Herziening richtlijn ‘Dyspneu in de palliatieve fase’

De richtlijn ‘Dyspneu in de palliatieve fase’ is herzien en in januari 2016 definitief gepubliceerd. Inhoudelijk zijn er geen grote wijzigingen, wel zijn de procedure en het format grondig gewijzigd. Aan de hand van een knelpuntenanalyse zijn uitgangsvragen over onder meer (niet-)medicamenteuze symptomatische behandeling evidence-based uitgewerkt. De leden van de werkgroep waren gemandateerd namens diverse wetenschappelijke, beroeps- en patiëntenverenigingen.

Dyspneu komt voor bij 35% van de patiënten met kanker in de palliatieve fase, bij 94% van de patiënten met een gevorderd stadium van COPD en bij 72% van de patiënten met een gevorderd stadium van hartfalen.

Wijzigingen
Inhoudelijk zijn er geen grote wijzigingen ten opzichte van de vorige versie van de richtlijn. De procedure van de ontwikkeling van de richtlijn en het format zijn echter wel grondig gewijzigd met als doel de implementatie van de richtlijn te ondersteunen:
• De leden van de werkgroep zijn gemandateerd door hun verenigingen.
• Er is een knelpuntenanalyse uitgevoerd bij de start van de richtlijn.
• De belangrijkste uitgangsvragen zijn evidence-based uitgewerkt.
• Er is een uitgebreide commentaarfase ingevoegd.
• De richtlijn is geautoriseerd/geaccordeerd door de betrokken verenigingen. 
• De richtlijn bevat een implementatieplan.
• Conform het vernieuwde format van richtlijnen zijn door literatuur onderbouwde conclusies en aanbevelingen gegeven.

Betrokken partijen
IKNL en het platform Palliatieve Zorg Richtlijnen (PAZORI) namen in 2014 het initiatief voor een herziening van de richtlijn (uit 2010). De leden van de werkgroep waren gemandateerd namens het Nederlands Huisarts Genootschap (NHG), de Vereniging van Specialisten Ouderengeneeskunde (Verenso), Verpleegkundigen & Verzorgenden Nederland (V&VN), de Nederlandse Vereniging van Artsen voor Longziektes en Tuberculose (NVALT), Palliactief, de Nederlandse Vereniging van Ziekenhuisapothekers (NVZA) en de Leven met Kanker patiëntenbeweging.

Meer informatie
De richtlijnwerkgroep gaat nu verder met de implementatieactiviteiten voor de richtlijn. Zo zal het Nederlands Tijdschrift voor Oncologie een publicatie wijden aan de herziening van de richtlijn. Ook in het blad Nursing komt de revisie aan bod; verpleegkundig specialist longgeneeskunde Elly Jordens (lid van de werkgroep) krijgt daarin verschillende stellingen voorgelegd over dyspneu in de palliatieve fase. Tevens zal op verschillende symposia en tijdens de (palliatieve zorg) consulententrainingen aandacht worden besteed aan de richtlijn.

• De herziene richtlijn en andere richtlijnen zijn in te zien via www.pallialine.nl. Ook is de samenvattingskaart van de richtlijn te bestellen via de webshop van IKNL. 
• Meer informatie over de richtlijn ‘Dyspneu in de palliatieve fase’ is verkrijgbaar bij Marieke Gilsing (m.gilsing@iknl.nl).

Gerelateerd

Naasten onvoldoende betrokken bij palliatieve zorg voor patiënten met uitgezaaide kanker

Profielfoto Janneke van Roij

Steeds meer mensen krijgen te maken met de gevolgen van vergevorderde kanker en palliatieve zorg. Dit heeft grote impact op de kwaliteit van leven van patiënten en dat van hun naasten. Daarbij blijkt dat het emotioneel functioneren van naasten vaak harder geraakt wordt dan dat van de patiënten zelf. Naasten ervaren echter te weinig aandacht voor hun welbevinden vanuit zorgverleners. Dat leidt ertoe dat naasten minder tevreden zijn over de zorg voor de patiënt én voor zichzelf. Door hen beter te betrekken in de zorg voor de patiënt en handreikingen te bieden voor bijvoorbeeld ontspanning, kan het welbevinden van zowel patiënt als naaste verbeteren.

lees verder

Doorbraak professionaliseringslag oncologiezorgnetwerken in de regio

Meer dan 800.000 mensen in Nederland leven met en na de diagnose kanker. Hoewel een groot deel van hen geneest, hebben velen nog last van de gevolgen van de ziekte en behandeling. Een oncologiezorgnetwerk is een regionaal of lokaal netwerk van met name eerstelijns zorgverleners die mensen met kanker dichtbij huis aanvullend behandelen en begeleiden. Groei en doorontwikkeling van deze netwerken is van groot belang voor optimale integrale oncologische zorg in de regio.

lees verder