene richtlijnen Angst en Depressie in de palliatieve fase zijn gepubliceerd. IKNL is hierbij als procesbegeleider van de richtlijnen palliatieve zorg betrokken. De herziene richtlijnen sluiten aan bij knelpunten uit de praktijk van patiënten, naasten en zorgverleners. Een multidisciplinaire werkgroep heeft deze richtlijn gebaseerd op de meest recente wetenschappelijke inzichten en ontwikkeld conform de wetenschappelijke methodologie. Daarmee biedt het een antwoord op uitdagingen in de praktijk.

Zo’n 22% tot 65% van de patiënten met kanker in de palliatieve fase ervaart angst. Ook voor andere ongeneeslijke ziekten geldt, dat angst vaak voorkomt. In de herziene richtlijn gaat het met name over angst als symptoom, niet als stoornis. Dat ligt iets anders bij depressie. Depressie omvat het spectrum van emotionele ontregeling, waarbij gevoelens van somberheid, neerslachtigheid, verlies van interesse of plezier (anhedonie) en verdriet op de voorgrond staan. Het kan variëren van depressieve symptomen tot een aanpassingsstoornis met depressieve kenmerken of een depressieve stoornis. Een depressieve stoornis is een van de meest voorkomende psychiatrische stoornissen in de algemene bevolking. Ieder jaar wordt bij ongeveer 5,2% van de volwassen Nederlanders een depressieve stoornis vastgesteld. Uit literatuurstudies is gebleken dat de prevalenties van depressieve symptomen en depressieve stoornissen aanzienlijk verhoogd zijn bij patiënten met een (ernstige) lichamelijke aandoening. Vooral neurologische stoornissen zoals CVA, epilepsie, MS, ziekte van Parkinson en dementie zijn sterk geassocieerd met een verhoogd risico op een depressieve stoornis.

Omdat zowel angst als depressie in de palliatieve fase relatief vaak voorkomen en er voor beide onderwerpen nieuwe wetenschappelijke inzichten zijn, werden de richtlijnen herzien. Voor een goede afstemming is ervoor gekozen om deze richtlijnen gelijktijdig te herzien.  

Angst

Angst is een beklemmende, onaangename emotionele toestand die kan voorkomen als zich een verandering voordoet in het leven die als ontregelend, onbekend of bedreigend voor het eigen welbevinden of het leven wordt ervaren. Wanneer duidelijk is geworden dat genezing niet meer mogelijk is en de dood in zicht komt, gaan de ingrijpende veranderingen, onzekerheden en existentiële vragen vaak gepaard met zorgen en gevoelens van spanning, die zich zowel fysiek als emotioneel kunnen uiten. Soms bestaat daarbij het onterechte idee dat angst in de palliatieve fase niet behandelbaar is. De richtlijn bevat informatie over angst in de palliatieve fase, de mogelijke oorzaken, diagnostiek, behandeling en het biedt handvatten voor hoe ermee om te gaan.

Interventies bij angst

Angst in de palliatieve fase is meestal geen angststoornis, maar een symptoom, dat uiteenlopende uitingsvormen en dimensies kan hebben. Vaak is angst verweven en overlappend met andere symptomen die het gevolg zijn van de lichamelijke aandoening, zoals kortademigheid, slaapstoornissen, depressieve klachten, agitatie, pijn, trillen, zweten en hartkloppingen. Alle zorgverleners, zoals de huisarts, medisch specialist en verpleegkundigen hebben een belangrijke rol bij vaststellen en het aanbieden van interventies om angst te verminderen. Het advies is daarbij om de zorg in te richten volgens de principes van modellen zoals matched care, waarbij de patiënt de zorg krijgt die hij of zij nodig heeft, maar niet zwaarder dan noodzakelijk is en met één zorgverlener als aanspreekpunt, of collaborative care, waarin hulpverleners uit verschillende disciplines samenwerken om de zorg voor de patiënt zo goed mogelijk uit te voeren en één zorgverlener de zorg coördineert. Daarbij is leidend wat de patiënt wil. Gespecialiseerde psychologische interventies en/of behandeling met medicatie kunnen ingezet worden bij ernstige klachten, zeker als er sprake is van een aanpassingsstoornis met angst of als ondersteunende gesprekken onvoldoende effect hebben.

Depressie

Als genezing niet meer mogelijk is bij een patiënt en het overlijden (op afzienbare termijn) onvermijdelijk is, dan vraagt dat een grote aanpassing van de patiënt. Dit brengt vaak verdriet en/of somberheid met zich mee. Het is belangrijk voor patiënten dat zij hierover met hun zorgprofessional kunnen praten. Omdat somberheid gezien die situatie zo vanzelfsprekend lijkt, wordt nogal eens over het hoofd gezien dat de sombere stemming ook pathologische vormen kan aannemen en dat de patiënt ook een aanpassingsstoornis of een depressie kan hebben. Ook bij een korte levensverwachting (< 3 maanden) is een depressie te behandelen. De herziene richtlijn Depressie bevat informatie over depressie in de palliatieve fase en hoe hier als zorgprofessional mee om te gaan.

Tijdige onderkenning depressie en start ondersteunende gesprekken

Het is belangrijk dat een depressie in de palliatieve fase tijdig onderkend wordt. Dat kan bijvoorbeeld door bij de start van het palliatieve traject te vragen naar de twee kernsymptomen van depressie: 

  1. “Bent u somber gedurende het grootste deel van de dag?” en 
  2. “Is er sprake van verlies van interesse en plezier in (vrijwel) alle activiteiten)?” 

Als het antwoord op één of beide vragen 'ja' is, is het van belang dat de zorgprofessional de klachten verder onderzoekt en waar nodig doorverwijst naar een specialist op het gebied van depressie. Ondersteunende gesprekken door een arts en/of verpleegkundige zijn de basis van de behandeling bij een depressie. Ook hier geeft de richtlijn aan om de zorg, net als bij angst, in te richten volgens de principes van modellen zoals matched care of collaborative care. Gespecialiseerde psychologische interventies en/of medicamenteuze behandeling zijn aangewezen bij ernstige klachten, zeker als er sprake is van een aanpassingsstoornis met depressieve kenmerken of een depressieve stoornis en/of als de ondersteunende gesprekken onvoldoende effect hebben 

Meer informatie over richtlijnen Angst en Depressie

De nieuwe richtlijnen staan op Pallialine bij Angst - Richtlijnen Palliatieve zorg (palliaweb.nl) en Depressie - Richtlijnen Palliatieve zorg (palliaweb.nl). In de app PalliArts, die gratis te downloaden is voor Android en iOS, is een samenvatting van de richtlijnen te vinden, net als in de webshop van IKNL Samenvattingskaart richtlijn Angst - IKNL, Samenvattingskaart richtlijn Depressie - IKNL. Meer informatie over de onderwerpen angst en depressie in de palliatieve fase en ondersteunende middelen zijn te vinden op de themapagina’s over angst en depressie op Palliaweb. Informatie patiënten en naasten over dit onderwerp is te vinden op de website van Overpalliatievezorg:

Voor de richtlijn Angst in de palliatieve fase is er ook een beslisboom ontwikkeld. Deze is te vinden op Palliaguide.nl.

 

Gerelateerd nieuws

Herziene richtlijn Palliatieve zorg voor kinderen gepubliceerd

jongetje ziek in bed met knuffel

De herziene richtlijn Palliatieve zorg voor kinderen is gepubliceerd. De richtlijn sluit aan bij knelpunten uit de praktijk die ouders, verzorgers en zorgverleners hebben aangegeven. Een multidisciplinaire werkgroep, met daarin vertegenwoordigers van Stichting Kind en Ziekenhuis, Nederlandse Vereniging voor Kindergeneeskunde, Kenniscentrum kinderpalliatieve zorg en verschillende ziekenhuizen waaronder Prinses Máxima Centrum, heeft deze richtlijn gebaseerd op de meest recente wetenschappelijke inzichten en ontwikkeld volgens de wetenschappelijke methodologie. Daarmee biedt het een antwoord op uitdagingen in de praktijk. IKNL is als procesbegeleider van de richtlijnen palliatieve zorg betrokken.

lees verder

Belang Tijdige Integratie Palliatieve Zorg in de Oncologie benadrukt op Nationaal Congres Palliatieve Zorg

Zaal met mensen nationaal congres palliatieve zorg

Tijdens het Nationaal Congres Palliatieve Zorg op 13 oktober 2022 ging één van de parallelsessies over het project Tijdige Integratie Palliatieve Zorg in de Oncologie (TIPZO). Hoogleraar palliatieve geneeskunde van het UMCG, An Reyners, leidde het onderwerp in voor de bomvolle zaal, waarna IKNL-onderzoeker Carly Heipon vertelde over de uitkomsten van het projectonderzoek tot nu toe en de deelnemers uitnodigde om in verschillende tafels met elkaar in gesprek te gaan. De deelnemers bestonden uit zorgprofessionals uit alle regio’s en organisaties, van thuis- en huisartsenzorg tot ziekenhuis en verpleeghuis. Ze bespraken de goede voorbeelden en knelpunten uit hun eigen praktijk met elkaar en droomden over mogelijke oplossingen. Duidelijk was, dat alle deelnemers een enorme betrokkenheid rond dit onderwerp delen en het belang van tijdige integratie van palliatieve zorg graag benadrukken.

lees verder