Nomogram voor overleving na resectie alvleesklierkanker met chemotherapie

Patiënten die na resectie van alvleesklierkanker (TNM-stadium I-II) behandeld zijn met chemotherapie, kunnen uiteenlopende kenmerken hebben die onafhankelijk van elkaar samenhangen met hun overleving. Dat blijkt uit een grote Europese population-based studie, waaraan ook de Nederlandse Kankerregistratie (NKR) en IKNL-onderzoekers hebben bijgedragen. De onderzoekers ontwikkelden een gevalideerd nomogram voor het schatten van de gepersonaliseerde overleving van deze patiënten. Een model dat kan bijdragen aan gezamenlijke, klinische besluitvorming tussen patiënten en artsen.

Alvleesklierkanker blijft wereldwijd, zelfs na resectie, een uiterst dodelijke ziekte. Het percentage alvleesklierkankerresecties is laag, waardoor prognostische studies naar chirurgie van alvleesklierkanker moeilijk zijn uit te voeren. In deze grote internationale population-based studie is onderzocht welke factoren samenhangen met de overleving van gereseceerde patiënten met alvleesklierkanker (TNM-stadium I-II) die chemotherapie ontvingen. Een ander doel van deze studie was het ontwikkelen en internationaal valideren van een predictiemodel voor de overleving van deze patiënten.

Methoden

Uit de nationale kankerregistraties van België, Nederland (NKR), Slovenië, Noorwegen en het SEER-18 Program (US Surveillance, Epidemiology and End Results) verzamelden de onderzoekers gegevens van patiënten met stadium I-II alvleesklierkanker die tussen 2003 en 2014 een resectie en chemotherapie kregen. Multivariabele analysemodellen werden ontwikkeld om de samenhang te onderzoeken tussen patiënt- en tumoreigenschappen en de algehele overleving.

De analyses werden voor elk land afzonderlijk uitgevoerd. Prognostische factoren die overbleven in SEER-18 werden gebruikt om een nomogram te bouwen. Dit model werd vervolgens onderworpen aan interne validatie via steekproeftrekking (bootstrap) en externe validatie met behulp van de Europese datasets. In totaal analyseerden de onderzoekers gegevens van 11.837 gereseceerde patiënten met alvleesklierkanker met een mediane overleving van 18 tot 23 maanden en een 3-jaarsoverleving tussen 21 en 31%.

Resultaten

Leeftijd van de patiënt, het tumor- en lymfeklierstadium en de differentiatie van de tumor hingen in de meeste landen samen met de overleving, met daarnaast specifieke associatiepatronen per land. De tumorlocatie hing meestal niet significant samen met de overleving. In bepaalde landen, waar gegevens beschikbaar waren, bleken resectiemarge, ziekenhuistype, tumorgrootte, aantal positieve en geoogste lymfeklieren, lymfeklierverhouding en aantal comorbiditeiten samen te hangen met overleving.

De onderzoekers stelden een nomogram vast voor de mediane overlevingstijd en 1-, 2-, 3- en 5-jaarsoverleving met behulp van de achterwaarts geselecteerde variabelen. Dit nomogram paste goed bij elk nationaal cohort van de deelnemende Europese landen. De kalibratiecurves lieten een zeer goede overeenkomst zien tussen de voorspelling van het nomogram en de geobserveerde waarden. De concordantie-index van het nomogram (0,60) was significant hoger dan het predictiemodel voor de overleving dat gebaseerd is op alleen het tumor- en lymfeklierstadium in de TNM (0,56).

Conclusies en impact

Lei Huang en collega’s concluderen aan de hand van deze grote population-based studie dat patiënten die na resectie van alvleesklierkanker behandeld zijn met chemotherapie uiteenlopende kenmerken hebben die onafhankelijk van elkaar samenhangen met hun overleving, waarbij landspecifieke patronen en sterke punten zijn te onderscheiden. Het door de onderzoekers ontwikkelde model biedt mogelijkheden voor het inzicht geven in gepersonaliseerde overlevingsschattingen van patiënten en kan aldus bijdragen aan klinische besluitvorming van patiënten en artsen.

Net als eerdere modellen presteert het nomogram vooralsnog bescheiden. Echter, het zo goed mogelijk kunnen inschatten van het sterfterisico van patiënten met alvleesklierkanker kan belangrijke effecten hebben op de klinische besluitvorming en behandelplanning en nuttige informatie opleveren voor de stratificatie van patiënten in studies. Voor zover bekend is dit het eerste, internationaal gevalideerde nomogram dat ontwikkeld is met gegevens over een langdurige follow-up met gegevens uit een grote population-based databank gericht op het voorspellen van de algehele overleving van patiënten met gereseceerde stadium I-II alvleesklierkanker na behandeling met chemotherapie.

Aan dit onderzoek werkten mee onderzoekers van het Deutsches Krebsforschungszentrum (Heidelberg), Universität Heidelberg, IKNL (Utrecht), Belgian Cancer Registry (Brussel), The Cancer Registry of Norway (Oslo), Institute of Oncology Ljubljana (Slovenië), National Institute for Health Development (Tallinn), Friedrich-Alexander-Universität Erlangen-Nürnberg (Erlangen), Dutch Pancreatic Cancer Group (DPCG) en AMC Amsterdam. Ook is gebruik gemaakt van data van het SEER-18 Program (USA).
 

Gerelateerd nieuws

Relatie tussen volume en overleving bij uitgezaaide alvleesklierkanker

Patiënten met gemetastaseerde alvleesklierkanker die palliatieve systeemtherapie krijgen in een medisch centrum met een hoog behandelvolume hebben een betere overleving. Dat blijkt uit een studie van Nadia Haj Mohammad (AMC) en collega’s. De bevindingen liggen in lijn met publicaties over pancreaschirurgie, waarin een relatie tussen volume en uitkomst wordt beschreven. In de discussie gaan de onderzoekers in op een aantal beperkingen van deze population-based studie, waardoor er nog geen aanbevelingen voor de klinische praktijk gedaan kunnen worden. 

lees verder