Borstkankerzorg tijdens COVID-19

Borstkankerzorg veerkrachtig tijdens COVID-19 pandemie

De COVID-19 pandemie deed een stevig beroep op de veerkracht van zorgprofessionals. Naast het stopzetten van screeningsprogramma’s veranderden ook in recordtempo de behandelprotocollen voor borstkanker. Anouk Eijkelboom (IKNL) onderzocht met collega’s het effect van deze veranderingen. 

Wat heb je onderzocht?

‘In deze studie keken we naar het effect van de COVID-19 pandemie op de behandeling van borstkankerpatiënten. Dit deden we door borstkankerpatiënten die gediagnosticeerd of behandeld werden in week 1 tot 26 in 2020 te vergelijken met patiënten uit 2018-2019. De gegevens haalden we uit de Nederlandse Kankerregistratie (NKR).’ 

Wat waren de belangrijkste resultaten?

‘Aan het begin van de pandemie werden er richtlijnen gepubliceerd voor de prioritering van de borstkankerzorg tijdens de COVID-19 pandemie. Conform die richtlijnen ontvingen vrouwen die aan het begin van de pandemie de diagnose borstkanker kregen vaker neo-adjuvante endocriene therapie. Hiermee kunnen operaties voor een selectie patiënten veilig worden uitgesteld. Daarnaast zagen we dat over het algemeen de tijd tussen diagnose en behandeling, en de tijd tussen verschillende behandelingen, korter werd gedurende de pandemie. Alleen voor patiënten gediagnosticeerd met een DCIS graad 1-2 nam de tijd tussen diagnose en operatie toe. Ook dit was volgens de richtlijnen.’

Wat betekent je onderzoek voor de zorgpraktijk? 

‘De snelle aanpassingen laten de veerkracht van de Nederlandse borstkankerzorg zien. Richtlijnen werden snel geïmplementeerd in de dagelijkse praktijk. Dit is waarschijnlijk te danken aan de goede communicatie tussen de zorgverleners onderling en met de landelijke wetenschappelijke verenigingen. De Nederlandse ziekenhuizen hebben adequaat gereageerd op de COVID-19 pandemie, waarbij ze de behandelstrategieën op zo’n manier hebben gewijzigd dat de patiënt minder kans had op een COVID-19 infectie (of COVID-19 gerelateerde klachten), en tegelijk werd de behandeling niet uitgesteld. De vraag is wel wat het effect is van die veranderingen in richtlijnen als we kijken naar uitkomstmaten als overleving of terugkeer van ziekte. Dat vraagt om nader onderzoek, en weten we pas over enkele jaren.’ 

Wat wil jij dat lezers meenemen uit je artikel? 

‘Nederlandse ziekenhuizen hebben adequaat gereageerd op de COVID-19 pandemie. Behandelstrategieën  werden op zo’n manier aangepast dat de patiënt minder kans had op een COVID-19 infectie (of COVID-19 gerelateerde klachten), terwijl de behandeling niet werd uitgesteld.’
 

Gerelateerd nieuws

Overzicht eHealth-interventies voor chronische vermoeidheidsklachten bij borstkanker

Een vrouw met bril zit in een gemakkelijke stoel met een open laptop op haar schoot. In de voorgrond staat een kopje op tafel.

Chronische vermoeidheid is een van de meest gerapporteerde langetermijneffecten onder mensen die borstkanker hebben (gehad). Hiervoor zijn veel bewezen effectieve eHealth-interventies, maar dat betekent niet dat deze op individueel niveau altijd werken. Daarom maakten Lian Beenhakker (Universiteit Twente) en collega’s van diverse klinische instellingen, universiteiten en IKNL een overzicht van beschikbare eHealth-interventies en de (voorkeursgevoelige) kenmerken. Met dit overzicht kunnen zorgverleners en patiënten makkelijker een interventie vinden die bij de patiënt past.

lees verder

Jelle Wesseling over DCIS: ‘Patiëntdata helpen om de vraag te beantwoorden: doet deze behandeling er toe’

Jelle Wesseling gebruikt NKR-data bij onderzoek naar DCIS

‘Veroudering zorgt altijd voor afwijkingen, ook weefsel van mijn kalende hoofdhuid heeft afwijkingen’, zo begint prof. dr. Jelle Wesseling, patholoog in het Antoni van Leeuwenhoek een gesprek over de rol van epidemiologische gegevens bij het vraagstuk hoe we overbehandeling van DCIS kunnen voorkomen. ‘Bij pathologie is de context altijd van groot belang, zoals ook de vraag hoe groot het probleem op populatieniveau daadwerkelijk is.'

lees verder