Jana Hopstaken onderzocht het diagnose- en behandeltraject bij alvleesklierkanker

Netwerkzorg bij diagnose- en behandeltraject alvleesklierkanker: Nederland loopt voor, maar ruimte voor verbetering

Jana Hopstaken (Radboudumc) bracht met NKR-data de effecten van netwerkzorg in kaart rondom Nederlandse centra die gespecialiseerd zijn in de behandeling van alvleesklierkanker. Meestal wordt er gekeken naar effecten van een behandeling (bijvoorbeeld chirurgie), maar onderzoek hoe ziekenhuizen samenwerken in het diagnostische of behandelingstraject is er niet tot nauwelijks. Ze ziet dat in Nederland samenwerking en dataverzameling er beter op staat dan in andere landen, maar ook punten ter verbetering. ‘Op een congres in de VS vernam ik onlangs dat ze daar langzaamaan pas beginnen met centralisatie en netwerkzorg.’

De behandeling van alvleesklierkanker is hoogcomplexe en laagvolumezorg. Daarom is deze zorg in Nederland voor een belangrijk deel gecentraliseerd in 15 gespecialiseerde pancreascentra, die samenwerken met omliggende ziekenhuizen. Patiënten worden in mdo’s (multidisciplinaire overleggen) van die gespecialiseerde centra besproken, zodat altijd de meest actuele kennis voorhanden is voor een behandelplan. Chirurgische behandeling vindt alleen in de gespecialiseerde centra plaats. Aanvullende behandelingen, zoals chemotherapie, kunnen ook in de omliggende ziekenhuizen worden aangeboden. In eerdere studies is vooral de effectiviteit van centralisatie in chirurgie bij alvleesklierkanker aangetoond. Over het diagnostische traject en behandeltijden als gevolg van centralisatie is minder geschreven. Hopstaken bracht dit in twee studies naar voren, in samenwerking met experts van de Dutch Pancreatic Cancer Group en met IKNL-onderzoekers Pauline Visser en Lydia van der Geest. 

Diagnostiek

In een van die studies, gepubliceerd in het European Journal of Surgical Oncology, komt de diagnostiek aan de orde. Hopstaken en collega’s keken naar het diagnostisch traject van 931 patiënten die in 2015 alvleesklierkanker kregen. Bij 20 procent van hen vond diagnostiek verspreid over meer dan één ziekenhuis plaats. Bij deze ‘multicenter’ diagnostiek kwam herhaling van diagnostiek voor, met een langere tijd tot diagnose en behandeling. Desondanks zagen de onderzoekers geen slechtere overleving, vergeleken met patiënten die alle diagnostiek in één ziekenhuis ondergingen. Ten aanzien van herhaling van diagnostiek, ziet Hopstaken ruimte voor verbetering: ‘Voor aanvullend diagnostisch onderzoek kan natuurlijk een hele goede reden zijn, bijvoorbeeld omdat men niet zeker is over de aard van een afwijking van de alvleesklier. Het is echter aannemelijk dat voor een deel van de patiënten herhaling het gevolg was van een incorrect scanprotocol of omdat er delay zat in verwijzing van het ene naar het andere centrum waardoor de diagnostiek niet meer actueel was. Nauwe samenwerking tussen de centra is van belang, ook in de diagnostische fase. Daarom is het goed als we ons richten op transmurale zorgpaden en goede afspraken tussen betrokken centra over wie wat doet. Door goede netwerkafspraken is er een gestroomlijnd proces, daar heeft de patiënt het meeste baat bij en voorkomt mogelijk onnodige zorgkosten.’

Behandeling

Een andere studie, gepubliceerd in BJS Open, onderzocht het effect van netwerkzorg rondom de behandeling. Hopstaken: ‘In Nederland zijn verschillende afspraken gemaakt als het gaat om de (netwerk)behandeling van patiënten met alvleesklierkanker, zoals vastgelegd in de SONCOS normen. Hierin staan bijvoorbeeld normen over de doorlooptijden tussen het eerste poliklinisch bezoek en diagnose, en de tijd tot behandeling. Wij waren benieuwd of het verwijzen van een patiënt van het ene ziekenhuis naar het andere ziekenhuis gepaard gaat met vertraging. Hebben patiënten die worden geopereerd in ziekenhuis A en chemotherapie ondergaan in ziekenhuis B een vertraagde start met chemotherapie vergeleken met patiënten die alles in ziekenhuis A ondergaan? En heeft dat gevolgen voor de overleving?’ Om dit soort vragen te beantwoorden putten Hopstaken en collega’s uit de Nederlandse Kankerregistratie (NKR). Op basis van gegevens van ruim 1000 patiënten, waarvan 43,6 procent werd behandeld in meer dan één ziekenhuis binnen een netwerk, zagen de onderzoekers dat chemotherapie niet later werd gestart of eerder werd gestopt. Ook in de overleving zagen de onderzoekers geen significante verschillen. ‘Een gunstig resultaat dat ondersteunt dat we patiënten ten aanzien van deze uitkomsten prima in netwerken kunnen behandelen.’ Wel werd er verschil gezien in doorlooptijden tussen de netwerken onderling. ‘Deze variatie konden we niet op basis van NKR-data verklaren. Mogelijk spelen onderlinge afspraken binnen het netwerk hierin een rol.’

Netwerkzorg in Nederland

De studies zijn de eerste die de effecten vanuit netwerkperspectief in kaart brengen met real world data op het gebied van diagnostiek en behandeling bij alvleesklierkanker. Hopstaken merkt op dat Nederland voorop loopt als het gaat om netwerkzorg: ‘Vorig jaar was ik op een congres in de VS, waar centralisatie van zorg voor patiënten met aandoeningen aan de alvleesklier als iets nieuws werd gepresenteerd. In Nederland is dat al tien jaar zo en zijn we, als ik dat mag zeggen, al een stuk verder. Het is prachtig om te zien dat we daarnaast met behulp van NKR-data en met data uit de Dutch Pancreatic Cancer Audit onderzoek kunnen doen en kunnen monitoren hoe we op bepaalde kwaliteitsindicatoren presteren. Deze onderzoeksinfrastructuur is uniek.’

Het Integraal Zorgakkoord dicht oncologienetwerken een belangrijke rol toe bij het bieden van passende zorg voor mensen met kanker, zo bleek ook uit het recent verschenen plan van aanpak van het Zorginstituut. Hopstaken: ‘De netwerkzorg die momenteel bestaat voor alvleesklierkanker, en de lessen die hieruit worden getrokken, kan mogelijk als voorbeeld dienen voor andere typen netwerkzorg.’

Medewerkers

Lydia van der Geest

Lydia van der Geest

onderzoeker HPB-tumoren

lees verder

Pauline Vissers

onderzoeker postdoc

lees verder
Gerelateerd nieuws

Betere zorg alvleesklierkanker vraagt om meer persoonlijke aanpak

Proefschrift Simone Augustinus Alvleesklierkanker (pancreascarcinoom) kent over het algemeen een slechte prognose. Om patiënten zo goed mogelijk te helpen, werken medisch specialisten in een multidisciplinair team samen in de Dutch Pancreatic Cancer Group. Daarin wordt kennis over de nieuwste behandelmethoden gedeeld binnen expertisecentra, zodat patiënten de voor hen meest optimale behandeling kunnen krijgen. Het proefschrift van Simone Augustinus (Amsterdam UMC) over het Dutch Pancreatic Cancer Project (PACAP) beschrijft de meest recente wetenschappelijke inzichten van deze samenwerking. lees verder

Aanbevelingen voor zorg alvleesklierkanker nog steeds actueel

In 2021 lanceerden DPCG, IKNL en LWH het rapport 'Alvleesklierkanker in Nederland. In kleine stappen vooruit

Een jaar geleden zag het rapport ‘Alvleesklierkanker in Nederland. Kleine stappen vooruit’ het licht. DPCG-voorzitter Olivier Busch blikt terug: ‘de aanbevelingen zijn nog steeds actueel.’

lees verder