Onderzoek kanker bij kinderen

Gegevens uit de Nederlandse Kankerregistratie zijn een belangrijke bron van informatie voor wetenschappelijk onderzoek. In nauwe samenwerking met zorgprofessionals voeren de onderzoekers binnen het IKNL diverse onderzoeksprojecten uit met als doel om de zorg te optimaliseren. In het geval van kinderkanker wordt nauw samengewerkt met het Prinses Maxima Centrum voor Kinderoncologie.

Publicaties gebaseerd op NKR-data

Onderzoeksprojecten

Vooruitgang in de strijd tegen kinderkanker in Nederland sinds de jaren negentig

In de laatste decennia is de 5-jaarsoverleving van kinderen met kanker in Nederland sterk gestegen van 30% naar bijna 80%. Desondanks lijkt de daling in de kankersterfte onder kinderen van 0-14 jaar in Nederland achter te blijven vergeleken met de rest van Noordwest-Europa. In dit project onderzoeken wij trends in de incidentie, overleving en sterfte van kinderkanker in Nederland en vergelijken die met andere landen. We kijken daarbij ook naar de veranderingen in de behandeling en de plaats van behandeling van kinderen en adolescenten met kanker (leeftijd bij diagnose tot en met 17 jaar). Dit onderzoek is uitgevoerd bij de meest voorkomende soorten kinderkanker: leukemieën, lymfomen en neuroblastomen. De uitkomsten zullen ook als nulmeting fungeren voor een zogenaamde ‘impact assessment’ van het startende nationale kinderkankercentrum (prinses Máxima Centrum voor Kinderoncologie) in Nederland. Verder is de informatie over overlevingskansen niet alleen belangrijk om nieuwe behandelingen te evalueren, maar kan ook gebruikt worden door artsen om kinderen en hun ouders te informeren en te adviseren over up-to-date prognoses.

Dit onderzoek is gefinancieerd door KiKa en is een gezamenlijk initiatief van het Prinses Máxima Centrum voor kinderoncologie, afdeling Maatschappelijke Gezondheidszorg van het ErasmusMC en IKNL. Meer informatie over deze studie is verkrijgbaar bij dr.ir. H.E. Karim-Kos, epidemioloog  (IKNL, Prinses Maxima Centrum voor Kinderoncologie).

Overleving van kinderen met een hooggradige hersentumor in Nederland

Hersentumoren zijn de meest voorkomende solide tumoren bij kinderen. Ongeveer de helft van deze tumoren zijn hooggradig. Hooggradige hersentumoren bij kinderen hebben een agressief beloop en beperkte behandelmogelijkheden. Mede hierdoor hebben kinderen met een hooggradige hersentumor een erg slechte prognose en is het doodsoorzaak nummer één onder kinderen met kanker.

De wetenschappelijke kennis met betrekking tot prognostische factoren beperkt zich tot op heden tot voorspellingen op basis van biologie of basale klinische gegevens. Het is daarom op dit moment lastig om de overleving van kinderen met een hooggradige hersentumor nauwkeurig te voorspellen. Het doel van onze studie is om middels een integratieve benadering te komen tot betere prognostische factoren voor behandel response en overleving.

Incidentie en overleving door de tijd

Als vertrekpunt beschrijven wij de incidentie en overleving van hersentumoren bij kinderen voor de afgelopen 30 jaar in Nederland. Hersentumoren zijn zeer heterogeen wat inhoud dat er veel verschillende soorten hersentumoren zijn. Recentelijke ontwikkelingen binnen de diagnostiek en pathologie zorgen ervoor dat er steeds meer bekend wordt over hersentumoren wat leidt tot een verdere verdeling van de tumorsoorten.
Door terug te kijken in de tijd hopen wij inzicht te krijgen in het effect van deze veranderingen in classificatie op de incidentie en overleving.

Prognostische factoren

Door gebruik te maken van deze epidemiologische gegevens en deze te combineren met aanvullende klinische gegevens en biologische gegevens van de tumoren hopen we inzicht te krijgen in de relatie tussen tumor karakteristieken, diagnostiek en behandelstrategieën als voorspellers van overleving bij kinderen met een hooggradige hersentumor. Tot op heden is er geen integratieve benadering gebruikt die al deze facetten meeneemt in de voorspelling.  Wij verwachten dat onze resultaten zullen bijdragen aan een nauwkeurige voorspelling op individueel patiëntenniveau. 

Dit onderzoek is een gezamenlijk initiatief vanuit het Prinses Maxima Centrum voor Kinderoncologie en IKNL. Meer informatie over deze studie is verkrijgbaar bij de volgende onderzoekers: dr.ir. H.E. Karim-Kos, epidemioloog  (IKNL, Prinses Maxima Centrum voor Kinderoncologie), dr. D.G. van Vuurden, kinderoncoloog  (Prinses Maxima Centrum voor Kinderoncologie), dr. J van der Lugt, kinderoncoloog (Prinses Maxima Centrum voor Kinderoncologie) en R. Hoogendijk, klinisch-epidemioloog, PhD-student (IKNL, Prinses Maxima Centrum voor Kinderoncologie).