Consultatie palliatieve zorg verandert: dichterbij professional

De palliatieve zorg is volop in beweging. Die veranderingen maken het noodzakelijk dat ook de consultatievoorziening van IKNL meeverandert. De centraal aangestuurde telefonische consultatie alleen is niet langer afdoende en maakt daarom plaats voor een nog intensievere ondersteuning ter plekke in de lokale, transmurale teams. IKNL-consulenten worden op deze manier nog meer onderdeel van én een vanzelfsprekende partner bij het organiseren en verlenen van palliatieve zorg.

IKNL maakt een omslag van centraal aangestuurde consultatie naar ondersteuning in kleinere, lokale consultatieteams palliatieve zorg. IKNL sluit daarmee aan op de vorming van lokale transmurale samenwerkingsverbanden, waarin de palliatieve zorg goed is georganiseerd en de consultatie volledig is ingebed.

Vanaf 2004
Al vanaf 2004 kunnen alle professionele hulpverleners in Nederland bij IKNL terecht voor een (telefonisch) veilig en op maat gesneden advies met vragen over patiënten in de laatste levensfase. Ongeacht de primaire diagnose. IKNL is verantwoordelijk voor dit landelijk dekkend systeem waarin dertig consultatieteams met speciaal in de palliatieve zorg opgeleide professionals opereren. Met de komst van consultatieteams palliatieve zorg in de ziekenhuizen en de PaTz groepen in de eerstelijn is consultatie echter niet langer een functie van IKNL alleen. Een herijking van de behoefte aan consultatie is noodzakelijk. Dit vanuit het besef dat de consultatiefunctie momenteel onvoldoende is ingebed in de gehele zorgketen. IKNL neemt het voortouw om, samen met de betrokken professionals, te komen tot een nieuw model van consultatie.

Vormen van consultatie
Consultatie vindt lang niet altijd alleen in telefonische vorm plaats, maar kan zich in velerlei vormen voordoen. Telefonisch, één-op-één consult, bedside samen met een consultvrager, e-consultatie, multidisciplinaire zorgplanbespreking in een MDO, etc. Een consult kan zowel betrekking hebben op een zorginhoudelijke vraag of probleem als op organisatorische problemen, maar ook een punt als communicatie kan ter sprake komen. Momenteel vormt telefonische consultatie nog de hoofdmoot, waarbij sommige teams grote regio’s bedienen. Voortaan sluiten de consulenten zo veel mogelijk aan bij de bestaande, lokale transmurale teams en kijken daar naar de gewenste vorm van ondersteuning. Zo komt IKNL tegemoet aan de wens van zorgprofessionals om consultatie dichterbij te brengen.  

Samenwerken
Voor de doorontwikkeling van de consultatiefunctie is de ontwikkeling van het Kwaliteitskader palliatieve zorg Nederland leidend [project Palliactief-IKNL, 2015]. Een passende financieringsstructuur is daarnaast een belangrijke voorwaarde.

IKNL-adviseurs in de regio werken samen, met de partners in de netwerken palliatieve zorg, om lokale teams die in de opstartfase zitten verder vorm te geven. De adviseurs helpen de teams bij het opzetten van de (transmurale) organisatie en het vergroten van de deskundigheid. Zodat de patiënt en zijn naasten, wanneer het aan de orde is, verzekerd zijn van goede palliatieve zorg op de juiste plaats, op het juiste moment en met de juiste zorg en ondersteuning.

Voor meer informatie over de IKNL-consultatieteams in de regio:

Gerelateerd

Start commentaarfase richtlijn ‘Obstipatie in de palliatieve fase’

man vermoeid op bed

Op donderdag 16 september is de richtlijn obstipatie in de palliatieve fase de commentaarfase in gegaan. Dit betekent dat de conceptrichtlijn is verstuurd naar de betrokken en relevante wetenschappelijke- en beroepsverenigingen als ook naar de patiëntenverenigingen. Zij bekijken de richtlijn kritisch en toetsen of het toepassen ervan in de praktijk haalbaar is. De verenigingen hebben tot 31 oktober de tijd om hun op- en aanmerkingen terug te sturen.

lees verder

Nieuwe richtlijn palliatieve zorg bij COPD

laptop longfoto

De herziene richtlijn ‘Palliatieve zorg bij COPD’ is uitgebracht. Deze is tot stand gekomen op basis van een analyse van knelpunten die zorgprofessionals in de praktijk ervaren. Ook input van patiënten en naasten is meegenomen. De multidisciplinaire werkgroep die de richtlijn heeft ontwikkeld, heeft deze gebaseerd op de meest recente wetenschappelijke inzichten en ontwikkeld conform de wetenschappelijke methodologie, met zoveel mogelijk consensus. Daarmee biedt het een antwoord op uitdagingen in de praktijk.

lees verder