Galblaaskanker wordt vaak in een laat stadium ontdekt

‘Meer samenwerking kan bijdragen aan betere overleving van galblaaskanker’

Op 8 juli promoveerde Elise de Savornin Lohman (RabdoudUMC) rond het thema ‘diagnostiek en behandeling van het galblaascarcinoom: een overzicht van de huidige praktijk’. In haar onderzoek keek ze onder andere naar de behandeling van galblaascarcinoom in andere landen en roept op tot meer centralisatie.

Galblaaskanker is een zeldzame en agressieve tumorsoort die vaak pas in een laat stadium wordt ontdekt. De overleving is gemiddeld slechts zes maanden na de diagnose. Vanwege de lage incidentiecijfers is het moeilijk om onderzoek naar galblaaskanker te doen. De Savornin Lohman biedt in haar proefschrift een overzicht van de risicofactoren voor het ontstaan van galblaaskanker, de behandeling en factoren die van invloed zijn op overleving.

Weinig verbetering in overleving

In een van haar studies bekijkt ze behandeltrends en overlevingscijfers over een langere periode, op basis van data uit de Nederlandse Kankerregistratie (NKR). De Savornin Lohman en collega’s keken daarin naar behandeluitkomsten van 1800 patiënten in twee tijdsperiodes: 2005-2008 en 2010-2016. De Savornin Lohman: ‘In die studie vielen een aantal zaken op. Allereerst zagen we dat de algehele overleving van galblaaskanker nauwelijks is toegenomen in tien jaar tijd, namelijk van vijf naar zes maanden. Op detailniveau zagen we echter wel verbetering in overlevingscijfers. De patiëntgroep waarbij galblaaskanker tot de spierlaag beperkt was, werd vaker behandeld met radicale chirurgie, waarbij ook de lymfeklieren en het galblaasbed in de lever worden verwijderd. Deze patiëntgroep overleefde langer, 77 maanden versus 12 maanden. Bij patiënten die niet voor deze ingreep in aanmerking kwamen bleek palliatieve therapie bij te dragen aan de overleving, namelijk 7 maanden in plaats van 2. Ondanks deze cijfers werden de behandelingen bij minder dan 30% van de patiënten toegepast.’ De Savornin Lohman roept daarom op om kennis te delen en samenwerking te intensiveren. ‘Een multidisciplinaire behandeling, in combinatie met een gespecialiseerd behandelteam is essentieel om de uitkomsten voor deze patiënten te verbeteren. In landen waar intensiever het mogelijk is om intensief in expertisecentra te werken omdat de aandoening daar vaker voorkomt, bijvoorbeeld in Japan, zie je dat de uitkomsten na bijvoorbeeld een grote operatie beter zijn. 

Zie ook: Overleving patiënten met galblaaskanker beperkt verbeterd in Nederland 

Re-resectie

In een andere studie keken de Savornin Lohman en collega’s naar de mate waarin reresecties worden toegepast. De richtlijn schrijft een re-resectie van het galblaasbed en de lymfeklieren voor bij patiënten met een bij toeval gevonden galblaastumor, die ten minste is doorgegroeid tot de spierlaag (tot stadium T1b). Op basis van NKR- en PALGA-data konden de Savornin Lohman en collega’s de behandeluitkomsten van 463 patiënten nader bekijken. In totaal onderging 24 procent van de populatie een re-resectie, en hun overleving was vele malen hoger: 53 maanden, in vergelijking met 14 maanden. Een van de redenen waarom van re-resectie wordt afgezien is dat bij de primaire cholecystectomie er sprake was van radicale resectiemarges. Dat was bij 66 procent van de patiënten het geval die een re-resectie hadden ondergaan. De Savornin Lohman: ‘Er kunnen natuurlijk hele goede redenen zijn waarom wordt afgeweken van de richtlijn, in nader onderzoek is dat ook echt iets wat we nader moeten bekijken. We weten op basis van deze cijfers dat behandeling kan lonen, maar hebben onvoldoende inzicht of dat er overlevingskansen gemist worden.’

Goede basis

De Savornin Lohman ziet dat er een goede basis ligt voor de samenwerking in Nederland. ‘Binnen de DHCG wordt bijvoorbeeld intensief kennis gedeeld. Wanneer deze trend doorzet, ook op internationaal niveau, kunnen we hopelijk iets doen aan de slechte prognose van galblaaskanker.’

  • Het proefschrift van Elise de Savornin Lohman kun u hier downloaden
     
categorie: Galblaaskanker
Gerelateerd

Selectief uitvoeren histopathologisch onderzoek na cholecystectomie is veilig

patholoog met microscoop

Het selectief uitvoeren van histopathologisch onderzoek na een cholecystectomie is vanuit oncologisch oogpunt veilig en een werkwijze die kan bijdragen aan reductie van de zorgkosten. Dat concluderen Bart Corten (Máxima Medisch Centrum) en collega’s in een studie gepubliceerd in de European Journal of Surgical Oncology. Volgens de onderzoekers is er ruimte voor verdere optimalisatie en implementatie van deze werkwijzen om een betere selectie van relevante microscopische afwijkingen te bereiken.

lees verder

Overleving patiënten met galblaaskanker beperkt verbeterd in Nederland

Overleving patiënten met galblaaskanker beperkt verbeterd in Nederland

De overleving van patiënten met galblaaskanker is slecht en in het laatste decennium slechts beperkt verbeterd in Nederland. Dat concluderen Elise de Savornin Lohman (Radboudumc) en collega’s met behulp van data uit de Nederlandse Kankerregistratie. Uitgebreide chirurgie draagt bij aan een betere overleving, maar deze optie is bij slechts een op de drie patiënten ingezet. Een regionale, multidisciplinaire benadering rond uitgebreide chirurgie en systemische therapie kan mogelijk bijdragen aan verbetering van de overleving van deze patiënten.

lees verder