oudere man met baard

Overleving patiënten met folliculair lymfoom verbeterd; vooral door rituximab

De overleving van patiënten met folliculair lymfoom is sinds 2003 substantieel verbeterd. Deze vooruitgang is toe te schrijven aan vooruitgang in de zorg; met name chemotherapie met rituximab heeft hieraan bijgedragen. Dat blijkt uit onderzoek van Manette Dinnessen (IKNL) en collega’s. Ondanks deze vooruitgang blijft er volgens de onderzoekers ruimte voor verbetering, in het bijzonder bij patiënten van 70 jaar en ouder is nog steeds een substantiële oversterfte zichtbaar.

De onderzoekers evalueerden stadiumspecifieke trends ten aanzien van primaire behandeling en relatieve overleving van volwassen patiënten (n= 12.372) met folliculair lymfoom gediagnosticeerd tussen 1989 en 2016. De mediane leeftijd was 62 jaar en 21% van de patiënten had een stadium I ziekte. De patiënten werden gestratificeerd naar ziektestadium en ingedeeld in vier perioden (1989-1995, 1996-2002, 2003-2008 en 2009-2016) en drie leeftijdsgroepen (18-60, 61-70 en ouder dan 70 jaar). Zover bekend is dit de eerste population-based studie waarin de incidentie, primaire behandeling en relatieve overleving bij patiënten met folliculair lymfoom is onderzocht voor diverse subgroepen en ziektestadia.

Behandeling

Het gebruik van radiotherapie bij patiënten met stadium I folliculair lymfoom was relatief stabiel gedurende de onderzoeksperioden en voor de drie leeftijdsgroepen (respectievelijk 66%, 54% en 49% in de periode 2009-2016). De keuze om uitsluitend te behandelen met radiotherapie was in lijn met Europese richtlijnen. Echter, 17% tot 27% van de patiënten met stadium I folliculair lymfoom kregen tussen 2014-2016 een afwachtend beleid aangeboden. Volgens de onderzoekers is niet duidelijk of deze patiënten om valide redenen geen radiotherapie ontvingen.

Bij patiënten met stadium II-IV nam de toepassing van chemotherapie binnen twaalf maanden na diagnose af gedurende de onderzoeksperioden. Dit duidt volgens de onderzoekers op een bredere toepassing van afwachtend beleid. Deze benadering is opgekomen sinds trials in de jaren ’90 hebben aangetoond dat snelle inzet van chemotherapie de algehele overleving niet verbetert. Tussen 2014-2016 werden de meeste patiënten met stadium II-IV folliculair lymfoom behandeld met de combinatie rituximab, cyclofosfamide, vincristine en prednison (R-CVP).

Overleving

De relatieve overleving verbeterde aanzienlijk gedurende de gehele studieperiode, vooral na de introductie van rituximab in Nederland in 2003 en voor patiënten met stadium III-IV folliculair lymfoom en patiënten in oudere leeftijdsgroepen. De relatieve 5-jaarsoverleving in de periode 2009-2016 bij stadium I-II respectievelijk stadium III-IV folliculair lymfoom was voor patiënten in de leeftijd 18-60 jaar 96% versus 90%, voor patiënten van 61-70 jaar 93% versus 83% en voor patiënten in de leeftijd 70 en ouder 92% versus 68%.

De verbetering in relatieve overleving was sterker zichtbaar bij patiënten met stadium III-IV folliculair lymfoom. Debet hieraan is de opkomst van rituximab-bevattende chemotherapie als standaardbehandeling. Bij patiënten met een vroeg stadium (I-II) van folliculair lymfoom, met name ouderen, kan de gestegen relatieve overleving volgens de onderzoekers toegeschreven worden aan betere ondersteunende zorg en eveneens de toevoeging van rituximab aan de behandeling. Tot slot was verbetering van de relatieve overleving het grootst onder oudere leeftijdsgroepen. Dit is vooral een gevolg van vorderingen in behandeling en ondersteunende zorg.

Conclusie en aanbevelingen

Manette Dinnessen en collega’s concluderen dat de overleving van patiënten met folliculair lymfoom in de periode 2003-2008 substantieel is toegenomen ten opzichte van 1996-2002. Deze vooruitgang is toe te schrijven aan verbeteringen in de zorg, met name de implementatie van het middel rituximab sinds 2003. Ondanks deze vooruitgang blijft er volgens de onderzoekers ruimte voor verbetering van behandeling, met name bij oudere patiënten met stadium III-IV folliculair lymfoom wordt nog steeds een substantiële oversterfte waargenomen.