Het rapport slokdarm- en maagkanker geeft een totaaloverzicht van cijfers en trends

Behandeling uitgezaaide slokdarm- en maagkanker: een overzicht

Bij de behandeling van uitgezaaide  slokdarm- of maagkanker is traditioneel veel aandacht voor onderzoek uit trials. Rob Verhoeven, senior onderzoeker bij IKNL en verbonden aan het AmsterdamUMC, zette de trends op een rij op basis van real world data uit de Nederlandse Kankerregistratie tijdens het 5e multidisciplinair gastro-intestinaal oncologie congres. 
 

De diagnose slokdarm- of maagkanker wordt jaarlijks ruim 4000 keer gesteld. Tijdens diagnose bevindt de tumor zich vaak in een gevorderd stadium. Bij slokdarmkanker is bij 38 procent van de mensen sprake van een palliatieve behandeling, waarin over het algemeen genezing niet meer mogelijk is. Bij maagkanker is dit 48 procent.

 

Slokdarm- en maagkanker in Nederland

Meer cijfers over slokdarm en maagkanker in Nederland? IKNL publiceerde eind 2021 een overzicht van de meest recente trends en analyses op basis van de Nederlandse Kankerregistratie.

Synchrone metastasen

Bij de behandeling van uitgezaaide slokdarm- of maagkanker wordt een onderscheid gemaakt tussen synchrone metastasen (uitzaaiingen die tijdens diagnose worden gevonden) of metachrone metastasen (uitzaaiingen die na afronding van een behandeling met curatieve intentie worden gevonden). Systemische therapie wordt vaak toegepast bij synchrone metastasen (slokdarmkanker: 37 procent, maagkanker 33 procent). Bij maagkanker wordt het vaakst afgezien van een behandeling (54 procent). Leeftijd speelt hierbij een grote rol. Naarmate de patiënt ouder is wordt vaker afgezien van behandeling. Daarnaast speelt geslacht een rol: vrouwen worden minder vaak systemisch behandeld, en bij vrouwen wordt ook vaker afgezien van behandeling (‘best supportive care’). 

Her2 testen

Het toevoegen van trastuzumab aan de eerstelijns chemotherapie bij patiënten met een positieve Her2-status vergroot de overleving bij deze patiëntgroep. Hoewel het aantal patiënten dat hierop getest is toenam van 2011 naar 2016 was er in 2015-2016 nog wel veel praktijkvariatie tussen de Nederlandse ziekenhuizen (variatie tussen de 29% en de 100%), die onder andere samenhing met het volume

Tweedelijnstherapie

Verhoeven refereerde tijdens zijn bijdrage aan onderzoek van Willemieke Dijksterhuis en collega’s rond de toepassing van tweedelijnstherapie. In hoogvolumecentra ontvangen patiënten vaker een tweedelijnsbehandeling, en de overleving is daar ook langer.

Intervalmetastasen

Naast uitzaaiingen die bij diagnose worden gevonden en uitzaaiingen die na behandelingen optreden is er nog een derde categorie: intervalmetastasen. Dit zijn uitzaaiingen die tijdens of na een neo-adjuvante behandeling worden aangetroffen, voor een beoogde resectie. Dit was het geval bij 7 procent van alle slokdarm kankerpatiënten die tussen 2015 en 2017 startten met een neo-adjuvante behandeling. Bij maagkanker was het percentage iets hoger: 9 procent. De mediane overleving van deze patiëntgroep is 10 maanden, en daarmee vergelijkbaar met andere vormen van uitzaaiingen. De meest gangbare behandeling is een therapie gericht op de uitzaaiing (systemische therapie, chemoradiatie, radiotherapie en metastectomie).

Meer cijfers en behandeltrends?

In het rapport ‘slokdarm- en maagkanker in Nederland’ staan de meest recente cijfers en behandeltrends op een rij. 
 

Gerelateerd

Slokdarm- en maagkanker in Nederland: kerncijfers

In het rapport 'Slokdarm- en maagkanker in Nederland' staan de belangrijkste kerncijfers van slokdarm- en maagkanker op een rij.
 

lees verder

Operatie en chemoradiatie bij proximale slokdarmkanker: geen verschil in overleving

Bij behandeling met chemoradiatie is verschil in kwaliteit van leven

Op 25 juni promoveerde dr. Judith de Vos-Geelen aan het MUMC+, vanwaar ze veel onderzoek doet naar gastrointestinale tumoren, waaronder proximale slokdarmkanker. Haar proefschrift laat onder andere de effecten van verschillende behandelmethoden zien voor deze zeldzame vorm van kanker, wat nuttige inzichten oplevert voor de klinische praktijk. 

lees verder