Minder vaak gevorderde borstkanker door deelname aan bevolkingsonderzoek

Bij vrouwen die deelnemen aan het bevolkingsonderzoek naar borstkanker wordt beduidend minder vaak gevorderde borstkanker bij diagnose gevonden,  in vergelijking met vrouwen die niet of onregelmatig deelnemen aan dit landelijke bevolkingsonderzoek. Dat blijkt uit een grote studie van Linda de Munck (Integraal Kankercentrum Nederland; IKNL) gepubliceerd in de International Journal of Cancer. De studie werd in samenwerking met academische centra, het Landelijk Evaluatieteam Bevolkingsonderzoek en het Landelijk Referentiecentrum voor Bevolkingsonderzoek uitgevoerd. 

De uitkomsten bevestigen dat deelname aan het bevolkingsonderzoek bijdraagt aan eerdere ontdekking, waardoor uitgroei naar een gevorderd stadium kan worden voorkomen en kansen op een succesvolle, behandeling aanzienlijk toenemen. Daarnaast is de behandeling minder ingrijpend en kan mogelijk eerder borst besparend worden geopereerd.  

De afgelopen jaren zijn diverse studies verschenen, waarin kanttekeningen zijn geplaatst bij het nut van deelname aan het bevolkingsonderzoek naar borstkanker. Daar staan andere studies tegenover die aantonen dat screening op borstkanker een waardevolle bijdrage kan leveren aan het vroegtijdig opsporen van borstkanker, waardoor de kans op het vinden van een gevorderde tumor afneemt. 

In deze studie onderzochten Linda de Munck en collega’s de verwachting dat deelname aan het bevolkingsonderzoek bijdraagt aan eerdere ontdekking van gevorderde borstkanker bij vrouwen aan de hand van uitslagen van dit bevolkingsonderzoek in combinatie met gegevens uit de Nederlandse Kankerregistratie, een databank waarin informatie over alle patiënten met kanker in Nederland is opgeslagen. 

Opzet van de studie
Uit de gegevens van de Nederlandse Kankerregistratie blijkt dat tussen 2006 en 2011 bij 72.612 vrouwen van 49 jaar en ouder de diagnose ‘borstkanker’ is gesteld. De onderzoekers voerden gedetailleerde analyses uit om het stadium van de borsttumor bij diagnose (stadium III - IV versus 0 – I - II) vast te stellen en de grootte van de tumor (15 mm of groter versus kleiner dan 15 mm dan wel een ductaal carcinoom in situ). 

De vrouwen bij wie een gevorderd stadium van borstkanker was gevonden, werden daarna ingedeeld in twee groepen. Bij groep 1 werd gekeken hoe vaak een gevorderde borstkanker werd vastgesteld binnen 24 maanden na deelname aan het bevolkingsonderzoek. In groep 2 werd gekeken hoe vaak de gevorderde borstkanker werd gevonden na niet-deelname of onregelmatige deelname aan het bevolkingsonderzoek. 

Meer gevorderde borstkanker
Van de 72.612 vrouwen die tussen 2006 en 2011 in Nederland de diagnose ‘borstkanker’ kregen, bleken 44.246 vrouwen (61%) te hebben deelgenomen aan het bevolkingsonderzoek naar borstkanker in de 24 maanden voordat de diagnose borstkanker werd gesteld. Bij vrouwen die níet deelnamen aan het bevolkingsonderzoek in de voorgaande periode van 24 maanden, bleek de kans op gevorderde borstkanker (stadium III – IV) bijna drie keer zo groot (94 gevallen per 100.000 vrouwen) dan bij vrouwen die wél deelnamen aan het bevolkingsonderzoek (38 per 100.000 vrouwen). 

Ook uit de vergelijking van de grootte van de gevonden tumor kwam naar voren dat bij vrouwen die níet deelnamen aan het bevolkingsonderzoek naar borstkanker het aantal gevallen van gevorderde kanker (een tumorgrootte 15 mm of meer) aanzienlijk hoger was (210 gevallen per 100.000 vrouwen) dan bij vrouwen die wél deelnamen aan het bevolkingsonderzoek (169 per 100.000 vrouwen). 

Deelname bevolkingsonderzoek zinvol
De onderzoekers concluderen dat deze studie aantoont dat de kans op het vinden van gevorderde borstkanker beduidend lager is bij vrouwen die deelnemen aan het bevolkingsonderzoek vergeleken met vrouwen die niet of onregelmatig deelnemen aan dit bevolkingsonderzoek. Deze resultaten bevestigen daarmee de verwachting dat deelname aan het bevolkingsonderzoek naar borstkanker zinvol kan zijn en een gunstig effect heeft op het vinden van lagere stadia van borstkanker wat kan leiden tot een daling van de sterfte ten gevolge van borstkanker. Anders geformuleerd: vrouwen die deelnemen aan dit bevolkingsonderzoek hebben meer kans dat borstkanker in een vroeger stadium wordt opgespoord, waardoor de kans op een minder ingrijpende behandeling en goede uitkomsten van behandeling aanzienlijk toeneemt. 

Aan deze studie werkten mee onderzoekers en artsen van Integraal Kankercentrum Nederland, Universitair Medisch Centrum Groningen, Erasmus Medisch Centrum (Rotterdam), het Landelijk Referentiecentrum voor Bevolkingsonderzoek (LRCB) Nijmegen, Amsterdam Medisch Centrum, Universiteit Twente (MIRA Institute for Biomedical Technology and Technical Medicine) en Radboud Universitair Medisch Centrum (Nijmegen).
 

Gerelateerd

Monitor borstkanker wordt vanaf 2017 uitgevoerd door IKNL

Vanaf 2017 voert IKNL de monitor bevolkingsonderzoek borstkanker uit, in opdracht van het Centrum voor Bevolkingsonderzoek (CvB) van het RIVM. IKNL heeft de opdracht verkregen via een Europese aanbesteding. Hiermee is een eind gekomen aan een tijdperk van 25 jaar monitoren door de huidige partij: het Landelijk Evaluatie Team voor Bevolkingsonderzoek Borstkanker (LETB) van het Erasmus MC. Het LETB blijft wel de landelijke evaluatie verzorgen voor het bevolkingsonderzoek borstkanker. 

lees verder

Vroege detectie lokaal recidief belangrijk na borstsparende behandeling

De zorg voor jonge vrouwen met een lokaal recidief na borstsparende therapie kan verder worden verbeterd door meer aandacht te besteden aan vroege detectie. Dat blijkt uit een studie van M. van der Sangen en collega´s naar de prognose van jonge vrouwen met een lokaal recidief na borstsparende therapie. De uitkomsten van deze studie zijn onlangs verschenen in de European Journal of Surgical Oncology.

lees verder