SES en invloed op chirurgische behandeling

Sociaaleconomische status en behandeling borstkanker: verschillen in soort chirurgische ingreep

Beïnvloedt de sociaaleconomische status (SES) van een patiënt de behandelkeuze bij borstkanker? Mando Filipe (UMC Utrecht), Sabine Siesling (IKNL) en collega’s bogen zich over dat vraagstuk met data uit de Nederlandse Kankerregistratie. Het feit dat dit een Nederlandse studie is, maakt het interessant, omdat het zorgaanbod voor iedereen gelijk is. 
 

Jaarlijks krijgen ongeveer 15.000 vrouwen de diagnose borstkanker. De meest voorkomende behandeling is een chirurgische resectie van de primaire tumor. Als het gaat om stadium I en stadium II-tumoren zijn er daarbij twee behandelopties: mastectomie (borstamputatie) of een borstsparende operatie. Mando Filipe (UMC Utrecht): ‘De uiteindelijke behandelkeuze is afhankelijk van een combinatie van heel veel factoren, denk aan de leeftijd en conditie van de patiënt, culturele verschillen, de gradatie van de tumor, of in het ziekenhuis veel soortgelijke ingrepen plaatsvinden, hoe de zorg georganiseerd is en wat de voorkeur is van arts en patiënt. Naast deze factoren waren we echter ook benieuwd welke rol de sociaaleconomische status speelt bij de behandelkeuze.’

CBS-data

De onderzoekers selecteerden daarom een groep patiënten uit de Nederlandse Kankerregistratie. Alle patiënten die tussen 2011 en 2018 de diagnose borstkanker kregen (stadium I of II) werden geïncludeerd. Dat waren er in totaal ruim 105.000. Om te bepalen wat de SES was van de patiënten, koppelden de onderzoekers de NKR-data aan die van het CBS. Sabine Siesling (IKNL): ‘Op basis van het gemiddelde inkomen per postcodegebied hebben we 10 klassen gemaakt van de SES, waar we de patiënten in konden onderverdelen. Na de analyse vielen ons twee belangrijke zaken op: allereerst zagen we dat SES geen invloed heeft of een patiënt een chirurgische ingreep krijgt. Wel zagen we verschil in het soort ingreep: hoe hoger de SES, hoe waarschijnlijker is het dat een patiënt een borstsparende operatie ondergaat. De kans dat iemand uit de laagste sociaal economische klasse een borstsparende operatie ondergaat is bijna 45 procent kleiner ten opzichte van de hoogste klasse.’

Gelijk zorgaanbod

Het Nederlandse zorgaanbod maakt de studie internationaal gezien interessant. Filipe: ‘In Amerika is soortgelijk onderzoek gedaan, maar omdat daar lang niet alle zorg vergoed wordt speelt inkomen een veel grotere rol bij de behandelkeuze. Deze studie laat zien dat, ondanks dat zorg vergoedt wordt, de keuze voor het type behandeling per sociaaleconomische klasse verschilt.’ 

Onderliggende oorzaken 

De resultaten sluiten aan op eerdere bevindingen van deze onderzoekers als het gaat om directe borstreconstructies na een mastectomie. Hoewel de onderzoekers zien dat de kans op een borstsparende ingreep groter is bij een hogere SES, is er nog nader onderzoek nodig om te kijken waar dat nu precies aan ligt. Filipe: ‘We weten dat een lagere SES samenhangt met een ongezondere leefstijl, maar ook met taalbarrières, omgang met zorg, medische voorkennis en de mate waarin voorlichtingsmaterialen effectief zijn. Al die aspecten hebben we in deze studie niet onderzocht.’

Juist op die factoren willen de onderzoekers verder inzetten. Siesling: ‘Uiteindelijk wil je bereiken dat de behandeling die je krijgt niet afhankelijk is van de plaats van je wieg of je inkomen. Dit onderzoek laat zien dat we daar in Nederland deels in slagen. Om de zorg verder te verbeteren zullen we dus goed moeten kijken welke barrières er zijn.’ 

Gerelateerd nieuws

Borstkankerzorg veerkrachtig tijdens COVID-19 pandemie

Borstkankerzorg tijdens COVID-19

De COVID-19 pandemie deed een stevig beroep op de veerkracht van zorgprofessionals. Naast het stopzetten van screeningsprogramma’s veranderden ook in recordtempo de behandelprotocollen voor borstkanker. Anouk Eijkelboom (IKNL) onderzocht met collega’s het effect van deze veranderingen. 

lees verder

Overzicht eHealth-interventies voor chronische vermoeidheidsklachten bij borstkanker

Een vrouw met bril zit in een gemakkelijke stoel met een open laptop op haar schoot. In de voorgrond staat een kopje op tafel.

Chronische vermoeidheid is een van de meest gerapporteerde langetermijneffecten onder mensen die borstkanker hebben (gehad). Hiervoor zijn veel bewezen effectieve eHealth-interventies, maar dat betekent niet dat deze op individueel niveau altijd werken. Daarom maakten Lian Beenhakker (Universiteit Twente) en collega’s van diverse klinische instellingen, universiteiten en IKNL een overzicht van beschikbare eHealth-interventies en de (voorkeursgevoelige) kenmerken. Met dit overzicht kunnen zorgverleners en patiënten makkelijker een interventie vinden die bij de patiënt past.

lees verder