Toename conditionele relatieve overleving bij patiënten met folliculair lymfoom

De conditionele relatieve overleving van patiënten met folliculair lymfoom neemt gestaag toe met elk overleefd jaar sinds de diagnose. Dat blijkt uit een Nederlandse populatiestudie die recent is gepubliceerd in het Blood Cancer Journal. In deze studie, van promovenda Manette Dinnessen (IKNL) en collega’s, is op basis van gegevens uit de Nederlandse Kankerregistratie (NKR) de vijfjaarsoverleving in kaart gebracht. Een gesprek over deze studie met dr. Avinash Dinmohamed, IKNL en prof. dr. Marie José Kersten, hoogleraar Hematologie in het Amsterdam UMC.

De overleving is onderzocht van 9.557 patiënten bij wie in de periode 2000 – 2017 de diagnose folliculair lymfoom werd gesteld. Gekozen is voor deze onderzoeksperiode, omdat vanaf 2000 chemo-immunotherapie kon worden voorgeschreven aan patiënten met folliculair lymfoom.

‘We hebben gekeken naar drie subgroepen patiënten met folliculair lymfoom, verdeeld over de leeftijdsgroepen 18 - 60, 61 - 70, en 70+,’ legt dr. Avinash Dinmohamed (IKNL) uit, senior-auteur van de studie. ‘We zien dat bij hen de overlevingskansen toenemen over de tijd. Dat is enerzijds goed nieuws, maar tegelijkertijd overschrijdt de overlevingskans niet de 95 procent. En pas als je daarboven komt, is er geen sprake meer van oversterfte ten opzichte van de algemene Nederlandse bevolking.’

Klinische implicaties

In de studie blijken er geen verschillen in overleving op basis van geslacht. Opvallend is dat de verschillen in overleving tussen patiënten met een verschillend ziektestadium (stadium I-II versus III-IV) na zeven jaar post-diagnose verdwijnen, vooral door de toenemende overleving met elk overleefd jaar van patiënten met stadium III-IV folliculair lymfoom. Verschillen in leeftijdsgroepen zijn er wel. Zo blijkt de conditionele overleving het laagst bij de 70+-patiënten. ‘De jongste groep, 18 – 60 jaar, doet het het best, met na tien jaar een vijfjaarsoverleving van meer dan 90 procent. Maar ook bij hen blijft er oversterfte, vergeleken met de algemene Nederlandse populatie. Patiënten met folliculair lymfoom genezen niet. Ook tien jaar na diagnose of later kunnen ze eraan overlijden.’

Een eenduidige verklaring voor de verbeterende conditionele relatieve overleving heeft Dinmohamed niet. ‘Mogelijk hangt het samen met een verbeterde behandeling over de tijd, het feit dat patiënten onder controle blijven, of een mogelijk veranderde levensstijl als gevolg van de ziekte.’

Hoe dan ook, de studie-uitkomsten hebben klinische implicaties voor de prognose van de ziekte. ‘Patiënten willen graag weten of de ziekte al dan niet terugkeert, en hoe ze hun verdere leven kunnen inplannen. Die vragen stellen ze aan hun behandelaar. Hoewel onze analyse is gebaseerd op epidemiologische data, dus op groepen patiënten, kun je als behandelaar op basis hiervan wel een gemiddelde prognose geven aan de individuele patiënt bij jou in de spreekkamer.’

Op maat behandelen

Die prognose kan consequenties hebben voor de voorgestelde behandeling, vult prof. dr. Marie José Kersten aan, hoogleraar Hematologie in het Amsterdam UMC. Zij is samen met Dinmohamed betrokken als begeleider bij het promotieonderzoek van Dinnessen, als respectievelijk promotor en copromotor. Kersten: ‘Folliculair lymfoom is een niet-agressieve vorm van lymfeklierkanker, waarvan niet is aangetoond dat direct behandelen leidt tot een betere overleving. Zo’n 15 – 20 procent van deze patiënten krijgt gedurende hun leven nooit behandeling. En in het algemeen behandelen we pas als patiënten klachten ontwikkelen.’

‘We weten dat veel van onze behandelingen risico’s geven op lange termijn toxiciteit,’ vervolgt Kersten. ‘Stel je geeft bestraling of chemo-immunotherapie die tien jaar later tot borstkanker of hartschade kan leiden. Tegelijkertijd heb je sterke aanwijzingen dat de patiënt met deze ziekte nog tien of vijftien jaar kan leven en dat vroege behandeling de overleving niet zal verbeteren. Dan moet je je steeds afvragen wat de meerwaarde is van een behandeling. Bijvoorbeeld of het de patiënt niet eerder schade toebrengt dan dat het zijn overlevingskansen vergroot. Als behandelaar moet je daar de juiste balans in vinden. Je wilt op maat behandelen, niet te veel én niet te weinig, niet te vroeg én niet te laat. Deze epidemiologische data helpen ons om deze afwegingen zo goed mogelijk te maken.’

Aanbeveling aan behandelaren

Om de mogelijk schadelijke lange termijneffecten van de therapie óf een terugkeer van de ziekte tijdig te onderkennen, is het belangrijk om patiënten met folliculair lymfoom goed te blijven monitoren, benadrukt Dinmohamed. ‘Zorg ervoor dat ze regelmatig voor controle komen, en dat je er tijdig bij bent als er iets misgaat. Anders slaat een eventuele vervolgbehandeling mogelijk minder goed aan. Zolang we weten dat er risico is op oversterfte, moeten we patiënten met folliculair lymfoom blijven volgen. Dat is mijn advies aan alle behandelaren.’

Referentie

  • Dinnessen MAW, Visser O, Tonino SH, Posthuma EFM, Blijlevens NMA, Kersten MJ, Lugtenburg PJ, Dinmohamed AG. Conditional relative survival among patients with follicular lymphoma: a population-based study in the Netherlands. Blood Cancer Journal. 2021 Jan 13;11(1):12.